De verbittering na De Nacht; "Er zijn zeer veel nare dingen naar boven komen drijven'; De val van het kabinet-Cals in dagboeken en brieven

Tot aan de nacht van Schmelzer had mr. Joseph Cals (1914-1971) nooit een opvallende bewaarzucht getoond. Van de lange periode - van 1952 tot 1963 - waarin hij als minister van Onderwijs werkzaam was, resteren weinig egodocumenten in het archief-Cals van het Katholiek Documentatiecentrum in Nijmegen.

Hoe anders is het gesteld met de gebeurtenissen rond en na de val van zijn kabinet in de nacht van 13 op 14 oktober 1966, bijna 25 jaar geleden. Nog diezelfde nacht begon Cals met balpen een minutieus dagboek bij te houden in een overigens heel gewone Margriet-blocnote. Dit dagboek loopt op 23 november af als hij de regering overdraagt aan prof. Zijlstra. Alle (telefoon)gesprekken die met de vorming van een nieuwe regering - of een herstel van de oude! - te maken hadden, noteerde hij. Zo is de lezer getuige van de mislukte formatiepoging van Schmelzer en de geslaagde informatie van Beel, die de weg naar het interim-kabinet Zijlstra zou effenen. Voor Cals was daarin geen plaats meer. De nacht van Schmelzer was zijn politieke einde geworden.

Had hij gehoopt op een glorieuze reconstructie van zijn gevallen kabinet? Ja, zei Zijlstra onlangs. De dagboekaantekeningen laten daarover de nodige twijfel. Cals wilde misschien nog wel, maar niet meer tot elke prijs. De verhoudingen waren wat hem betrof al te grondig verstoord. Meermalen oefenen mensen als Biesheuvel, De Jong en Luns druk op hem uit, maar telkens zegt hij: liever niet. Toch biedt de informatie van Beel op een zeker moment een opening, maar dan zijn het de socialisten - nog geschokt door de ingreep van Schmelzer in oktober - die afhaken. En zonder de socialisten, hoefde het voor Cals helemaal niet meer.

Als de kansen definitief verkeken zijn, maakt Cals een verbitterde indruk. Dat blijkt vooral uit het dagboek van Marga Klompé, die al even nauwgezet de gebeurtenissen boekstaafde. Klompé was de boezemvriendin van het echtpaar Jo en Truus Cals. In de nacht van Schmelzer "verraadde' zij Cals - zó hebben hij en zijn vrouw dat althans ervaren. Klompé stemde in het fractieberaad van de KVP voor de motie van Schmelzer, waarin deze de regering om meer financiële waarborgen vroeg. Cals interpreteerde die motie, evenals de meeste van zijn ministers, als een motie van wantrouwen, hoewel Schmelzer dat ontkende. Vervolgens bood Cals het ontslag van zijn KVP-PvdA-ARP-kabinet aan.

De verstoorde relatie met Klompé loopt als een rode draad door de collage van dagboekaantekeningen en brieven die wij in chronologische vorm op deze pagina's afdrukken: een unieke parlementaire periode, gereconstrueerd aan de hand van authentiek materiaal van de deelnemers en reagerende buitenstaanders. Wij vonden slechts één losse aantekening waarin Cals rechtstreeks commentaar leverde op de houding van Klompé in "de nacht': ""Tel. Marga Klompé: naar aanleiding brief: sans rancune, hoe onverantwoord en onbegrijpelijk ik optreden ook vind.''

Toch zou de wrok, zowel bij Cals als bij zijn vrouw, die eerste tijd nog vaak de kop opsteken in de contacten met Klompé. Cals moet het gevoel hebben gehad dat hem groot onrecht was aangedaan. Daarvan getuigen ook zijn in de marge gekrabbelde commentaartjes op de brieven die hij van verontruste Nederlanders kreeg. Ruim honderdvijftig brieven die hij allemaal bewaarde en waarvan er - zoals hij met trots vaststelde - maar drie negatief waren - en die drie kregen een verbazingwekkend uitvoerig antwoord.

Cals bleef Schmelzer na "de nacht' met koele wellevendheid bejegenen. Hij was er nu eenmaal niet de man naar om zijn woede op personen af te reageren. Pas twee jaar later kon hij zich niet meer inhouden. Voor de buitenwereld is dat onopgemerkt gebleven, maar ook hiervan liggen in het archief-Cals de stille getuigen. Cals, die zich tot de KVP-radicalen rekende, werd uitzinnig boos op Schmelzer toen deze met Biesheuvel (AR) en Mellema (CHU) onverwacht in februari 1968 op de tv verscheen om het "samen uit, samen thuis' van de drie christelijke partijen te verkondigen.

