Nederlandse EG-politiek is irreëel

De Nederlandse voorstellen voor een wijziging van het EG-verdrag zijn getorpedeerd, en dezen en genen roepen: afgang, een blamage voor Nederland. Degenen die de internationale activiteiten van ons land in historisch perspectief bezien, zullen echter niet verbaasd zijn. Zij weten of kunnen weten dat Nederland, of beter Holland, een traditie heeft van verkeerde taxaties over wat (de) andere (Europese) staten wensen. Denk aan een te lang volgehouden neutraliteitspolitiek, aan de "grenscorrectiekwestie', aan Indonesië, Nieuw-Guinea, Suriname en, onlangs, de "gemenebest-constructie' voor Aruba en de Nederlandse Antillen, in zeker opzicht meer een internationaal dan een nationaal vraagstuk. Hoe kon en kan dat alles zo lopen?

Het Nederlandse buitenlands, maar ook vaak het binnenlandse beleid wordt gekenmerkt door een voorkeur voor modellenbouw; beleid van dertien onverenigde departementen; "Hollands' gebrek aan gevoel voor "café-politiek'; Haagse en Leidse bluf; gebrek aan gevoel voor en inzicht in "Latijnse' culturen, of deze nu in Europa of de overzeese gebiedsdelen bestaan; Prinzipienreiterei; de gedachte dat machtsuitoefening eigenlijk vies is.

Wie wordt geconfronteerd met Haagse opvattingen over gewenste bestuurlijke structuren - van nationaal of internationaal karakter - wordt gefrappeerd door het gebrek aan praktisch inzicht. Men denkt, of het nu gaat over de bestuurlijke reorganisatie, die van de rechterlijke macht, die van de gezondheidszorg, die van Europa of die van de statutaire verhoudingen, in modellen, blauwdrukken. Als die er fraai uitzien, moet de praktijk dat ook zijn. Het is een Hollandse traditie, overtuigd van het "goede' van het ideaal. Het zou goed zijn als iedere ambtenaar en bewindsman die zich met 'grote structuren' bezighoudt een cursus 'overleven ondanks alles' zou volgen. Daarvoor kan men zonder veel problemen terecht in bijvoorbeeld Rheinland-Westfalen, bij Martens in België, in Frankrijk bij een regionaal of departementaal bestuur dat tegen en met "Parijs' moet werken, in Catalonië of op Curaçao op een receptie. Daar hoort men waar de echte problemen liggen; daar verneemt men dat de praktijk zich onttrekt aan het model van de Hollander met zijn aangeharkte tuin.

Waarom hameren wij zo op het "democratisch deficit' in Europa, terwijl wij zelf niet in staat blijken tot "staatkundige vernieuwing', wat dat ook moge zijn? Omdat het principe zo mooi is? Waarom willen wij een "federatie', ook al weten wij dat een echte Europese confederatie al heel wat meer zou zijn dan wij nu hebben? Omdat een federatie zo één is of klinkt? De Hollandse protestant of de protestantse Hollander zou kunnen weten dat - afgedwongen of kunstmatige - eenheid in religiosibus niet het nec plus ultra is. Dat geldt ook voor staatkundige verhoudingen.

Zolang de Nederlandse zelfgenoegzaamheid over de betekenis van democratie, rechtsstaat, grondrechten, bestuursvormen, ambtelijke organisatie en ambtelijk optreden blijft bestaan, zal ons land achter de feiten blijven aanhollen. Kan het anders? Ja, het kan anders. Veel wetenswaardigs is te vinden in een recent rapport over de Europese Beweging in Nederland. Daarin blijkt men oog te hebben voor een noodzakelijke "cultuuromslag' in de Nederlandse EG-politiek. Het is daarvoor de allerhoogste tijd.

    • C.A.J.M. Kortmann