In de takels hangt een eekhoorn; De cultuur van het Portugese wereldrijk op de Europalia

Op oude kunstvoorwerpen uit Azië en Afrika worden Portugezen afgebeeld als ijverige besnorde mannetjes in grote pofbroeken. Varend en vechtend veroverden zij vanaf 1450 een koloniaal imperium dat zich uitstrekte van Brazilië tot Japan. Verschillende tentoonstellingen in België illustreren het succesverhaal van een klein landje van boeren en vissers, bungelend aan de rand van Europa. “Soms denk je dat al die andere Europese koninkrijken hebben zitten slapen”.

Hoogtij der Middeleeuwen, Portugese kunst 12de-15de eeuw. Centrum voor Kunst en Cultuur te Gent. Tot 5 jan. Feitorias, Kunst in Portugal ten tijde van de Grote Ontdekkingen. Tot 29 dec. Portugal en Vlaanderen, Europa in het verschiet (1550-1680). Tot 8 dec. Kon. Mus. voor Schone Kunsten, Brussel. Via Orientalis, ASLK-Galerij, Brussel. Tot 15 dec. De Portugezen in Brazilië. Generale Bank, Brussel. Tot 15 dec. Triomf van de Barok. Pal. voor Schone Kunsten. Tot 29 dec. Azulejos. Brussel, Hallepoort. Tot 29 dec. Tover van Edelsteen. Juwelen van de 16de tot de 19de eeuw. Galerij van de Kredietbank, Brussel. Tot 1 dec. Genius ex machina. Wetenschappelijke instrumenten uit de 18de en 19de eeuw. Paleis van Schone Kunsten, Charleroi. Tot 22 dec. Van Goa-naar Lisboa, Indo-Portugese kunst. Bank Brussel Lambert. Tot 15 dec.

In april van het jaar 1470 betaalde Karel de Stoute, hertog van Bourgondië een rekening ten bedrage van 21 pond. Nu werden daar aan het hof dagelijks rekeningen voldaan, voor voedsel en wapentuig, voor feesten en kasteelbouw, maar hier was toch iets bijzonders aan de hand. De hertog kocht namelijk "enkele houten personages, zijnde afgodsbeelden', en wel van een Portugese edelman. Dit is het vroegste gedocumenteerde bewijs van de import in Europa van een kunstvoorwerp uit West-Afrika. Het beeld moet via Lissabon zijn ingevoerd. In dezelfde jaren bestelden de Portugese koning en de adel tapijten uit Doornik, schilderijen van Hans Memlinck, getijdenboeken uit Gent. En al in 1428 was de meest vooraanstaande Vlaamse schilder Jan van Eyck naar Lissabon geroepen om daar een portret van de koningin te schilderen.

Het zijn vroege voorbeelden van de uitwisseling van kunstenaars en kunstvoorwerpen tussen Portugal en Afrika enerzijds en Portugal en Vlaanderen anderzijds. Ze zijn symbolisch voor de reeks tentoonstellingen die in België in het kader van de Europalia '91 gewijd zijn aan Portugal. Het lag voor de hand dat de cultuurhistorische tentoonstellingen zich richtten op de gouden eeuw van Portugal. In deze periode, zo tussen 1450 en 1550, compenseerde het land, door het altijd bedreigende Spanje afgesneden van de rest van Europa, haar isolatie ruimschoots door overzeese contacten. In Europa met Frankrijk, Engeland en vooral Vlaanderen en met de landen rond de Middellandse Zee. Maar wat werkelijk revolutionair is geweest: buiten Europa met Afrika, Zuid Amerika en Azië. Het is het zogenaamde wonder van Portugal, het succesvolle verhaal een klein landje van boeren en vissers, met een bevolking van anderhalf miljoen, bungelend aan de rand van Europa, dat in een kleine eeuw een koloniaal imperium wist op te bouwen, dat zich uitstrekte van Brazilië aan de ene kant, tot West Afrika, India, de Indonesische archipel en China en Japan aan de andere kant. Soms denk je dat al die andere Europese koninkrijken hebben zitten slapen.