Het was alsof zich bij Cals pas toen de woede jegens Schmelzer ontlaadde die hij in de twee jaar daarvoor had opgekropt. In felle brieven en telefoongesprekken riep hij Schmelzer ter verantwoording.

In het archief-Cals bevinden zich uit 1968 zelfs drie brieven - aan het ANP, de Koningin en premier De Jong - waarin Cals zijn afscheid van de KVP aankondigt. ""Ik heb mijn uiterste best gedaan om een scheuring te voorkomen'', schreef Cals aan De Jong. ""Helaas is dat door een onbegrijpelijk ontactisch optreden van partij en fractievoorzitter (...) niet gelukt. De gevolgen daarvan zijn ook voor mij persoonlijk nogal triest, al ben ik sedert 15 oktober 1966 een en ander gewend!''

Het bijzondere van die brieven is vooral dat ze nooit zijn verstuurd. Beel en Romme brachten Cals van zijn snode voornemen af. Maar terug in de politiek wilde hij niet meer: zó gek kregen ze hem niet.

11 oktober 1966 Brief van Marga Klompé aan Cals.

Lieve Jo,

Dat Anne (Vondeling - red.) teleurgesteld is bleek toen hij langs Norbert lopend, toen die zat te eten, tegen hem zei: ""Ik hoop dat je - als je nog eens met een formatie te maken hebt, geen PvdA-man meer bereid zult vinden min. van Financiën te worden!''

Hoop van harte dat jullie wèl poging tot overtuiging doen. M.i. twee zaken te onderscheiden. Huidige begroting en gevolgen voor '68. Is er al dan niet dekking en is het uitgavenpeil structureel verantwoord. Tweede zaak: grote structurele problemen voor komende jaren van dit overbevolkte kleine land (...) De vraag is of jullie antwoord ons de indruk geeft, dat jullie de problematiek ook zo zien, en dat je kunt aantonen dat men intern hier al mee bezig is.

Ook morgenochtend zal er onder geen voorwaarde een beslissing vallen. Ik hoop dat die vergadering (van de KVP-fractie - red.) apaiserend kan werken. Het is van belang met welke golflengte zij donderdag luisteren. Wij hebben morgen nog wel contact.

14 oktober Dagboek Cals

IIe Kamer 03.15

S. (Schmelzer - red.) komt binnen: "Wordt moeilijk gesprek.'

Ik - niet nodig! - even goede vrienden ook bij verschil van inzicht.

S. - fractie komt met motie; begrijp dat die voor Kabinet onaanvaardbaar is - geeft mij tekst - ik beaam onaanvaardbaarheid.

S. beklemtoont dat vertrouwen bij deel van de fractie niet meer aanwezig is en dat veel (10 à 15) voor motie Toxopeus zou stemmen, hetgeen kabinet toch tot aftreden zou dwingen èn grote splitsing in KVP zou manifesteren. Daarom voorkeur voor motie die eenheid in fractie kan redden. S. voegt eraan toe: zal zeggen dat motie niet gericht is tegen huidige coalitie en niet tegen program Cals. S. zegt op vraag mijnerzijds: als Zijlstra er zat i.p.v. Vondeling zouden wij Kabinet wel steunen! Ik noem die reactie ontstellend en wijs erop dat motie, die als zakelijk geschilpunt wordt gepresenteerd dan oneerlijk is. S. zegt dat het nu eenmaal zo ligt bij de achterban.

14 oktober 5.30 Brief van Marga Klompé aan Cals

Lieve Jo,

Dit wordt geen politieke brief. Ik heb er behoefte aan om je, zonder sentimentaliteit, mijn stem van zojuist te motiveren, want nog nooit was ik in politicis zo innerlijk verscheurd over een situatie.

Als oud-minister dit soort situaties kennende, ging mijn hele menselijke solidariteit naar jullie uit. Daar heb je verdomd weinig aan, als dat naar buiten niet blijkt, zul je zeggen en dan heb je gelijk.

Nodig was, naar twee kanten duidelijkheid. Jij had er terecht zelf om gevraagd en voor de democratie was dat ook nodig. Ik geloof dat je gelijk had om de boodschap door te geven dat een minderheid van plusminus 10 (in de KVP-fractie - red.) voor jou al reden genoeg was om te menen, dat de KVP niet voldoende vertrouwen had.

