Nazi-collectie nog onder de rechter in Oostenrijk

WENEN, 5 OKT. Weer heeft gisteren in Wenen de rechter geen uitspraak gedaan in de eindeloos slepende zaak van de kunstschat in het kartuizer klooster Mauerbach in het Wienerwald. De Nederlandse staat maakt aanspraak op 59 schilderijen uit deze enorme verzameling, die gebaseerd is op kunstroof tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's.

Na 1945 legden eerst de geallieerden beslag op de kunstwerken. Zij gaven daarna zoveel mogelijk terug aan de rechtmatige eigenaars. In 1952 werd het restant aan Oostenrijk gegeven. Tot 1969 gaf de Oostenrijkse overheid daarop, zo wordt in Wenen volgehouden, rond tienduizend kunstvoorwerpen (schilderijen, plastieken, boeken, munten, etcetera) aan mensen terug, die geloofwaardige claims indienden.

Het restant, toen nog zeshonderd schilderijen, vijfhonderd aquarellen en duizenden kleinere kunstvoorwerpen, probeerde men in de jaren 1969 tot 1972 onder de aandacht te brengen van mogelijke eigenaars overal ter wereld via de ambassades van Oostenrijk. Naar iedereen nu toegeeft werd dit zo terughoudend, zonder overtuiging en ongeïnteresseerd gedaan dat maar weinig reactie volgde. Minder dan honderd kunstwerken werden toen teruggegeven aan hun eigenaars.

Daarna sluimerden de kunstwerken, die geen van alle tot de topwerken van de kunsthistorie behoren, maar vaak een goede tweede of derde niveau hebben, achter de dikke muren van het veertiende-eeuwse klooster. Oostenrijk had het gênante probleem uit de nazi-tijd onder de mat geveegd, waar het in het gezelschap verkeerde van heel wat andere verzwegen, verdrongen, weggebagatelliseerde en dus onverwerkte kwesties uit de Tweede Wereldoorlog.

Pas toen Oostenrijk het symbool van deze houding tot president koos (Waldheim), ontstond er nieuwe internationale aandacht voor de nog altijd niet afgewikkelde kwestie van de Mauerbach-collectie. Het Oostenrijkse parlement nam daarop in snel tempo een wet aan, waarin een ditmaal groot opgezette poging om eigenaars te vinden werd geregeld. Tevens werd vastgelegd dat het overschot van de kunstvoorwerpen zal worden geveild en dat de opbrengst van deze veiling ten goede zal komen aan “Oostenrijkse nazi-slachtoffers”.

Sinds deze wet eind 1985 werd aangenomen is de Nederlandse overheid in actie gekomen om namens Nederlandse eigenaars 59 schilderijen te claimen. Deze actie was niet onomstreden. De Oostenrijkers wilden alleen particuliere claims behandelen en erkenden aanvankelijk de Nederlandse Staat niet als partij. Maar ook binnen de Nederlandse overheid vroegen sommige mensen zich af of men het Oostenrijkse spel wel mee moest spelen. Waarom gaf Oostenrijk niet alle door de nazi's geroofde kunstwerken aan de landen van herkomst terug, zoals Bonn had gedaan, zodat gedupeerden bij hun eigen overheden konden aankloppen voor hun bezittingen, zo werd betoogd. De regering in Wenen zal volkenrechtelijk moeten worden aangepakt en tot deze lijn gedwongen moeten worden.

Buitenlandse Zaken in Den Haag besliste anders en de Staat der Nederlanden staat nu voor een civiele Oostenrijkse rechter in een poging mogelijke bezittingen van zijn burgers los te weken uit de kloosterkelders. Makkelijk is dat niet. Nu, 46 jaar na het einde van de oorlog, staat de Oostenrijkse rechter erop dat het bewijs wordt geleverd dat het vermiste schilderij van nazi-slachtoffer X identiek is met het in Mauerbach rustende werk Y. Vaak een onmogelijke opgaaf, nu uiteraard het overgrote deel der gedupeerden inmiddels is gestorven. Kinderen of kleinkinderen moeten uit vage herinneringen bewijzen construeren om kans te maken iets terug te krijgen.

Rechter Gradischnik van het Weense Landesgericht is consciëntieus en vat zijn taak niet licht op. Jarenlang speelde hij een actieve rol in de socialistische partij (SPÖ) en van nazi-sympathieën kan hij niet verdacht worden. Maar zijn urenlange wikken en wegen gisteren in het Landesgericht staat wel in schrille tegenstelling tot de schande dat nazi-slachtoffers nu al bijna vijf decennia erop wachten dat hun mogelijk bezit door Oostenrijk wordt vrijgegeven.

De vraag moet ook wel opkomen of het enigermate rechtvaardig of zinvol is claims, die geen concurrentie hebben, en die uitdrukkelijk vermelden dat het om een schilderij van schilder A gaat die een landschap met brug, een gestrand schip of een wei met koeien voorstelt, toch af te wijzen omdat de opgegeven maten niet kloppen of een bijgeleverde foto van vijftig jaar geleden niet duidelijk is.

Het grootste deel van de door Nederland geclaimde schilderijen wordt door niemand anders opgeëist. Toch kon de rechter gisteren niet beslissen. Verdere studie is nodig. De enige toezegging die met enige moeite werd gedaan was dat de uitspraak over een deel van de claims niet langer dan zes maanden op zich zal laten wachten. Dat is zo tegen de 47ste verjaardag van de bevrijding.

    • André Spoor