Idool Barbie

Nu Klaus Barbie dood is moet ik weer denken aan zijn grootste fan Hermann, bijna zeventig jaar. Hij woont in Corumbá, een ingeslapen stadje op de grens van Brazilië en Bolivia. Al vaker kwam ik in Braziliaanse uithoeken Duitsers tegen van verdachte leeftijd, eenmaal zelfs in het bezit van een "Heil Hitler' roepende papegaai. Nog nooit eerder hoorde ik zo'n openhartig exposé over de blije, helaas voorbije nazi-tijd. Onder de muurschildering in zijn restaurant, Bismarck met zwaard en adelaar, maakte Herman zich vrolijk bij de gedachte dat zijn idool op dat moment genoot van een goedverzorgde oudedag. “Barbie was geslepen hoor, geloof mij nou maar. Ik heb hem persoonlijk gekend! Ik ontmoet nog wel eens wat van de ouwe jongens en dan komen we niet meer bij van het lachen, joh. Die slimme Klaus weet genoeg om half Frankrijk in verlegenheid te brengen, en dat buit-ie nu natuurlijk uit hè? Hij mag zelfs vrouwen ontvangen, maar ja, daar heeft hij niet meer zoveel belangstelling voor. Niet zoveel als ik tenminste. Hahaha - neem nog een biertje.

“Wat ik gedaan heb is allang verjaard. Het is al zo lang geleden; ik ben het zelf bijna vergeten, hahaha. Ik heb niemand omgebracht, ik heb ze alleen aangevoerd. Vooral priesters en andere katholieken, linkse types die tegen de regering waren. Ik zat bij de SD. Aan het einde van de oorlog werd ik opgepakt en veroordeeld tot zes jaar dwangarbeid. Maar daar had ik weinig zin in, dat begrijp je wel. Van een rijdende trein ben ik gesprongen - we zaten al bijna in Polen - en zo snel ik maar kon ben ik naar Italië gegaan. De paus was in die tijd helemaal op onze hand, en dat bleek ook wel. Met geld van het Vaticaan konden ik en veel van mijn makkers naar Argentinië vluchten.

“Maar daar kreeg ik weinig aansluiting bij de Duitse gemeenschap; ze waren me allemaal te hooghartig. Alsof we niet allemaal in hetzelfde schuitje zaten. Ik heb mijn hele leven gewerkt, van klein jongetje af tot op de dag van vandaag, dus niemand hoeft zich meer te voelen dan ik, begrepen? Dus ik naar Chili, dat leek me trouwens ook veiliger, en nog later naar Bolivia. Daar ontmoette ik Barbie voor het eerst. Prima kerel, en niets geen kapsones. Wist je trouwens dat alle economische macht in Bolivia nog steeds in onze handen is? Alle topposities zijn bezet door de zonen van de immigranten van mijn generatie. Barbies eigen zoon was hoofd van de geheime politie, maar ja, toen werd hij vermoord hè? In heel Zuid-Amerika heeft men ons altijd gastvrij opgenomen en alle kansen gegeven. In onze gelederen bevonden zich een hoop jongens met hoge capaciteiten, en die konden ze hier natuurlijk best gebruiken.

“Toen ik in Sao Paulo zat woonde Barbie in de buurt, we waren vrienden, of tenminste, ik zag hem wel eens. Prachtkerel. Hij had een goede baan als fabrieksleider bij Volkswagen. Goed, ik ben een kleine jongen, ik moet nog steeds hard werken voor mijn brood. Maar ik klaag niet. Mijn restaurant loopt prima, ik ga nu zelfs uitbreiden. Alle Duitse toeristen die naar Corumbá komen, eten bij mij. Ze vertellen het allemaal aan elkaar door: bij Hermann, daar moet je zijn. Daar vind je nog echt Duitse service en gezelligheid. Heb je in Duitsland ook niet meer hoor, tegenwoordig. Ik ben in 1965 nog eens terug geweest, maar ik was het ontgroeid. Die sfeer van hier, van saamhorigheid, die is daar natuurlijk helemaal weg. Misschien dat de hereniging wat goeds oplevert, wie zal het zeggen. Maar dan moeten die uit het Oosten eerst wel leren werken, hahaha, want dat zijn ze ondertussen verleerd. Ik heb altijd gewerkt, daar kan niemand iets op afdingen. Maar ik klaag niet. Ik krijg netjes mijn pensioen uit Duitsland, dat is hier nog best een aardig zakcentje. Neem nog maar een biertje van me, en laten we het nu eens over wat anders hebben. Dit is toch allemaal ouwe koek. Maar die Barbie, dat is een slimme rakker, neem dat maar van mij aan. En humoristisch joh, dat weten er maar weinig, maar dat was wel zo. God, wij hebben wat afgelachen.”

    • Lieke Noorman