Rechtsradicalen vallen asielzoekers aan, tegenbetogingen linkse groepen; "Oude angsten' herleven bij Duitse viering

BONN, 4 OKT. Eén jaar Duitse eenheid. Jonge rechtsradicalen die overal in het land opnieuw asiel-zoekers aanvallen, hier en daar ook veldslagen tussen linkse contra-betogers en de politie. Een extra vrije dag voor de bijna 80 miljoen, in het algemeen niet merkbaar door de gebeurtenis aangedane burgers - toch al de koplopers in het Europese vakantieklassement. Met een vrije vrijdag erbij ontstaat een zeer lang weekeinde. Lange files, vooral in Zuid-Duitsland.

Het officiële Duitsland is plechtig bijeen in het stadhuis van Hamburg voor een plechtige Festakt, dus voor stevig georganiseerde vreugde. Met president Richard von Weizsäcker, Bondsdagpresidente Rita Süssmuth, kanselier Helmut Kohl en alle zestien deelstaat-premiers onder de 1.300 aanwezigen. Op bemoediging gerichte vertogen tot de Oostduitse medeburgers. Kohl: “Er zijn nog veel problemen, maar er is economisch ook al veel tot stand gebracht, samen krijgen we het voor elkaar”. En vermanen wegens het opgedoken rechtsradicalisme en de explosies van vreemdelingenhaat. Elders in Hamburg demonstreren enkele duizenden linkse betogers met spandoeken als Hurra Deutschland - Nein Danke.

Mevrouw Süssmuth waarschuwt dat de golf van geweld tegen vreemdelingen die door Duitsland gaat “oude angsten in het buitenland” dreigt te laten herleven. Zij vraagt van Oostduitsers niet te verlangen dat zij net als Westduitsers worden, maar hen in hun eigen waarde te aanvaarden. “Wij kunnen alleen één worden als we mét elkaar veranderen”, zegt zij. Kohl spreekt over nog de “zwaarwegende” gevolgen van 45 jaar deling “in de harten en de hoofden” van de Duitsers. Weizsäcker voorziet “nog geweldige inspanningen, de last zal in het westen groot zijn, maar in het oosten nog veel groter, en dat nog vele jaren”.

De minister-president van de Oostduitse deelstaat Brandenburg, Manfred Stolpe (een snel rijzende ster in de SPD), lijkt niet zó gelukkig met het grote feest in Hamburg. Hij spreekt 's middags een kritische rede uit aan het adres van de politici in Bonn. Dat doet hij ver van Hamburg, namelijk in Cottbus, niet ver van de Poolse grens en ook niet ver van het Saksische stadje Hoyerswerda, dat dank zij recente excessen tegen asiel-zoekers nu internationaal bekend is als treurig xenofobisch symbool.

Stolpe in zijn verjaarstoespraak: “We hebben een Duitse politiek nodig die niet opgaat in ,klein gemier' of zichzelf aan pseudo-thema's omhoogtrekt. Maar een politiek die het leven van de sociaal bedreigde massa's in Oostduitse steden en dorpen nieuw perspectief geeft”.

Uit het verre Washington, waar minister Genscher op bezoek is om president Bush te bedanken voor zijn steun bij de Duitse eenwording, klinkt ook een bemoedigend woord tot de Oostduitsers. Bush prijst hun moed bij het verjagen van het SED-regime en verwelkomt hen als nieuwe vrienden “in de transatlantische gemeenschap”.

Kohl en Sovjet-president Gorbatsjov zijn ter gelegenheid van het jubileum op de televisie te zien in een eigenaardig kort toneelstukje. Zij telefoneren onder het oog van de camera met elkaar. Kohl: “Groet Boris Jeltsin, en succes met uw moeilijke werk”. Gorbatsjov: “Dank voor uw vriendschap en groet Hannelore” (de vrouw van de kanselier). Minister van binnenlandse zaken Wolfgang Schäuble is op drie Duitse televisienetten te zien in programma's die in beginsel gewijd waren aan de Duitse eenheid maar nu bijna alleen gaan over rechtsradicalisme, vreemdelingenhaat en het al weken aanhoudende geweld tegen asielzoekers.

Overigens verbeelden de grote televiestations de nationale ambivalentie 's avonds met een gevarieerd aanbod-pakket. Namelijk met een mix van speelfilms, ernstige terugblikken (Was ist aus uns geworden?), een Wunschkonzert (Harry Belafonte, Howard Carpendale). En een lange talkshow, waarin oud-kanselier Schmidt (SPD), Schäuble, Treuhand-cheffin Birgit Breuel en de vroeger in de DDR “dissidente” predikant Schorlemmer één verontwaardigd front vormen tegen rechtsradicalisme. Maar ook tegen cynische observaties van de Oostduitse toneelschrijver Heiner Müller over de Duitse eenwording, die zich onder meer had afgevraagd waarom Westduitse vuilnismannen nog steeds meer verdienen dan hun Oostduitse collega's.

Schmidt, almaar snuivend uit een blauw doosje met stimulerende inhoud, geeft een college economie en politiek. De “grote fout” van Helmut Kohl en zijn coalitie is zijns inziens geweest dat zij in 1990, toen ieder zich zeer verheugde over de aanstaande Duitse eenwording, de burgers niet om nationale offers hebben gevraagd, maar daarentegen alom verzekerden dat de Duitse eenheid zonder belastingverhoging voor wie ook en dus “goedkoop” te krijgen was.

Schmidt geeft ook de media een driftige veeg uit de pan. En hij vaart uit tegen Duitse linkse intellectuelen, “die twee procent van onze bevolking die men nergens anders in Europa zo heeft”, en hun afkeer van elk nationaal gevoel.

Schmidt is ook vierkant tegen elk nationalisme, maar zonder nationale gevoelens was het in geen enkel Oosteuropees land gekomen tot de omwentelingen van de afgelopen jaren, zegt hij kwaad. De Westduitsers gedragen zich ronduit “arrogant” ten opzichte van de Oostduitsers, óók veel politici doen dat, bijvoorbeeld als zij proberen Oostduitse vrouwen een Westduitse abortusregeling op te dringen.