Jullie antwoord over de loonpolitiek vond ik bevredigend. Het antwoord over maatregelen te nemen resp. het voorbereiden van maatregelen voor de opvolgers was m.i. niet krachtig genoeg, maar daar was ik overheen gestapt.

Een grote groep in de fractie (meer dan 10) wilde echter de dekking '67 erin en dat was voor jullie natuurlijk 't ergste. Het gevaar was levensgroot dat de KVP uit elkaar zou donderen. Van partijbelang uit gezien mag dat geen rol spelen, als het landsbelang ermee geschaad is. Ik heb mij vannacht dan ook losgemaakt van mijn vice-presidentschap van de partij. De vraag is echter of het landsbelang gediend is met het uiteenvallen van de KVP op het moment dat de PvdA - zie praeadvies PvdA voor novembercongres - bezig is "scherp' naar links te trekken. Het feit dat Nederhorst in tweede ronde ons uitlokte om de crisis te maken, was voor mij reden om juist aan jullie kant te blijven staan, want zij kunnen deze breuk, door ons verwekt momenteel goed gebruiken. Maar zowel in geval van een uiteengevallen PvdA, als een hechte, die naar links trekt is het noodzakelijk dat er bij ons geen interne breuk komt, anders heeft de VVD c.s. het straks helemaal voor het zeggen. Ik had dus de keuze (...) tussen het uit elkaar vallen van de KVP en het tonen van mijn solidariteit met je kabinet. De situatie is nu uitermate moeilijk, ik ben mij daarvan bewust. Maar de crisis zou toch gekomen zijn gezien het feit dat een grote groep in de fractie niet te overtuigen was.

M.i. gaat de partij hier niet mee naar rechts, daarvoor is in het debat een te groot aantal beleidspunten positief benaderd.

Voilà! Ik zal het begrijpen, als je het niet met mijn decisie eens bent en mij mijn houding kwalijk neemt. Ik zou het uitermate betreuren, als dit een duw zou geven aan onze vriendschap, maar dat is aan jou om te beslissen.(...)

14 oktober Dagboek Klompé.

Met name figuren als Blaisse, Nelissen, Notenboom, Van Son, en anderen, zijn voortrekkers geweest van het wantrouwen, daarin helaas gesteund door de fractievoorzitter. Ik heb nog in de nacht een brief aan Cals geschreven om mijn steun te verklaren.

11 uur een telefoon van Romme, die inlichtingen vraagt over de gang van zaken (...) Hij deelde mijn mening dat het uiteen vallen van de KVP op dit moment zeer schadelijk zou zijn geweest voor het landsbelang en dat het dus juist was, dat ik voor de motie heb gestemd.

14 oktober (Brief van prof.dr. W.F. de Gaay Fortman aan Cals).

Beste Jo,

Het is een behoefte des harten je even te schrijven. Ik was eenvoudig verbijsterd, toen ik vanmorgen van Tinbergen, met wie ik een bespreking had, hoorde, dat jullie zijn afgetreden. Ik meen enigszins te kunnen begrijpen wat dit voor Truus en jou betekent.(...)

Uit een oogpunt van landsbelang vind ik de houding van de meerderheid van de Tweede Kamer eenvoudig onverantwoordelijk. Zij breekt een modern, op de toekomst gericht beleid, drijft de PvdA naar links, stelt de monarchie in de waagschaal en speelt in de kaart van de extremisten van links en rechts. Ik ben zeer bezorgd.

15 oktober (Dagboek Cals).

Bij Koningin - Huis ten Bosch. K. vraagt of kabinet geen vervroegde verkiezingen zou willen uitschrijven. Ik: nu niet, er moet intussen te veel gebeuren. (o.a. beleid, belastingwetten, begrotingen) waarvoor een regering met gezag nodig is. Nu Schmelzer kabinet liet vallen moet eerst een eerlijke poging worden gedaan een nieuw kabinet te vormen dat wel vertrouwen heeft.

K. ziet zaak zéér somber in; zou het de beste oplossing vinden als Kabinet zou aanblijven (+ vervr. verkiezingen). Ik: Kabinet zal dat in een later stadium zeker ernstig willen overwegen, maar dan met kennisneming van houding fractievoorzitters en eerdere pogingen - herstel vertrouwen is nodig.

K.: Wat zou ik doen op Schmelzers plaats? Ik: Ik zou motie niet ingediend hebben, maar als ik het gedaan had, dan zocht ik mensen als Zijlstra en De Quay.

