In afwachting van spellenmateriaal uit Yokohama ...

In afwachting van spellenmateriaal uit Yokohama wil ik graag de schijnwerper nog eens zetten op de Wereldkampioenschappen van verleden jaar in Genève.

Die kampioenschappen bestonden, anders dan het WK dat nu in Japan wordt verspeeld, uit parentoernooien, en uit een "knock-out'toernooi voor teams. Onbesproken is gebleven een op het oog weinig spectaculair onderdeel van dit WK, dat in een nieuwe vorm een oude traditie voortzette. Het was het world par contest voor geïnviteerde spelers. In onze taal noemen we zo'n wedstrijd er een "met gelegde spellen'. Het gaat dan om geprepareerde spellen waarin een of meer speciale moeilijkheden zitten verwerkt die de speler of tegenspeler moet zien op te lossen. Wie de oplossing vindt ontvangt een waardering, die al dan niet is afgeleid van de moeilijkheidsgraad van het probleem.

Al in 1932 begon Ely Culbertson met de organisatie van "world par contests'. Mijn verre voorganger Frits Goudsmit organiseerde vóór de oorlog de Handelsblad-Bridgetoernooien met probleemspellen. Na de oorlog bleek de belangstelling voor dit soort krachtmetingen aan populariteit in te boeten. Mogelijkerwijs speelde hierbij mee dat in het spelen van dergelijke toernooien een zekere onnatuurlijkheid zit: doorgaans moet één speler diep nadenken, terwijl de andere drie in feite niets te doen hebben.

In 1951 en later in 1961 en 1963 probeerden Australische experts de "world par contests' nieuw leven in te blazen, maar tevergeefs. De Zwitserse international Pietro Bernasconi overtuigde de Wereld Bridge Federatie ervan dat de door hem ontworpen wedstrijdvorm wel degelijk de moeite waard was om in het WK-toernooi te worden opgenomen. Hij liet de 20 uitgenodigde spelers - uitsluitend grote namen - achter een computer plaatsnemen. Deze nam niet alleen de taak van de andere drie spelers over, maar deelde bovendien mee of een gekozen voortzetting fout was, hield verder de per spel beschikbare tijd bij en registreerde ten slotte de voor goede speelwijzen gewonnen punten.

Hier is zo'n spel, volgens mij een van de gemakkelijkste:

ß7 10 3 2 ß6 H 7 2 ß5 V B 4 3 ß4 A V 5

ß7 A V B 9 5 4 ß6 4 ß5 H 10 2 ß4 6 4 3

O opent met 1 SA (15-17), Z volgt met 2 ß7, W biedt 3 ß6 en na N's 3 ß7 verhoogt O tot 4 ß6 en besluit Z's 4 ß7 de bieding. W komt uit met ß6 V. Er lijken 6 ß7-slagen (via een snit op ß7 H), 3 ß5-slagen en ß4 A aanwezig te zijn, maar het probleem schuilt in het tekort aan entrees in de N-hand. Z moet beginnen met ß6 H te dekken, anders kan W meteen door N-s ß4-bezit heen spelen. O wint en speelt ß6 na. Na getroefd te hebben probeert Z door naar ß5 B te spelen aan tafel te komen. Maar O neemt en speelt ß5 terug. Z moet de slag met ß5 H nemen om later in ß5 nog naar N te kunnen oversteken. Als de kleur 3-3 verdeeld zit, is er niets aan de hand. Maar wat te doen bij de waarschijnlijker 4-2-verdeling?

In dat geval kan Z niet in ß5 naar de dummy om de ß7-snit te nemen. Hij moet hiervoor dus ß4 A gebruiken. Hij snijdt dan door ß7 10 voor te spelen en speelt al zijn troeven af. Deze positie ontstaat dan:

ß7 -- ß6 -- ß5 V 4 ß4 V 5

ß7 -- ß6 B 10 ß5 -- ß4 10 9

ß7 -- ß6 -- ß5 9 7 ß4 H B

ß7 5 ß6 -- ß5 10 ß4 6 4

Als Z nu ß7 5 speelt en in N ß4 5 wegdoet, kan O niets anders doen dan ß4 B afgooien. Op ß5 10 ziet Z of de ß5-kleur 3-3 zit, maar blijkt O nog 2 ß5-s over te hebben, dan kan Z van O's ß4 H gebruik maken om N's ß5 V te bereiken: hij brengt O met ß4 H aan slag en O moet dan met zijn laatste kaart, een ß5, de tiende slag aan de leider schenken. In de speeltechniek staat deze figuur bekend als de "stepping stone', een steen om de overkant te bereiken.

Er zit nog een valkuil in dit spel. Het lijkt alsof Z ook kan beginnen met ß4 A als entree te gebruiken om later een ß5 naar ß5 B te spelen. O zal duiken, Z troeft dan een ß6 in de hand om weer ß5 te spelen. Maar dit werkt niet omdat in de vierde ß4-ronde, nadat O ß5 A heeft genomen en ß5 heeft teruggespeeld, de dummy in dwang komt.

In de meeste van de andere twaalf spellen zaten nog ingewikkelder problemen verborgen. Iedereen had de grootste bewondering voor oud-wereldkampioen Benito Garozzo die met 7285 punten ver voor Bob Hamman (6045) en de Franse oud-wereldkampioen bridge en dammen Pierre Ghestem (5735) dit par contest won. Op de volgende zeven plaatsen vinden we Martel, Robson, Forrester, Sundelin, Mari, Mahmoud en Branco (3840). Tevoren was bedongen dat de scores van de overige tien spelers niet zouden worden gepubliceerd! Wie zelf eens wil zien hoe moeilijk de problemen waren, moet het toernooiboek raadplegen of het aparte boekje zien te bemachtigen dat sponsor Pamp heeft uitgegeven. Het toernooiboek is te verkrijgen bij de NBB (030-710.219).

In Yokohama is het Braziliaanse team, de huidige wereldkampioen, weer sterk favoriet, ofschoon het in de Zuidamerikaanse kampioenschappen de grootste moeite had van Argentinië te winnen. Een goed spel voor Brazilië was:

ß7 H V B 10 9 7 ß6 8 4 ß5 6 4 ß4 A 10 5

ß7 -- ß6 H B 3 ß5 A H B 9 ß4 H V B 6 3 2

Argentinië zat in 4 ß7. Na ß6-uitkomst bleek Z ß6 A-V te bezitten en een singleton ß7 : 1 down. Voor Brazilië opende Mello (W) met 2 ß7, Cintra informeerde met 2 SA naar de aard van de zwakke-twee en kreeg 3 ß4 ten antwoord, wat duidde op een "plaatje' in ß4. Hierop sprong Cintra ineens naar 6 ß4. Hier werd de ß6-uitkomst niet gevonden en twaalf slagen kwamen via de hooggetroefde ß7-kleur (Z bezat een doubleton ß4) binnen.

    • Bob van de Velde