Dennis &e Grard, Anton & Edmund, Frank & Ronald: tweelingen in eredivisie; "Mijn broer en ik vinden elkaar blindelings'

De twee doelpunten die Sparta zondag maakte tegen FC Twente waren het resultaat van de soepele samenwerking tussen de tweelingbroers De Nooijer. Linksback Gérard gaf de ballen voor en centrumspits Dennis schoot en kopte ze in. “Samen scoren. Mooier kan het toch niet?” Afgezien van de gebroeders De Nooijer (22 jaar) voetballen er in Nederland nóg twee tweelingen op het hoogste niveau: Anton en Edmund Vriesde (22 jaar) bij FC Den Haag en Frank (Ajax) en Ronald (FC Twente) de Boer (21 jaar).

ROTTERDAM, 5 OKT. Volgens Dennis en Gérard de Nooijer is het geen uitzondering dat hun samenspel succes oplevert. In hun periode bij de jeugd en in het tweede elftal van Sparta scoorden ze vrijwel wekelijks één keer op dezelfde wijze als afgelopen zondag. “Ik sta gewoon altijd op de goede plaats bij een voorzet van Gérard. Ik weet precies waar die bal terechtkomt”, zegt Dennis de Nooijer. Daar hebben hij en zijn broer geen speciale tekens of seintjes voor nodig. “Noem het maar een kwestie van gevoel. Een één-twee tussen ons gaat ook vrijwel nooit mis. Dat kan bijna geen toeval zijn.”

Prof.dr. J.F. Orlebeke zegt dat het elkaar blindelings vinden en aanvoelen van een tweeling op het sportveld niet genetisch bepaald is. Orlebeke is hoogleraar psychologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en houdt zich al ruim zes jaar bezig met tweelingenonderzoek. Orlebeke stelt bovendien dat hij bij het gedrag op het voetbalveld in eerste instantie naar ééneiige tweelingen zou kijken. Eéneiige tweelingen (monozygoten) zijn genetisch honderd procent identiek en tweeëiige (dizygoten) gemiddeld vijftig procent. “Maar”, zegt Orlebeke, “twee willekeurige spelers in een elftal kunnen samen ook zo'n doelpunt maken. Die kennen elkaar misschien al heel lang en voelen elkaar perfect aan.”

Volgens Ajacied Frank de Boer zullen die elkaar toch nooit zo goed kunnen kennen en aanvoelen als een tweeling. “Wij”, wijst de linksachter op zichzelf en zijn broer Ronald, “weten echt alles van elkaar, automatisch.” Edmund Vriesde: “Wij hebben precies dezelfde interesses, dezelfde humor, alles is hetzelfde. We hebben ook nooit een meningsverschil.” De Vriesde-tweeling heeft nog twee andere broers, van drie en vier jaar ouder. “Maar daar hebben we gewoon een hele andere band mee dan met elkaar.”

Het meest opmerkelijke verhaal over de gelijkenis bij tweelingen dateert van 1979 uit de Verenigde Staten. De universiteit van Minnesota voerde een onderzoek uit onder tweelingen die lange tijd gescheiden hadden geleefd. Men vond twee broers van boven de 30 jaar die vlak na hun geboorte uit elkaar waren gehaald en van elkaars bestaan niets hadden geweten. Toch leken ze, zo bleek bij de eerste ontmoeting in Minnesota, in alle opzichten als twee druppels water op elkaar. Beiden waren brandweerman, ongehuwd, hadden een snor en opvallende bakkebaarden en dronken zelfs hetzelfde soort bier en deden dat ook nog op dezelfde wijze, met de pink aan de onderkant van de fles.

Bij FC Den Haag zegt trainer Co Adriaanse duidelijk voordeel te halen uit het feit dat Anton en Edmund Vriesde als tweeling elkaar aanvoelen en door en door kennen. Ze zijn beiden verdedigers en werken door hun zeer hechte onderlinge band uitstekend samen. In het tweede elftal stonden de broers uit Zoetermeer afgelopen seizoen regelmatig als centraal duo opgesteld. “En dat ging perfect, vanaf het allereerste moment”, beamen ze. “Met een andere speler moet ik veel meer praten dan met mijn broer”, legt Edmund Vriesde uit. “Als wij in een wedstrijd twee woorden tegen elkaar zeggen is dat veel. Met een ander moet je voortdurend afspreken welke tegenstander jij pakt en welke hij. Met Anton hoeft dat niet. Dan weet je het allemaal al.”