16 oktober (Brief van mr. dr. C.P.M. Romme aan Cals)

Beste Jo,

De gebeurtenissen van de voorbije week zijn wel van die aard dat ik niet helemaal kan zwijgen. Het spijt me ontzaglijk dat de crisis klaarblijkelijk niet vermeden kon worden. Als buitenstaander is het gemakkelijk te oordelen dat dit of dat nog had kunnen gebeuren, om de crisis te voorkomen, maar ik matig me daarover geen oordeel aan. Voor het aanzien van onze democratie vind ik de val van je Kabinet spijtig, en niet minder voor je persoon (niet: voor het aanzien van je persoon).

(...) het eigenlijke doel van mijn schrijven (...): ik zou het zwak en jammer vinden wanneer je de politiek zoudt verlaten. Je bent allesbehalve een verbruikte figuur; je zult altijd aan heel wat kritiek bloot staan zolang je je actief in de politiek beweegt; maar je bent er naar mijn oprechte overtuiging nodig, en de ernstige ondervinding dat het bedrijf hard is mag je niet ertoe brengen, niet in het bedrijf te blijven. Vergeef me dat ik dit laatste zo enigszins cru zeg, maar het is mijn oprechte mening (...)

17 oktober (Dagboek Klompé)

In de morgenuren heb ik een lang gesprek gehad met Truus Cals, die zeer verbitterd is en ook niet logisch reageert. Zij wil bedanken voor de KVP en is van mening, dat het een schandaal is dat haar man, die zoveel voor het land heeft gedaan, op deze manier het bos is ingestuurd. Ik heb haar uitgelegd, dat haar standpunt onjuist is, hoewel ik de teleurstelling volledig kan begrijpen. Ik heb nog eens de nadruk gelegd op de noodzaak van een gezaghebbend bestuur, een gezag wat door de twijfel er niet zou zijn geweest in de komende maanden, terwijl haar man toch zelf om dit volledig vertrouwen had gevraagd. Of het geheel iets geholpen heeft, kan ik nog niet beoordelen.

18 oktober (Dagboek Cals)

Gesprek met Schmelzer. Schmelzer zou bereid zijn deel van het kabinet in nieuwe club op te nemen, maar met ander uitgaveplan. Zou dat een theoretische mogelijkheid zijn? Ik antwoord: zelf zou ik uiteraard niet in een dergelijk kabinet zitten (...) ik zal de collega's niet onder beroep op solidariteit op enigerlei wijze beïnvloeden.

Schmelzer: interimkabinet zal ev. poging doen om uitgavenpeil terug te brengen. Dan informatie nodig. Ik: m.i. in géén geval buiten Vondeling om.

19 oktober (Dagboek Klompé).

's Avonds spoedvergadering van het hoofdbestuur van de Partij in Utrecht. Aalberse (voorzitter KVP - red.) leidt en geeft een korte uiteenzetting. (...)

Op een uitzondering na is de kritiek die hij (mr. Harry van Doorn, Tweede Kamerlid KVP - red.) heeft over het beleid van Schmelzer, die te abrupt een belangrijke motie in de fractie heeft gebracht, juist.

19 oktober (Dagboek Cals).

Tel. Vondeling. Kan zich haast niet voorstellen dat kabinet kan aanblijven, gezien de eis van KVP over belastingverhoging 1967.

Vondeling - weer verontwaardigd over optreden KVP en in bijzonder Schmelzer die zo aandrong dat Vondeling min. van Financiën werd. Nu Schmelzer door partijbestuur wordt gesteund, komt dit nog sterker naarvoren. Vondeling vraagt wie van de KVP-ministers bij de discussie in P.B. is geweest - als hij hoort dat niemand is gevraagd en ook geen overleg heeft plaatsgevonden, wil hij het eerst niet geloven: "Een onbegrijpelijk schandaal!'

19 oktober (Brief van prof.dr. L.J. Rogier, hoogleraar te Nijmegen, aan Cals)

Hooggeachte heer Cals,

Bedanken voor de KVP kan ik niet meer. Dit heb ik indertijd n.a.v. de botte Nieuw Guinea-politiek al gedaan, maar wel heb ik tot dusver op de KVP-lijst gestemd hoezeer de kabinetten à la De Quay en vooral Marijnen mij met weerzin vervulden. Dank zij lieden van het Schmelzer-allooi helpen wij telkens weer de VVD op het kussen. Ik moet nu zeggen dat ik dit voortaan weiger te doen. Ik kan slechts hopen dat de meerderheid van de Nederlandse katholieken aldus denkt. Van erkentelijkheid en bewondering voor uw werk vervuld, kan ik het slechts diep beschamend vinden dat de jaloerse domheid weer eens gezegevierd heeft en dat wederom zoveel laffen hebben hardgelopen.