Die Portugese geschiedenis is in Nederlands perpectief enigszins weggedrukt. Wij hebben het een eeuw later in de voetsporen van de Portugezen allemaal overgedaan. We hebben hen daarbij stelselmatig weggewerkt uit al die posten waar zij de pioniers waren geweest. De Portugezen zijn letterlijk weggeschoten, en in bondgenootschappen met inlandse vorsten verdreven. Het seculiere monogram van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) verving dat andere vroege logo, dat der Jezuëten (IHS) systematisch. Want dat was een groot verschil: waar de Portugezen naast de mercantiele doelstellingen ook een christelijke missie vervulden, ging het de Nederlanders alleen om dat eerste. De afgelopen decennia zijn de laatste restanten Portugees kolonialisme afgebrokkeld. Maar hun forten, huizen, kerken en kloosters staan nog op vele plaatsen in West-Afrika en in Azië en natuurlijk in Brazilië overeind. Een serie schitterende tentoonstellingen gewijd aan bloeiperiode van ontdekkingsreizen hebben de Portugezen zelf georganiseerd in 1983 in Lissabon. Dat gebeurde onder auspiciën van de Raad van Europa. Nu, in het kader van de Europalia wordt dat nog eens dunnetjes over gedaan. Minder rijk en gevarieerd en veel minder origineel in presentatie.

Schaalvergroting

Met de Europalia is het vreemd gesteld. Het is een privé-initiatief, voor het grootste deel gefinancierd door het bedrijfsleven. Om de twee jaar wordt alle aandacht gericht op een land door middel van tentoonstellingen, muziek, film , dans, lezingen en congressen. Dit heeft fraaie exposities opgeleverd. De laatste jaren bij voorbeeld over Spanje en Japan. Maar was vroeger de Europalia geconcentreerd in Brussel, en in een paar musea, nu heeft de organisatie een schaalvergroting ondergaan, waardoor men in Brussel alleen al twaalf tentoonstellingen kan bekijken, en bovendien ook naar Antwerpen, Gent, Mons en Charleroi kan afreizen. Die energie zou men misschien beter kunnen besteden aan een bezoek aan Portugal zelf. Die schaalvergroting heeft niet alleen tot gevolg dat de bezoeker door de bomen het bos niet meer ziet, maar ook dat de tentoonstellingen zelf elkaar in de weg zitten. Enkele tentoonstellingen overlappen elkaar. Een voorwerp kan maar op een plaats tegelijk zijn en er moet dan ook heel wat gemarchandeerd zijn over een aantal sleutelstukken die iedereen wel in de vitrine wilde hebben.

De Europalia vertoont trekken van een uit zijn voegen gegroeid bedrijf. Met in alle catalogi uitvoerig vermelde erecomité's, raden van bestuur, uitvoerende commissariaten, uitvoerende en wetenschappelijke comités, waarbij de baronnen en graven, de ministers en professoren, de commissarissen en eredirecteuren-generaal je om de oren vliegen. Ook de public relations mogen er wezen. De media worden bedolven onder de mappen, brochures, folders, programmaboekjes, men houdt periodiek persconferenties en als het uur U nadert dan rollen de invitaties voor de openingen aan de lopende band binnen. Maar al dit geweld kan toch niet verhullen dat de resultaten wat de tentoonstellingen betreft wisselend van kwaliteit zijn; doorgaans zeer traditioneel gepresenteerd op het saaie af. De begeleiding, dat wil zeggen de inleiding en de begeleidende teksten blinken uit in karigheid. Soms kunnen er minieme tekstjes in zespunts lettertjes van af. De uitvoerige catalogi maken dat tekort hooguit achteraf een beetje goed. Met de verbrokkeling is het publiek allerminst gediend.

Portugal en Europa, en Portugal en de buiten-Europese gebieden. Dat zijn de thema's, uitgewerkt in Portugese kunst uit de middeleeuwen enerzijds en Portugal en de barok aan de andere zijde. De tentoonstelling Feitorias in Antwerpen laat zien welke rol de Portugese handelspost in Brugge en later in Antwerpen gespeeld heeft op het gebied van de artistieke uitwisseling tussen Portugal en andere Europese landen. De banden met Vlaanderen waren buitengewooon hecht, niet alleen door handelscontacten, maar ook door enkele vorstelijke huwelijken over en weer. Er werden rechtstreeks aankopen gedaan van Vlaamse schilderijen, die als luxe handelswaar toch heel prozaïsch in tonnetjes werden verscheept. Veel is afkomstig uit het atelier van Quinten Metsys. In kerken en kathedralen in Portugal, maar ook in Madeira en op de Azoren komt met nog Vlaamse schilderijen tegen. Voor tapijten uit de werkplaatsen van Doornik en Brussel en houten beeldjes uit Mechelen geldt hetzelfde. Ook die werden in groten getale besteld. Er kwamen ook daadwerkelijk schilders en beeldhouwers als gastarbeider naar het zuiden, zoals Olivier van Gent die onder andere werkte aan een reeks beelden voor de kathedraal van Evora. Van hem zijn nu in Antwerpen drie indrukwekkende beelden opgesteld. Feitorias geeft ook vele voorbeelden van kunst uit andere landen die in Portugal besteld werd en van de verwerking van Noordeuropese en Italiaanse kunst door Portugese ambachtslieden. De tentoonstelling sluit aan, of had zelfs veel beter gentegreerd kunnen worden met die in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Brussel, Portugal en Vlaanderen. In deze knullige uitstalling valt weinig te beleven. Onder gezwollen titels als "Het Geloof en de Zintuigen' en "De kosmopolitische Blik' ligt zielloos een aantal voorwerpen te wachten op bezoekers. Portretten, boeken, een porseleinen schaal zonder veel onderling verband.