Trainer Adriaanse is van plan Anton en Edmund Vriesde binnenkort met z'n tweeën in het centrum van de verdediging te posteren. Nu staan ze daar ook al, als mandekkers, maar hebben ze nog een andere speler, als vrije verdediger, bij zich staan. Dat heeft alleen met een gebrek aan ervaring te maken. Adriaanse: “Ik kan het de jongens Vriesde nu nog niet aandoen om ze tegen aanvalsduo's van een klasse als Romario-Kieft of Djurovski-Meijer te zetten.” Adriaanse vindt het heel belangrijk dat één van zijn twee centrale verdedigers, die “op z'n Engels” spelen, met rechts schiet en de ander met links. En dat is bij de broers Vriesde het geval. Anton is rechts en Edmund links.

Dat komt volgens professor Orlebeke regelmatig voor. Bij ééneiige tweelingen wordt dat mirror imagine genoemd, spiegelbeeldig. “De kruinen kunnen dan bijvoorbeeld ook aan verschillende kanten zitten.” Ook Frank en Ronald de Boer schoppen met verschillende benen tegen de bal. Frank schiet met links, maar schrijft weer met rechts en Ronald precies andersom. Dennis de Nooijer is rechtsbenig, zijn broer Gérard links. Bij tweeëiige tweelingen is zoiets toeval, zegt Orlebeke.

De Amsterdamse hoogleraar noemt het aantal tweelingen dat op het hoogste niveau voetbalt “eigenlijk wel veel”. Eén op de vijftig inwoners van Nederland behoort tot een tweeling. Jaarlijks komen er ongeveer zo'n 2000 duo's bij. Orlebeke rekent voor dat statistisch twee à drie spelers in de eredivisie de helft van een tweeling zouden moeten zijn. Maar dat zijn er nu dus zes. Orlebeke is geneigd ook dit, voorlopig, toeval te noemen. De huidige situatie lijkt namelijk een uitzondering te zijn. Van vroeger zijn in het Nederlandse topvoetbal alleen de Brabanders Willy en René van de Kerkhof, respectievelijk 63 en 47 keer international, als tweeling bekend.

Volgens Dennis en Gérard de Nooijer hebben ze altijd een positieve uitwerking op elkaars prestaties en motivatie gehad. Ze wilden, zeggen ze, nooit voor elkaar onderdoen. Dat zorgde voor een belangrijke stimulans. “Zelfs met tafelvoetbal wilde ik vroeger niet van hem verliezen”, vertelt Gérard de Nooijer. Dennis herinnert zich niet dat hij in zijn carrière ooit één keer de training heeft verzuimd als zijn broer wel ging. Orlebeke spreekt van een “voortdurende competitie” bij tweelingen onderling. Bij gewone broers ligt dat volgens de Amsterdamse hoogleraar anders. “Daar wordt het door het leeftijdsverschil sneller geaccepteerd dat de één ergens beter in is dan de ander.” Edmund Vriesde, tien minuten jonger dan Anton, ziet op een ander vlak voordelen van het voortdurend met z'n tweeën optrekken. “We konden altijd samen iets met een bal doen.”

Dennis de Nooijer wilde viereneenhalf jaar geleden alleen bij Sparta komen spelen als dat samen met zijn broer kon. Dat legt hij nu vooral uit als praktische redenen. Elke dag moest - en moet - van Vlissingen of Oost-Souburg naar Rotterdam worden gereden. “We kwamen toch uit Zeeland naar de grote stad toe”, zegt Dennis de Nooijer. “En samen voel je je dan gewoon sterker.” Voor “een beetje meer geld” zou hij niet naar een andere club gaan en zijn broer bij Sparta achterlaten. “Maar kan ik me echt goed verbeteren, sportief of financieel, ja, dan wordt het een andere zaak natuurlijk.”

De broers Vriesde speelden één seizoen bij verschillende clubs, Anton bij Ajax en Edmund bij FC Den Haag. Ze hadden er, vertellen ze, totaal geen problemen mee. “Misschien was het wel goed elkaar eens los te laten.” De ouders van de De Nooijers stopten de twee broers op de middelbare school bewust in verschillende klassen. Later kwamen ze toch weer naast elkaar in de schoolbanken terecht nadat Gérard was blijven zitten. “De leraren zeiden dat ik er expres met mijn pet naar had gegooid omdat ik dan weer bij Dennis in de klas zou komen. Maar dat was dus niet zo.”

Frank en Ronald de Boer spelen dit seizoen voor het eerst bij verschillende clubs. Dat was onvermijdelijk. De kans dat Ronald, een aanvaller, het eerste elftal van Ajax zou halen werd klein geacht. Maar hij wilde wel graag in de eredivisie spelen. Daarom besloot Ronald naar FC Twente te vertrekken. Van enige aarzeling omdat de broers dan gescheiden door het leven moesten gaan, was volgens de twee geen sprake. “Misschien dat ik me zonder m'n broer nu alleen wat meer verveel”, zegt Frank de Boer.

    • Hans Klippus