19 oktober (Brief van M.A. Jansen, bisschop van Rotterdam, aan Cals)

Excellentie,

Politiek is een harde aangelegenheid. U en Uw gezin hebben dit dezer dagen in volle zwaarte ervaren.

Als Uw bisschop wil ik U hiermede graag een woord van echt gemeend meeleven doen toekomen.

Als christen in deze wereld hebt U steeds getracht ons volk te dienen en dit gelukkiger te maken. Dat anderen dit op andere wijze pogen te realiseren, is natuurlijk hun goed recht en U zult de eerste zijn om dit recht te erkennen. Maar dat neemt niet weg, dat het schrijnende pijn kan kosten, wanneer men dit theoretisch erkennen op practisch-reële wijze moet beleven en verwerken.

Ik zou U slechts dit willen zeggen: probeer om ongebroken door te gaan in Uw pogen Uw idealen te verwerkelijken tot heil van het ons beide toch zo dierbare vaderland en volk.

20 oktober (Dagboek Klompé)

Een telefoongesprek met De Jong (Piet de Jong, minister van defensie in kabinet-Cals - red.) over zijn zorg dat Cals zich in interviews niet juist opstelt. (...) Nadat ik dinsdagavond in alle duidelijkheid heb gezegd, dat ik vind dat het niveau waarop hij zich op het ogenblik publiekelijk uit, beneden de waardigheid is, die hij juist wilde betrachten, heb ik het gevoel, dat het geen zin meer heeft dat ik hem weer opbel. Het is beter dat dit door De Jong gebeurt en deze belooft mij dit.

22 oktober (Dagboek Klompé).

Omstreeks 5 uur belt de curator van de Utrechtse universiteit Destombe op en deelt mee dat de drie Rijksuniversiteiten hebben overwogen om Cals kandidaat te stellen voor het voorzitterschap van de Academische Raad. (...) Mijn reactie is negatief, Cals zal ongetwijfeld de publieke zaak willen blijven dienen, en wanneer hij op dit moment daarmee stopt, dan zou dat een belangrijke politieke daad zijn (...) Heb gebeld met Cals. Cals deelt mijn standpunt (...)

Ik licht Destombe in, maar wordt een half uur later opgebeld door Truus Cals. Deze zegt dat zij met haar man heeft overlegd, en dat Cals dit eigenlijk een ideale oplossing vindt, en dat ik moet doorgeven, dat hij op het moment dat hij ambteloos burger is geworden, omdat een andere minister-president in het interim-kabinet optreedt, wel bereid is om een dergelijke kandidatuur onder ogen te zien en gevraagd te worden. Tot zo lang is het echter niet mogelijk. Ik geef dit weer door aan Destombe.

23 oktober (Dagboek Klompé).

's Avonds laat telefoongesprek met Romme die ik verzoek eventueel bij Cals te interveniëren om hem aan het verstand te brengen dat hij niet weg moet uit de politiek. Hij heeft in deze geest al naar hem geschreven en meent dat het niet juist is daar op het ogenblik weer op terug te komen.

24 oktober (Dagboek Klompé).

In de middag heb ik een gesprek van 2,5 uur met Jo en Truus Cals. Hierin worden alle klachten en grieven op tafel gelegd, die voor een belangrijk deel neerkomen op de wijze waarop men heeft geprocedeerd, en op de toelichting die Schmelzer gegeven heeft op de motie, die daardoor tot grote onduidelijkheid heeft geleid. Ik spreek met hem af dat ik ons gesprek niet doorgeef in het dagelijks bestuur, maar dat op korte termijn er contact moet zijn tussen de katholieke bewindslieden en het dagelijks bestuur.

27 oktober (Dagboek Klompé).

Cals meent (in vergadering met partijbestuur - red.) dat een eerder gesprek de vertrouwenscrisis misschien niet had weggenomen, maar toch van groot belang zou zijn geweest. Er is te laat, ook na de crisis, contact gezocht tussen het d.b. en de bewindslieden. Verder beklaagt hij zich dat het d.b. van de partij en vervolgens het p.b. van de partij een verklaring hebben uitgegeven dat men achter de fractie staat, terwijl de bewindslieden niet eens de kans hebben gekregen zich te verweren, resp. mee te praten over de tekst. Hij vindt dit onbegrijpelijk.

27 oktober (Dagboek Cals).

Tel. Vondeling: Wat moet er gebeuren als Schmelzer (als formateur - red.) mislukt? Ik: wacht maar liever eerst af, anders suggereren we dat we willen aanblijven en daar voel ik steeds minder voor; is ook geen duidelijke oplossing.

