Amsterdam verliest greep op stadshorizon

AMSTERDAM, 5 OKT. Vanuit menig Amsterdams grachtenpand is de afgelopen week zenuwachtig westwaarts getuurd. Zou hij van hieruit te zien zijn? Langzaam begint onder de Amsterdammers het besef te dagen dat aan de rand van de stad een wolkenkrabber van meer dan 200 meter gaat verrijzen die met zijn slagschaduw het beeld in de verre omgeving zal domineren. Een besluit dat al langer in voorbereding was, maar toch voor velen als een verrassing komt.

Afgezien van de stedebouwkundige waardering van de plannen, zorgt vooral de manier waarop het besluit tot de bouw van de zogenoemde Larmag-toren in de gemeenteraad tot stand kwam voor onrust zorgt. De gemeente zou 40 miljoen gulden zijn kwijtgeraakt als Larmag zijn toren niet kreeg. De projectontwikkelaar bezit namelijk een stukje grond dat de gemeente absoluut moet hebben voor het uitbreiden van het station Sloterdijk. En dus werd het voorstel aangenomen, tegen alle adviezen in en ondanks vieze gezichten, ook bij de voorstemmers onder de raadsleden.

“Chantage !”, meende D'66 woordvoerder E.M. de Jong, tijdens het raadsdebat. Dat beladen woord werd later onder druk van de in zijn wiek geschoten wethouder Genet (PvdA) teruggenomen, maar het idee bleef hangen. Het gemeentebestuur dreigt zijn greep op de stadsontwikkeling te verliezen, zo is het onbehagelijke gevoel dat de buitenwacht bekruipt.

Een indruk die versterkt wordt door de laatste ontwikkelingen in het vervolgdrama over het 500 jaar oude Waag-gebouw, die een week daarvoor de revu passeerden. Behalve ergernis bij monumenten-organisaties over de verwaarlozing van de Waag, viel het op dat de verantwoordelijk wethouder, ook in dit geval Genet, suggereerde dat de beleidsvrijheid bij het uitwerken van de toekomstige bestemming van het gebouw in grote mate was beperkt door mogelijke financiële claims.

De Franse architect en de aannemer die waren ingehuurd bij het uitwerken van eerdere, veel bekritiseerde plannen voor de Waag, hadden financieel nog een appeltje met de gemeente te schillen indien werd afgeweken van de oorspronkelijke ideeën, zo viel tussen de regels door te beluisteren. En hoewel de prestigieuze inrichting van de Waag tot een multi-media centrum en bar-restaurant tot nu toe niet van de grond is gekomen, stelde Genet voor door te gaan op de oude weg.

De indruk van een stadsbestuur dat zichzelf te gemakkelijk klemzet in financiële dilemma's komt op het moment dat wethouder J. Saris (Groen Links) een harde onderhandelingsstrijd voert met de zogenoemde IJ-maatschappij (de IJ-mij) over de invulling van het IJ-oever project.

Het contract over de ontwikkeling van de IJ-oever, die het aangezicht van de Amsterdamse binnenstad grondig zal veranderen, was eind juni bijna goedgekeurd, toen een raadslid bemerkte dat de gemeente op het punt stond een totale uitverkoop van de zeggenschap in het project te houden.

De gemeente dreigde zijn belangrijkste wapen in de strijd, de gronduitgifte, te verliezen en zo de invloed op architectuur en bouwhoogten te verliezen. Zo mogelijk nog ingrijpender was dat de IJ-mij op straffe van een schadevergoeding, instemming moest verlenen voor vrijwel alle plannen van stedelijke vernieuwing in Amsterdam.

De onderhandelingen over het nieuwe contract verliepen de afgelopen weken weinig soepel. Over en weer plozen juristen de teksten uit. Een van de nieuwe versies is al in de prullenbak verdwenen. Het laatste wat de IJ-mij wil is dat de gemeente eindeloos zijn fiat geeft aan de bouw van nieuwe kantorencentra van dezelfde hoge prijsklasse als het IJ-oeverproject. De exclusieve Larmag-toren zal ten kantore van de beleggers tot gefronste wenkbrouwen hebben geleid.

Het gemeentebestuur heeft er niet alleen tegenover de IJ-mij baat bij duidelijk te maken dat de Larmag-toren bestuurlijk-politiek gezien een ongelukkig incident is. In de besluitvorming is immers vooral rekening gehouden met de financiële gevolgen. “Het cultuurdebat was bij de Larmag-toren volledig afwezig”, constateert een der betrokken adviseurs teleurgesteld.

    • Steven Adolf