Dilemma Navo: vernieuwing of vergetelheid; "We worden steeds actiever ten aanzien van Oost-Europa'

BRUSSEL, 5 OKT. De veranderingen in de Sovjet-Unie en de gewijzigde verhoudingen in Centraal- en Oost-Europa plaatsen de NAVO voor een wezenlijk dilemma: de organisatie zal nieuwe taken op zich moeten nemen of ze zal geleidelijk wegzakken in een sluimerend bestaan. Het wordt steeds duidelijker dat de Atlantische Verdragsorganisatie geen tegenstander meer heeft en dat de militaire betekenis van de organisatie steeds verder afneemt.

Diplomaten op het hoofdkwartier van de NAVO zijn van oordeel dat de voorkeur moet worden gegeven aan het eerste scenario: nieuwe taken. Binnen de organisatie is een stevige discussie aan de gang over een verschuiving van het accent van de traditioneel militaire taak van de organisatie naar een meer politieke rol. “Mocht dit scenario niet haalbaar zijn, dan is er overigens nog geen reden om de NAVO op te heffen”, zegt een diplomaat. “Ik zou in elk geval de militaire commandostructuur willen behouden, zodat er in geval van een crisis een basis is waarop eventueel weer iets gebouwd kan worden, ook al gaat de omvang van het militaire apparaat de komende jaren drastisch naar beneden. De huidige revolutie in de Sovjet-Unie wordt wel vergeleken met de Franse revolutie, maar die leverde uiteindelijk een Napoleon op. Op zoiets moet je altijd voorbereid zijn.” In deze minimalistische optie blijft de NAVO voortbestaan als "een verzekeringspolis' die ergens in een la ligt.

Maar in Brussel verheelt men niet dat men dat wel erg weinig zou vinden. Diplomaten op het NAVO-hoofdkwartier werken, ook in het besef dat de werkgelegenheid van velen er mee gemoeid is, aan voorstellen die de organisatie een tweede leven moeten geven. Deze voorstellen zullen tijdens de komende topconferentie van de NAVO, die begin volgende maand in Rome wordt gehouden, concrete invulling moeten krijgen. In verband daarmee wordt binnen de organisatie al maandenlang uitvoerig gesproken over een strategie-document, waarvan inmiddels een negende versie ter tafel ligt. Dit document zal enerzijds duidelijk moeten maken dat de NAVO nog wel degelijk bestaansrecht heeft en tegelijk zal het de basis moeten verschaffen voor het werk van de militaire planners.

“Het bestaansrecht van de NAVO wordt daarin voldoende onderbouwd om de organisatie nog heel wat jaren in stand te kunnen houden”, meent een andere diplomaat, die de organisatie binnenkort verlaat. “Het wordt een andere, meer politieke NAVO. Het zou ook zonde zijn om alles wat je hebt opgebouwd aan onderling overleg en begrip overboord te zetten. Voor een relatief gering bedrag heb je een aantal garanties die staten afzonderlijk niet kunnen scheppen. Bovendien worden we gedwongen samen met de Verenigde Staten aan een consensus te werken. Ik zie hoe de organisatie werkt. Dit is geen log apparaat dat geen nut heeft. Het is wel degelijk een apparaat dat zijn invloed doet gelden, niet alleen in de aangesloten landen, maar ook in de landen van Oost-Europa. Voor ons mag de relevantie van de NAVO dan minder duidelijk zijn geworden, voor de Oosteuropeanen is ze nu des te groter”, aldus de diplomaat, die vervolgens verzucht: “Het lijkt wel een geloofsbelijdenis”.

Het document over de politiek-militaire strategie, dat vele pagina's zal tellen, is een concrete uitwerking van de verklaring van de NAVO-top in 1990 in Londen en van de NAVO-raad van 6 en 7 juni dit jaar in Kopenhagen. Daarin werd een duidelijke handreiking gedaan naar de landen van Oost- en Midden-Europa alsook naar de Sovjet-Unie. In de verklaring van Kopenhagen verwelkomden de NAVO-landen “de aanzienlijke toename in de contacten van het bondgenootschap en zijn leden met de Sovjet-Unie en de andere landen van Midden- en Oost-Europa, nu zij de vriendschapshand aanvaarden die verleden jaar in Londen door de bondgenootschappelijke staatshoofden en regeringsleiders naar hen werd uitgestoken”. Het is in deze richting dat de NAVO haar nieuwe taken zoekt.

Eén van de mogelijkheden daartoe is uitbreiding van de contacten van de NAVO met de Oosteuropese ambassadeurs in Brussel. Zo vertegenwoordigt de Sovjet-ambassadeur in België zijn land ook bij de NAVO. “Wij nodigen hem regelmatig uit om hem op de hoogte te houden van wat we doen”, vertelt een diplomaat die nauw bij dat overleg betrokken is. “Ook met andere Oosteuropese ambassadeurs is dat het geval. Je kunt je voorstellen dat dergelijk overleg geïntensiveerd wordt en dat er regelmatig ontmoetingen worden georganiseerd tussen de Oosteuropese ambassadeurs en de ambassadeurs van de lidstaten bij de NAVO.”

Overigens zijn niet alle lidstaten voorstander van een versterking van deze zogeheten liaison-constructie. Vooral Frankrijk verzet zich daartegen. Dat land vindt dat het takenpakket van de organisatie niet mag worden uitgebreid. De Duitsers zijn wel voorstander van versterking van het contact met de landen van Midden- en Oost-Europa, maar zij zien niets in een eventueel lidmaatschap van deze staten. Diplomaten achten de kans op toetreding van nieuwe landen dan ook niet erg groot, hoewel sommige staten in Oost-Europa daar wel voor voelen. Eén van hen zegt: “Als de NAVO tegen Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije zou zeggen: "jullie zijn zo democratisch, en jullie hebben bovendien een markteconomie, dat we jullie wel militair willen beschermen', wat doen we dan met de rest, de Baltische landen en Roemenië? Waar trek je de grens?”