27 oktober (Brief van Cals aan boze briefschrijver).

Uw suggestie dat ik de vriendschap met de PvdA wil bewaren omdat die misschien wel eens een kabinetsformateur moet leveren, acht ik bepaald beneden de maat. Ik heb vastgehouden aan het regeringsbeleid, omdat ik met hart en ziel overtuigd ben dat wij een juiste koers hebben uitgestippeld. Als het mij erom te doen was geweest mijn positie te handhaven, dan ware niets gemakkelijker geweest dan toe te geven aan de motie van de heer Schmelzer. Dat zou echter oneerlijk zijn geweest, evenzeer als het oneerlijk zou zijn, wanneer ik na de uitspraak van de Kamer plotseling van mening zou veranderen.

29 oktober (Dagboek Cals).

Tel. Biesheuvel. Ik (Biesheuvel, vice-premier in het kabinet-Cals - red.) heb hem (Schmelzer- red.) gezegd dat hij een blunder heeft gemaakt met motie - had moeten wachten op november (PvdA) en z'n grote fout (ernstig kwalijk): buiten mij om in vroeg stadium naar Zijlstra. Heb gezegd: jij hebt ons weggestuurd (...) en nu kom je bij mij (nee! S.)

4 november (Formatie-Schmelzer is inmiddels mislukt door houding Biesheuvel, Beel nu informateur - red.). (Dagboek Cals).

Tel. Biesheuvel. Biesheuvel: Ik zie het zo: nog altijd mogelijk dat we terugkomen, zakelijk gezien, maar de politiek spreekt nu: ik heb het idee dat PvdA nu niet meer meedoet - dan zijn we bij KVP-ARP kabinet.

7 november (Dagboek Cals).

Tel. Veldkamp (minister Sociale Zaken in kabinet-Cals - red.). Over verhaal in De Telegraaf. Norbert heeft gewerkt met Corsten en Van Zanden. Volkomen onjuist deze publiciteitsmensen bij formatie in te schakelen. Corsten wist alles! (Hier wordt gedoeld op Ben Korsten, de omstreden politieke "mannetjesmaker', morfinist en vertrouwensman van tal van - vaak katholieke - politici; "Van Zanden' is vermoedelijk P. van der Sanden, toenmalig voorlichtingsadviseur van de Tweede Kamer-fractie van de KVP - red.).

10 november (Dagboek Klompé).

In de middaguren belt Cals op en beklaagt zich heftig over het feit dat De Telegraaf zijn integriteit aantast en de partijleiding daar niets tegen doet. Hij heeft dit ook met Aalberse besproken, die van mening is, dat het niet juist is, om ingezonden brieven in De T. te gaan schrijven. Hier wreekt zich weer dat Cals zich veel te veel aantrekt van dit soort zaken in plaats van deze campagne naast zich neer te leggen.

13 november (Dagboek Cals).

Tel. Bogaers (minister van Volkshuisvesting in kabinet-Cals - red). Verzocht Beel mede te delen dat Bogaers ernstige morele bezwaren heeft om in een kabinet ARP-KVP te gaan zitten. Idem dat Veldkamp alleen wil als ik MP zal zijn! Ik antwoord dat ik m.i. niet als MP kan optreden.

14 november (Dagboek Cals).

Tel. Biesheuvel. Blijf als mp in interimkabinet. Ik: ook Beel vindt het kennelijk juist als ik niet zal blijven.

15 november (Dagboek Cals).

Tel. Schmelzer. Deelt mij mede dat Zijlstra als premier is aangezocht. Schmelzer zal nu KVP-bewindslieden polsen, maar wil mij eerst inlichten en gaat ervan uit, dat ik geen bezwaren heb. Ik antwoord: uiteraard niet, zelf heb ik al aan B. gezegd het juister te vinden dat ik niet meedoe (al denken enkele collega's daar anders over). Schmelzer zegt: hoop toch, dat je niet elke mogelijkheid uitsluit, met name als we alsnog een beroep op je moeten doen! Ik: dat kan ik me nauwelijks indenken.

16 november (Dagboek Klompé).

