Hollands Glorie in broekzakformaat; De kameleon-serie van H. de Roos

Menige jongen (en ook wel eens een meisje) las de Kameleon-serie van H. de Roos: de avonturen van twee dekselse kwajongens met appelwangen in hun zelfgebouwde boot. Deze zomer kwam het zestigste deel uit en een maand geleden werd H. de Roos genomineerd voor de CPNB Publieksprijs voor het Nederlandse boek 1991. Sietse en Hielke Klinkhamer waren twee benijdens- waardige jongens. “Wie wilde er diep in zijn hart niet een moeder die voort- durend stapels boterhammen smeerde en limonade schonk?”

De conducteur blijft staan bij onze bank. Onze kaartjes zijn in orde, maar hij kijkt, een beetje verlegen lachend, naar de kinderboeken die wij op het raamtafeltje hebben neergelegd, en waarover we druk aan het praten zijn. Hij ook? vragen we. Hij ook!

Hij las net als wij in zijn jeugdjaren de boeken van de Kameleon, waarin de avonturen van de tweeling Hielke en Sietse Klinkhamer met hun boot de Kameleon beschreven worden.

De conducteur en wij waren niet de enigen: met het recordaantal van 12,5 miljoen verkochte exemplaren in 43 jaar is de Kameleon-serie een van de best verkochte kinderboekenreeksen die ooit in Nederland zijn uitgebracht. (Ter vergelijking: van de Dik Trom-reeks werden in 100 jaar bijna 3 miljoen exemplaren verkocht; van alle boeken van Jan Terlouw 1 miljoen - en dat is inclusief vertalingen.)

Bedenker van de twee blonde "dekselse kwajongens' en hun boot is de 81-jarige meestertimmerman uit Krommenie, H. de Roos. In 1948 verscheen het eerste deel, De schippers van de Kameleon (inmiddels aan de 44ste druk toe). Een groot succes had het boek niet direct, maar naar mate meer titels verschenen, groeide de populariteit van de serie, met een voorlopig hoogtepunt tussen 1970 en 1985, toen er jaarlijks zo'n 400 tot 500.000 exemplaren van de boeken verkocht werden.

Deze zomer kwam het zestigste deel uit en een maand geleden werd H. de Roos genomineerd voor de CPNB Publieksprijs voor het Nederlandse boek 1991. Als hij de prijs wint, zou dat de tweede prijs zijn die hij voor zijn schrijverswerk krijgt. De leerlingen van de lagere school in Terhorne (Friesland) schonken in 1980 de toen 70-jarige schrijver een zilveren pen omdat ze zijn Kameleon-boeken zo mooi vonden. Erkenning van pleitbezorgers van "het verantwoorde kinderboek' heeft hij nooit gekregen, hoewel hij een van de meest gelezen kinderboekenauteurs van Nederland is.

Waarom lezen zoveel jongens en meisjes tussen de acht en veertien jaar de boeken van de Kameleon? Waarom lazen wij de Kameleon?

Misschien kwam het door het oerhollandse gevoel dat door de boeken werd opgeroepen: Hollands Glorie in broekzakformaat. Met hun zelfgebouwde boot (samengesteld uit een afgedankte opduwer van een turfschip en de motor van een sloopauto) gaan de twee zoontjes van de smid elke vakantie op avontuur op het grote meer bij hun dorp. Dat is hun wereld, en op het water zijn ze oppermachtig. Hun "lompe bak" blijkt de snelste en sterkste boot van heel het meer - en, wisten wij, van heel Nederland.

Met die sterke boot schieten Hielke en Sietse menige zondagzeiler of onverantwoorde pleziervaarder te hulp. Bij storm en ontij weten ze reddeloos verloren drenkelingen op het nippertje toch te redden, zodat ze regelmatig een medaille van de burgemeester krijgen.

Naast al dit heldendom is er ruimte voor ouderwets kattekwaad. De Klinkhamertjes springen voortdurend in sloten (“Maar, moeder, die sloot was zo breed,” verontschuldigde Hielke zich. “We konden er eerlijk niet over,” hielp Sietse hem.); ze vissen op plaatsen die verboden zijn en draaien mensen met "stadse fratsen' een loer. Ze liggen dan ook voortdurend overhoop met veldwachter Zwart.

Stroopballetjes

Boerenknecht Gerben Zonderland zorgt voor de humor in de boeken. Zijn grappen en sterke verhalen leerden wij uit ons hoofd om indruk te maken op klasgenootjes en grote mensen die de Kameleon niet lazen.