De topconferentie in Rome zal zich er daarom toe beperken dat de in Londen uitgestoken hand nog wat verder wordt uitgestrekt. “De terughoudendheid die er wat dat betreft een jaar geleden nog was wordt geleidelijk afgelegd, zeker na de staatsgreep van 19 augustus. We worden steeds actiever ten aanzien van de landen in Oost-Europa”, aldus een NAVO-functionaris. Daarbij denkt men vooral aan nieuwe taken, zoals het waar mogelijk steun bieden bij conversie in de Oosteuropese landen - het geschikt maken van militaire produktielijnen voor civiele doeleinden - alsook aan regelingen voor noodsituaties, zoals natuurrampen, waardoor sneller hulp kan worden geboden.

Op het hoofdkwartier van de NAVO wordt wel toegegeven dat dit in strikte zin geen NAVO-taken zijn, althans niet in de zin waarvoor de verdragsorganisatie oorspronkelijk is bedoeld. Er wordt als het ware andere waar in de etalage geplaatst, omdat het oude spul niet zo goed meer verkoopt.

Revitalisering van de NAVO door de organisatie ook een rol te geven buiten het verdragsgebied zit er niet in, omdat de meerderheid van de staten niets voor "out of area'-activiteiten voelt. De Amerikanen zijn geen tegenstanders van verbreding van de rol van de NAVO, maar ze beginnen er niet over omdat Europa daar toch geen trek in heeft. In Rome hoeft wat dat betreft niets te worden verwacht. De opvatting van president Bush is dat de Amerikanen in Europa zullen blijven zolang ze daar noodzakelijk en gewenst zijn, maar het is wel duidelijk dat het aantal Amerikaanse militairen in Europa, inmiddels al teruggebracht van 350.000 naar 280.000, verder zal dalen dan het nu officieel beoogde minimum van 150.000. Zelfs 100.000 lijkt geen magische grens meer te zijn. “Maar de Verenigde Staten zullen als stabiliserende factor blijven in Europa, zolang dat gewenst is”, onderstreept een Brusselse diplomaat.

De recente aankondiging van president Bush dat de te land gestationeerde kernraketten voor de korte afstand zullen verdwijnen, is in Brussel bepaald niet als een verrassing gekomen. Secretaris-generaal Wörner had de laatste twee maanden al enkele malen iets dergelijks laten doorschemeren. De aankondiging dat de kruisraketten op schepen ook zullen worden teruggetrokken was wel een verrassing. Toch past die aankondiging wel in het beleid van de NAVO. “Als je wat wil inleveren, dan is de tijd daarvoor nu aangebroken”, meent een diplomaat, die daaraan toevoegt dat de eenzijdige terugtrekking nog een voordeel heeft: “Je hoeft nu geen kostbare verificatie-mechanismen op te zetten om de naleving van wederzijdse terugtrekking van dit type wapens te controleren. De controlemechanismen die zijn ingesteld ten behoeve van de naleving van het INF-verdrag (voor de kernwapens voor de middellange afstand) en het CFE-verdrag (over de conventionele bewapening) en straks wellicht ook in het "Open Skies'-akkoord bieden voldoende zekerheid. Die inspecteurs hebben hun ogen niet in hun zak”, aldus een Westerse diplomaat. Verwacht wordt dan ook dat de NAVO in Rome haar steun zal betuigen aan de plannen van president Bush.

In Brussel wordt er verder op gewezen dat de timing van het initiatief van Bush zodanig gekozen is dat de Russen nog de tijd hebben met een passende reactie te komen die nog kan worden betrokken in de tekst van het strategie-document dat in Rome aanvaard moet worden. Dat strategie-document zal richtinggevend zijn voor de toekomst van de verdragsorganisatie, maar gezien het tempo van de ontwikkelingen is het de vraag hoe lang dit document relevant zal zijn, zo realiseert men zich op het NAVO-hoofdkwartier.

Eén van de onzekere factoren voor de NAVO-top is de komende EG-top in december in Maastricht. Vanuit de NAVO wil men ondersteuning geven aan de gedachte van een "Europese defensie-identiteit'. “Het is nog altijd niet duidelijk wat de Twaalf gaan doen. De Amerikanen van hun kant zouden graag steun geven aan versterking van de Europese defensie-samenwerking, maar voorkomen moet worden dat we eerst een succesvolle NAVO-top in Rome krijgen, gevolgd door een mislukte EG-top in Maastricht”, zegt een NAVO-diplomaat.

Wat de Amerikanen betreft mag de EG meer verantwoordelijkheid naar zich toe trekken en in Rome zullen de inspanningen van de Gemeenschap voor vrede in Joegoslavië dan ook expliciet worden toegejuicht, hoe gering het succes van die inspanningen tot dusver ook is geweest. Maar zolang er geen overeenstemming bestaat over "out of area'-operaties van de NAVO zullen de VS zich niet bemoeien met de Joegoslavische burgeroorlog, hoezeer die de Amerikanen ook verontrust. “Joegoslavië heeft tenslotte grenzen met twee NAVO-landen”, zegt een diplomaat nadenkend. “En Amerika wil bijdragen aan de stabiliteit in Europa...”

    • Herman Amelink
    • Frits Schaling