Harnassen

Twee andere tentoonstellingen belichten de contacten met Afrika en Azië. Via Orientalis begint na de gebruikelijke inleiding op de ontdekkingsreizen met kaarten, wapens, harnassen en navigatie-instrumenten die zonder explicatie weinig zeggen. Maar daarna volgt de hoofdmoot: een uitgelezen presentatie in een geografische ordening van exotische voorwerpen. Uit Sierra Leone en Benin, snijwerk uit ivoor, zowel beeldjes als gebruiksvoorwerpen als zoutvaten, jachthoorns en ragfijn gesneden lepels. Bronzen platen uit Benin met menselijke figuren. Uit India kwamen grote geborduurde katoenen spreien en grote hoeveelheden meubilair waarvan de vormen Europees waren en de decoraties inheems. Deze mengvormen werden buitengewoon geliefd. vooral de kleine kistjes van teakhout, ebbehout of schildpad al of niet ingelegd met parelmoer en voorzien van zilverbeslag. Ceylon specialiseerde zich op meubels van ivoor. Japan leverde kamerschermen en lakwerk, China porselein. Het interessantst zijn deze voorwerpen wanneer er een geslaagde integratie heeft plaatsgevonden van inheemse materialen en Europese vormen, zoals in de meubelkunst. Ook de manier waarop de Portugezen werden afgebeeld heeft zijn charme: ijverige besnorde mannetjes in grote pofbroeken, wambuizen en een helm of een hoed. Als soldaten op mars, op hun schepen in het want of aan dek, of op jacht, aan het vissen.

Een speciale vraag van de Portugezen in Azië betrof de voorwerpen voor de katholieke eredienst. Voor de Indiase ambachtslieden deden zich onkekende mogelijkheden voor: Maria's uit slagtanden, rozenkransen van amber, een huiskapelletje of een preekstoel van teakhout, kazuifels van zijde. De tentoonstelling Van Goa naar Lisboa heeft juist dit soort voorwerpen opgesteld. Na de inname van Goa in 1510 was deze stad het bestuurlijk en economisch zenuwcentrum van de Portugezen in Azië geworden. Hier zetelde de gouverneur en de bisschop. Hier woonde ook de Enkhuizer Jan Huygensz van Linschoten in dienst van deze bisschop. Zijn Itinerario, verschenen in 1596 zou een leidraad worden voor de Nederlanders die in deze jaren aan hun tochten naar Azië begonnen, het begin van een allengs groeiende bedreiging van de Portugezen.

De intensieve contacten van Portugal in Europa en daarbuiten worden nog het best gellustreerd door een reusachtig in Doornik geweven wandtapijt uit het begin van de 16de eeuw. Het hangt op de tentoonstelling in Antwerpen en stelt de ontscheping voor van vier schepen die uit de Oost zijn teruggekeerd. Aan de wal staan al kooien met papegaaien en een poema; er wordt een bootje met vijf struisvogels naar de wal geboomd. Aan boord staan nog twee dromedarissen op ontscheping te wachten en in de takels hangt een eenhoorn. De stijl is nog gotisch, de mythische voorstellingen van het Oosten zijn hier uitvoerig afgebeeld. Het is een indrukwekkend beeld dat de overgang samenvat van de middeleeuwen naar een nieuwe tijd. Van een in zich zelf besloten Europa naar een mondiaal Europa, een proces waarvoor de Portugezen het startsein hebben gegeven.

    • Roelof van Gelder