Er ontwikkelt zich (met Cals - red.) een niet plezierig, zelfs bitter gesprek. Hoofdtoon daarin is: hoe is het mogelijk dat jij bereid bent in het kabinet te zitten waar Veldkamp in zit, terwijl je niet bereid bent om op de lijst te staan van de KVP als de heer Veldkamp erop staat. Hij weet van Zijlstra dat deze het programma van Schmelzer absoluut een onmogelijk programma vond, omdat de dekking veel te weinig was, en hij meent dat Zijlstra dit ook tegen Schmelzer heeft gezegd. Cals is zeer verbitterd over het feit dat de KVP bereid is om dit program-Zijlstra te aanvaarden, terwijl het oorspronkelijk door Vondeling in juli in de ministerraad is ingebracht, en toen door Schmelzer, zonder overigens formele binding, als onmogelijk aanvaardbaar voor de KVP is beschouwd.

18 november (Dagboek Klompé).

Cals is bijzonder boos over de invloed die de KVP krijgt in het kabinet (...) Hij spreekt verder uitvoerig over het huis waar hij weer moeilijkheden mee heeft. Huizen voor Smallenbroek en Bakker mochten 180.000 of 2 ton kosten, en voor hem wordt nu uitgekeken, (naar huizen), die veel geringer zijn, en die geen riolering hebben enz. (...) Vervolgens krijg ik op mijn donder dat ik niet iedere dag Truus bel. Ik deel mee dat ik verschillende keren dit geprobeerd heb, maar niet heb thuisgevonden. (overigens heb ik het gevoel dat ik op het ogenblik de laatste ben die Truus op het ogenblik een beetje tot rust kan brengen, aangezien zij tegenover mij vol verwijt is).

21 november (Dagboek Klompé).

's Avonds word ik opgebeld door Cals, die van Van Nispen, secretaris-generaal van algemene zaken, heeft vernomen in diep geheim dat er gesproken is over de vraag welke decoratie Cals moet hebben; Groot-kruis Leeuw of Minister van Staat. Dit zijn de twee enige mogelijkheden die er bij hem nog overblijven. Hij dringt er bij mij in hoge mate op aan, dat het Minister van Staat zal worden. Ik deel hem mee dat het mij niet zo vreselijk eenvoudig lijkt, omdat dit toch in het verleden toch maar hoogst zelden is gegeven.

22 november (Brief van Hilde Klompé, zuster van Marga, aan het echtpaar Cals).

Lieve Jo en Truus,

Ik kan er niet goed toe komen om Marga geluk te wensen (met ministerspost - red.) omdat ik te goed weet wat ook dit besluit haar weer aan strijd gekost heeft. Ik vond haar dan ook knap nerveus. (De woorden "knap nerveus' door Cals onderstreept - red.)

22 november (Dagboek Cals).

Tel. Koningin.

Vraagt mij wat ik denk van mogelijkheden kabinet Zijlstra i.v.m. minderheid in kamer.

Ik: in ieder geval blij dat er een nieuw kabinet is; zeker groot risico, maar men kon nu niet langer wachten.

K.: zou kab. Cals nog hebben kunnen terugkomen of was sfeer niet meer goed, ook al zou persoonlijke verhouding nog wel goed zijn?

Ik: tot voor 14 dagen zou het zeker gekund hebben; nu veel moeilijker maar in uiterste noodzaak zou het moeten.

K.: is ongerust; lange duur van de formatie heeft haar benauwd. (ik: mij nog meer! Onzekerheid en niets kunnen doen, terwijl er dringend zoveel moet gebeuren!), maar ze meent dat geen der 3 (S., B., Z.) kan verweten worden het verkeerd gedaan te hebben.

Ik: vertraging zit m.i. in motie Schmelzer en niet doorzien hebben van consequentie (VVD-CHU) maar wil daar niet verder op ingaan.

K.: u moet nu maar wat vakantie nemen!

Ik: eerst een huis zoeken, dat is niet zo eenvoudig.

K.: maar u kunt zeker nog enkele maanden na Febr. in Catshuis blijven!

Ik: probeer zo vlug mogelijk iets anders te vinden.

22 november (Brief van prof.dr. Jos. J. Gielen, ex-minister van onderwijs en toenmalig lid van de Eerste Kamer voor de KVP, aan Cals).

Amice!

Nu het lot zich voltrokken heeft, wil ik je - eindelijk zul je misschien zeggen - meedelen hoezeer ik dit betreur. Meer echter wil ik je een ervaringsfeit meedelen, dat ik niet aan de openbaarheid kwijt kan maar dat ik je vertrouwelijk wil meedelen.

Op 26 juli heeft de KVP-fractie van de Eerste Kamer, op verzoek van drs Schmelzer, vergaderd over de vraag wanneer je kabinet naar huis gezonden moest worden. Dát het moest gebeuren, stond reeds vast. Eén van mijn zoons heeft je daaromtrent reeds iets meegedeeld wat de kring Gelderland betreft (Mr. v.d. Stee).