“En wat heb jij Fritsje van mijn buren gisteren wijsgemaakt?” vroeg Zwart lang niet vriendelijk. “Ikke?” zei Gerben verbaasd. “Dat zou ik u niet kunen vertellen!” “Jij hebt Fritsje verteld hoe hij veel vis kan vangen,” zei Zwart. “Ooo, bedoelt u dat?” riep Gerben nu lachend. “Ja inderdaad! Ik heb hem aangeraden om balletjes te kneden van stroop, omdat vissen daar dol op zijn.”“Juist!” zei Zwart bars. “En om die idioterie kan ik niet lachen en de moeder van Fritsje nog minder, want de jongen heeft jouw raad letterlijk opgevolgd met als resultaat dat het tafelkleed vol stroop zat en totaal bedorven is.”

Hielke en Sietse werden met hun oppermachtige Kameleon op het water voor vol aangezien door grote mensen. Dat sprak ons natuurlijk aan. Uit de Kameleon leerden we onbekende en geheimzinnige woorden als praam, perpetuum mobile, meesmuilen en prompt - woorden die we niet meer zouden vergeten. Dat de sfeer in de boeken (het dorp, de veldwachter, de smederij, jongens op klompen in overalls) jaren vijftig-achtig was, viel ons niet op. Een smid zoals Klinkhamer was misschien wat ouderwets, maar daarom juist fascinerend. Hij werkte met paarden en techniek. Bovendien, zo'n vader, die soms wel streng was, maar eigenlijk zelf nog een grote kwajongen, wilden wij ook wel. En wie wilde er diep in zijn hart niet een moeder die voortdurend stapels boterhammen smeerde en limonade schonk?

De magie van de Kameleon werd compleet door de sterke boot die Hielke en Sietse hadden. Dat er met de boot iets geheimzinnigs aan de hand was, werd bevestigd door de wonderbaarlijke kleur van het vaartuig. Hielke en Sietse verven hun boot in het eerste deel met een goedkoop mengsel van resten verf in allerlei kleuren. Daardoor heeft de boot op verschillende afstanden steeds een andere kleur: als een kameleon. ("Toen Gerben de naam las, riep hij uit: “Kamelenjong? Wat idioot. Een boot is toch geen kameel? En jullie kunnen het warempel nog niet eens goed schrijven. Wat een domkoppen!” Hij sloeg zich op de knieën van het lachen.')

Crisisjaren

De man die het allemaal bedacht en inmiddels zestig delen van de Kameleon schreef, is Hotze de Roos, die op 24 november 1909 in het Friese plaatsje Langezwaag werd geboren. In de jaren dertig verhuisde hij uit Friesland, waar hij als timmerman in de crisisjaren niet aan de slag kwam, naar Krommenie. Daar vond hij werk op een weverij en schreef in zijn vrije tijd de Kameleon-boeken.

Voor iemand die zo'n populaire kinderboekenreeks schreef is hij in al die jaren betrekkelijk onbekend gebleven. Hij schuwde de publiciteit en het aantal interviews dat hij gaf is op de vingers van een hand te tellen. Op televisie is hij nog nooit verschenen.

Wij wilden hem opzoeken, maar, liet de de directeur van zijn uitgeverij, Kluitman Alkmaar, Piero Stanco, ons weten, dat was niet mogelijk, omdat hij onlangs ziek in een verpleegtehuis is opgenomen. Schriftelijk konden we hem wel vragen stellen, die door tussenkomst van Stanco beantwoord werden.

Hotze de Roos heeft zelden gevaren en zelf nooit een boot gehad. “Toen ik klein was, was er geen geld voor. En ook later, in de jaren vijftig, kon ik het niet betalen. Als kind stond ik vaak jaloers aan de waterkant te kijken naar andere kinderen die wel een boot hadden. Ik heb wel eens gedacht dat ik Hielke en Sietse de avonturen liet beleven die ikzelf graag had willen meemaken.”

Als schrijver is De Roos autodidact. Na de lagere school en de ambachtsschool begon hij op zijn zeventiende jaar als timmerman bij een aannemer. Hoe kwam hij tot het schrijven van kinderboeken?

De Roos: “Ik ben al vrij jong begonnen met schrijven. Toen ik 23 was, deed ik als werkloos timmerman mee aan een werkgelegenheidsproject: de bouw van de eerste volkshogeschool van Nederland, in Bakkeveen in Friesland. In die periode begon ik mijn ervaringen in het kamp op te schrijven. Mijn stukjes werden geplaatst in de kampkrant. Daar werden ze opgemerkt door dr. H.G.W. van der Wielen en dr. H.D. de Vries Reilingh, de geestelijke vaders van de volkshogeschoolbeweging. Zij hebben me gestimuleerd door te gaan met schrijven. Uiteindelijk heb ik me gewaagd aan een jeugdboek.”

