PELGRIM

Pelgrim zonder God door Herman Vuijsje 234 blz., Contact 1990, f 32,90 ISBN 90 254 6864 0

Hebben christelijke waarden en rituelen nog betekenis in de huidige tijd? Met die vraag in zijn lichtgewicht rugzak, begon de journalist en socioloog Herman Vuijsje in 1989 aan een vier maanden durende voettocht. Het was de duizend jaar oude pelgrimsroute naar het (vermeende) graf van Sint-Jacobus in Santiago de Compostela die Vuijsje volgde - maar dan in omgekeerde richting. Op die manier namelijk kon hij ""meelopen met de veranderingen die de Europese cultuur de afgelopen eeuwen heeft ondergaan': vanaf het hiërarchische, maar tevens "warme en geborgene' Galicië, naar het democratische, maar tevens "harde en amorele' Amsterdam.

Tussen juni en oktober 1989 bracht Vuijsje wekelijks in het Zaterdags bijvoegsel van deze krant verslag uit van zijn reis. Het zijn die (zeventien) afleveringen die ten grondslag liggen aan Pelgrim zonder God. Wel zijn diverse passages herschreven, opnieuw gerangschikt, of aanzienlijk uitgebreid. Het is een levendig boek geworden waarin afwisselende onderwerpen elkaar in stevig marstempo opvolgen: beschrijvingen van landschap en kerkarchitectuur, ontmoetingen met medepelgrims en beheerders van gasthuizen, historische wetenswaardigheden, beschouwingen over het zuidelijke katholieke leven, en allerlei aardige losse invallen.

Wat opvalt nu alle stukken bij elkaar staan, is de opgewekte en zonnige natuur van Vuijsje, zelfs als de regen hem letterlijk om de oren slaat. Breeduit schrijft hij over de "spontane hulp' die hij overal krijgt, over de "kostelijke indrukken en inzichten' die hij opdoet, en de saamhorigheid met andere pelgrims (zonder uitzondering "eigenzinnige' mensen). Vuijs-je ervaart alles even zorgeloos en geamuseerd, of het nu gaat om steile bergpassen, eindeloze hete vlaktes, grotendeels verlaten, tot puin vervallen dorpjes, of een onheilspellende avondmis - begeleid door donder en bliksem en uitvallend licht - in een pre-romaans kerkje waar zich eens wonderbaarlijke taferelen hebben afgespeeld.

Het grootste verschil met de kranteartikelen vormen de cultuur-kritische kanttekeningen die in de bundel zijn opgenomen. Misschien stoorde Vuijsje zich achteraf aan zijn eigen opgewekte natuur, was hij niet tevreden met de overheersend positieve strekking van zijn reisverhaal, of wilde hij die strekking juist scherper, zwart-witter, laten uitkomen. Hoe het ook zij, hij besloot zijn relaas aan te vullen met enkele harde woorden over de Westeuropese samenleving. De cultuur die daar heerst, zo vindt hij, is doortrokken van ""dreigend en oprukkend nihilisme', van ""doorgeschoten individualisme', van ""toenemende amoraliteit', en van ""opdringend ikke-denken dat niet meer door enige ideologie in toom wordt gehouden'. Aan het eind van de klaagzang klinkt er een machtig reveil: hernieuwde aandacht voor de christelijke traditie als oplossing voor de huidige morele malaise. Jammer, deze kanttekeningen. Al zijn ze niet talrijk, ze verstoren door hun weinig onderbouwde en al te stellige formulering de gelijkmatige toon van de tekst.

Jammer is ten slotte ook dat de bundel de foto's mist van de landschappen, de zwoegende pelgrims, en niet in de laatste plaats van de schrijver zelf zoals die zich - gefotografeerd bij zijn aankomst in Amsterdam - op 7 oktober 1989 aan de krantelezer presenteerde. Een gebruinde, tanige figuur met een gecompliceerde gezichtsuitdrukking: verbijsterd, verlegen, en tegelijk grimmig zelfbewust alsof hij al die hoofdstedelijke ikke-denkers wil toeroepen: ""2300 kilometer, doe me dat maar eens na.'

    • Henk Lagerwaard