Wat deze fractievergadering betreft: er werd zelfs gevraagd of de Algemene Beschouwingen daarvoor niet de beste gelegenheid was, maar er werd ons verzocht bij ons oordeel vooral electorale overwegingen te betrekken.(...)

Als symptoom, niet als bewijs, kan gelden, dat enige weken vóór de Alg. Besch. een fervente tegenstander van je kabinet tot ""voorlichtingsman en politiek adviseur'' van de KVP werd benoemd (v.d. Sande) (...)

Ik vertrouw, dat het bovenstaande je iets meer van de guerrilla tegen het kabinet-Cals kan onthullen. Daarom is mijn besluit om uit de KVP te treden voor mijzelf nog altijd van een bevrijdende werking.

24 november (Dagboek Klompé).

Cals belt op en heeft om 2 uur 's middags een brief gekregen van Gielen (...) Ik deel Cals mee, dat het mij uitgesloten lijkt dat Schmelzer een dergelijke vraag aan de Eerste Kamer fractie heeft gesteld, en dat Gielen op dit punt beslist te ver gaat.

24 november (Brief van Godfried Bomans aan Cals).

Beste Jo,

Van harte gefeliciteerd met het vallen van het Kabinet. Je hebt nu tijd om de briefjes te lezen van de mensen, die het goed met je voor hebben en bovendien van mening zijn, dat men toch niet hoger stijgen kan dan deken van De Gong. (Een katholiek, Nijmeegs studentendispuut - red.). De rest is een rinkelend cymbaal, wat dit ook moge betekenen. Doe het nu verder rustig aan en wil Truus van mij hartelijk groeten.

25 november (Dagboek Klompé).

In de morgenuren hoor ik van De Jong, dat ook hij benaderd is door Cals om toch aan te dringen op Minister van Staat. Dit is allemaal wel erg verdrietig, Cals is helemaal op het ogenblik het gevoel voor verhoudingen kwijt.

Langzamerhand moet gesteld worden dat de formatie als zodanig ten einde is. Op deze dag 25 nov. is de ministerraad voor het eerst bij elkaar gekomen in definitieve zitting. Hiermee is de formatie beëindigd (...) Deze formatie overziende is er reden tot verdrietigheid. Er zijn zeer veel nare dingen naar boven komen drijven, persoonlijke ambities, reacties tussen partijen, die niet in het belang zijn geweest van het land. (...) Het zal wel niet anders kunnen dat dit soort zaken in de politiek steeds voorkomen. Ook de politiek wordt natuurlijk door mensen bedreven.

26 november (Brief van dr. J.E. de Quay, vice-premier en minister van Verkeer en Waterstaat in het nieuwe kabinet-Zijlstra, aan Cals).

Beste Jo,

(...) Het kan raar lopen in het leven. Toen ik in 1963 mijn ambt overdroeg was ik vast besloten nooit meer als minister terug te keren. Waarom dan nu toch? Ik heb me echt niet verheugd over de wijze waarop jouw kabinet ten einde kwam, omdat m.i. in de nacht van Schmelzer, of beter in de dag daarvoor, een oplossing te vinden was geweest. De vorming van het nieuwe kabinet was ook weer een moeizame zaak, zodat de waardering van ons volk voor de democratie en voor ons parlementaire stelsel er niet door zal toenemen. Maar er moest een regering komen, die vervroegde verkiezingen uitschreef, die moest trachten in enkele maanden de betalingsbalans te verbeteren (de laatste zes woorden zijn onderstreept en van uitroeptekens voorzien door Cals - red.), en die - extra parlementair - bereid was extra risico's te lopen (toevoeging Cals met rode pen: 'Juist niet!' - red.). Ik waardeer dat Jelle dit risico op zich nam (toevoeging Cals: dat komt pas als hij blijft na de verkiezingen! - red.)

Dat deze geschiedenis voor jou om allerlei redenen bitter was, is duidelijk en begrijpelijk, ook al weet men dat het politieke leven hard is, en dat men de consequenties heeft te aanvaarden (onderstreping door Cals van de woorden 'bittr', 'duidelijk en begrijpelijk' - red.).

De ervaring leert wel, dat een mens, zeker een Christen, meer rijpt en groeit in pijn en tegenslag dan in voorspoed en welstand. Na alle tegenslagen die je de laatste maanden te verduren kreeg, kan ik je dan ook niet beter toewensen, dan dat je nóg beter uit deze episode te voorschijn zult komen.