Hoyerswerderadeel

Bijna niemand in Nederland heeft tot nu toe de moeite heeft genomen VVD-voorman Bolkestein hard tegen te spreken of ronduit bij te vallen naar aanleiding van zijn opmerkingen over islamieten en hun integratie in Nederland. Tegelijkertijd worden al weken in voormalig Oost-én West-Duitsland buitenlandse gastarbeiders en asielzoekers uitgescholden, met molotov-cocktails bekogeld en het dak van hun woonkazernes opgejaagd. In deze week van één jaar Duitse eenwording werden de vijandigheden wijd en zijd voortgezet.

De betrekkelijke stilte rond "Bolkestein' en de uitbarstingen van vreemdelingenhaat in Duitsland, wat hebben die met elkaar te maken? Uitspraken als de zijne kunnen hoogstens leiden tot het soort erupties als die in Duitsland, is de geaccepteerde reflex van weldenkend Nederland. Misschien is dat een reactie die langzamerhand onder druk van de Europese werkelijkheid komt te staan.

Hoyerswerda, het grauwe mijnstadje tegen de Poolse grens was in de derde week van september dagenlang de trieste condensatiekern zo niet van racisme dan toch van onmiskenbare vreemdelingenhaat. Eerdere aanvallen, in Saarlouis en Recklinghausen hadden al duidelijk gemaakt dat het geen geïsoleerd Oostelijk verschijnsel is. De ultra-rechtse verkiezingswinst van een week geleden in Bremen en een zomaar neergestoken Turk in Mönchen-Gladbach (vlak over de grens bij Venlo) woensdag bevestigen dat beeld.

Verschillen te over. Iedereen wist dat de "vereniging' zware sociale en economische offers zou gaan vragen. Duitsland met zijn welvarende imago werkt als een magneet op gedesillusioneerden uit het voormalige communistische blok. Daaronder velen uit Duitssprekende minderheden die hun kans schoon zien naar huis terug te keren, ook al kennen zij dat huis vaak niet. Dit jaar hebben hebben al honderdveertigduizend vluchtelingen asiel gevraagd. Van alle asielzoekers die sinds 1986 op Europa zijn afgekomen had volgens Oeso-gegevens de helft Duitsland als reisdoel.

De Duitse politiek zit midden in een hoogst gevoelig debat over verscherping van de wet en de praktijk van het tot nu toe gevoerde liberale asielbeleid. President en bondskanselier maakten op de feestelijke twee oktober duidelijk dat er redenen zijn te blijven hechten aan die naoorlogse traditie. Maar daarmee is de alarmerende realiteit niet bezworen. En het probleem is niet beperkt tot Duitsland.

In Frankrijk, waar al diverse golven vijandigheid tegen buitenlanders achter de rug zijn is het vooral oud-president Giscard d'Estaing geweest die de discussie rauwelijks heeft heropend. Zijn pleidooi het nationaliteitsbegrip te beperken tot bloedbanden en verblijf van de familie in Frankrijk niet zonder meer mee te rekenen, heeft Franse partijgenoten én liberale fractiegenoten van Giscard in het Europees Parlement ertoe bewogen schielijk afstand te nemen.

Daarmee is de kous niet af. De laatste tien jaar is een vrijwel constant derde deel van het Franse kiezersvolk van mening dat de leider van het Nationale Front, Le Pen verstandige oplossingen voor "het immigratie-vraagstuk' heeft. Tegelijkertijd vindt de helft tot tweederde van de kiezers hem “een gevaar voor de democratie”. Het land lijkt in hevig debat met zichzelf over het eigene en het vreemde.

Niet voor niets heeft Frankrijk een Hoge Raad voor de Integratie ingesteld. De president daarvan, Maurice Long relativeerde een week geleden in een vraaggesprek met Le Monde Giscards “invasie” van buitenlanders. De situatie is allerminst catastrofaal, het is een komen én gaan van vreemdelingen, maar “heel wat Fransen zijn bang op het ogenblik - wij leven in een periode van gebrek aan zelfvertrouwen, van pessismisme, van zwaarmoedigheid (morosité) -, zij halen hun schouders op over feiten, cijfers en uitleg die zij krijgen”, aldus Long.

De Hoge Integrator erkende dat de officiële cijfers geen rekening hielden met illegalen en dat de rationele, technocratische reactie op de immigratie de gevoelens van angst over bedreigde werkkansen en levensstijl allerminst kan wegnemen. In zijn voorzichtig getoonzette betoog liet Long er overigens geen misverstand over bestaan dat voor nieuwkomers “tekenen van aanpassing aan onze maatschappij en kennis van de Franse taal vereist zijn”.

Daarmee formuleerde hij als vanzelfsprekendheid een van de pijlers van Bolkesteins betoog, uitgesproken op een congres van de Liberale Internationale in Luzern en uitgewerkt in een groot stuk in De Volkskrant van 12 september. Iedereen in Nederland mag doen en zeggen wat hij wil, het voedsel eten, de kleding dragen en de godsdienst volgen die zijn voorkeur geniet, maar “moslim-meisjes van schoolplichtige leeftijd moeten naar school, zelfs als zij de puberteit hebben bereikt. Hier moet onze wet boven hun gebruik gaan.”

Van voorbeeld naar principe reikend zei Bolkestein in zijn Zwitserse toespraak letterlijk: “If everyone's cultural identity is allowed to persist unimpaired, integration will suffer”. Daarmee keerde hij zich tegen de Nederlandse politiek die hoopt op integratie met behoud van identiteit.

De reacties op deze steen in de Nederlandse vijver varieerden van voorspelbaar tot vaag. In de politiek is het zwijgen dominant geweest. Minister-president Lubbers ging een stapje verder, toen hem op zijn persconferentie aan de vooravond van de Troonrede naar de kwestie werd gevraagd. “Ja, Bolkestein...”, was zijn eerste strofe, op zoek naar meelachers.

Vervolgens haalde hij uit naar de VVD-leider met de opmerking dat hij het liberalisme in Nederland niet graag zou bestrijden door “liberale excessen” in het buitenland aan te vallen. Een riskante manier op te zeggen: wrijf islamieten in Nederland Khomeiny c.s. niet aan. Waarna Lubbers pleitte voor integratie van buitenlanders in Nederland door middel van emancipatie van hun groep. Verzuilde emancipatie.

Dat wil zeggen: wat deze eeuw bij Nederlandse katholieken, kleine luiden en arbeiders is gelukt, zou bij Turkse, Marokkaanse en andere islamieten ook moeten kunnen. Laat ons nu maar gewoon doorgaan met de formule opvang - opstapproject - overleg - subsidie - eigen school. Lubbers: “Natuurlijk moet iedereen zich houden aan de wet, maar die mensen moeten zich ontplooien op hun manier.”

Hoyerswerda is anders. De vraag is hoe anders. Tweede Kamerleden, die volgende week hun Algemene Beschouwingen houden, zouden zich met de ingezonden brieven in plaatselijke kranten in de Randstad in de hand kunnnen afvragen hoe lang degenen die de dagelijkse last dragen van de "integratie' daar vreedzaam toe bereid zijn. Zo anders zijn Nederlanders ook niet? Inschikkelijkheid is een dierbaar, maar mondiaal vrij onbekend Westers gebruik.

    • Marc Chavannes