Contact met andere jeugdboekenschrijvers heeft hij niet gehad. Als zijn favoriete jeugdboekenschrijver noemt hij Chr. van Abcoude (Pietje Bell en Kruimeltje).

Fanmail

De Roos verwerkte voorvallen en grappen die hij op zijn werk meemaakte in de boeken. Ook de directeur van Uitgeverij Kluitman, Wim Gerla, kwam bij De Roos langs om over onderwerpen in een nieuwe Kameleon te praten. “Soms had hij een goed idee, dan ik weer, en samen probeerden we de grappen van Gerben te bedenken.” Via de uitgever kreeg hij ook fanmail. Daarin, zegt hij, zaten soms bruikbare suggesties voor nieuwe avonturen.

Tot in de jaren tachtig schreef De Roos per jaar gemiddeld twee boeken, met kenmerkende Kameleon-titels als Kameleon Ahoy!, De Kameleon houdt koers!, Tip Top Kameleon, Vivat Kameleon en De Kameleon blijft favoriet!

In Nederland veranderde veel in de 43 jaar die liggen tussen het eerste en het laatste deel van de Kameleon. Veranderde de Kameleon mee?

De Roos: “Hielke en Sietse zijn nooit echt ouder geworden. De rest van de hoofdpersonen, met name Gerben, werd dat wel. Kinderboekenschrijver en -criticus Rindert Kromhout heeft eens gezegd dat hij het heel raar vond dat de jongens nooit naar school gingen en al hun avonturen in de grote vakantie beleefden. Nou, ik kan hem zeggen dat er nog veel gekkere dingen zijn gebeurd! Gerben is bij voorbeeld getrouwd en heeft een dochtertje gekregen, maar de jongens zijn altijd ongeveer veertien gebleven! Sommige ontwikkelingen in de maatschappij spraken mij helemaal niet meer aan, moet ik eerlijk bekennen. Mijn vrouw en ik hebben geen kinderen, waardoor het directe contact met de jeugd soms moeilijk is. In overleg met mij is de uitgeverij nu bezig met het herzien van de serie. Allerlei dingen worden geactualiseerd. Maar er wordt in bestaande boeken niet zoveel gedaan aan het veranderen van rolpatronen en dergelijke, omdat dat te ingrijpend zou worden. In het laatste deel, De Kameleon maakt het helemaal, is, in overleg met de uitgever, op dat gebied wel veel veranderd: moeder Klinkhamer gaat een baan zoeken, de jongens moeten nu zelf voor hun boterhammen zorgen, en een groep meisjes speelt ook een rol.”

Enkele wijzigingen in de oude Kameleons waren ons bij herlezing al opgevallen. Veldwachter Zwart is politieagent Zwart geworden; vader en moeder Klinkhamer spreken elkaar aan met Evert en Jeltje; het dorp heeft plotseling een naam (Lenten) en een duidelijke plattegrond, en is zelfs in puzzelvorm te koop. Na Dik Trom is Uitgeverij Kluitman in Heerhugowaard kennelijk overgegaan tot de "hertaling' van de Kameleon.

Directeur P. Stanco: “Bepaalde dingen kun je tegenwoordig niet meer schrijven. In de eerste boeken heeft bijna niemand een auto; dat hebben we veranderd. Zo komt de eigenaar van de molen aan het meer, Dijkstra, in één van de boeken met een kruiwagen een zwaar vliegwiel van de pomp van de molen naar de smederij brengen. Van die kruiwagen hebben we een bestelwagen gemaakt. Ook de tegenstelling stad-platteland hebben we afgezwakt, omdat die nu veel minder gevoeld wordt dan vroeger. Dieven zijn in oude versies misdadig omdat ze uit de stad kwamen. Nu zijn er misdadigers, die toevallig ook nog uit de stad komen.”

Appelwangen

Ook het uiterlijk van Hielke en Sietse is anders geworden. Wij kennen de tweeling als blonde jongens met appelwangen, met klompen aan, een pet op, en gestoken in een blauwe overall. Zo heeft Gerard van Straaten, de klassieke Kameleon-tekenaar die ook de belettering van de omslagen ontwierp, ze getekend. Maar tegelijk met de hertaling van inmiddels zeven oudere delen, worden ook de tekeningen herzien: de nieuwe illustrator Ruud Hameeteman heeft de klompen van de tweeling in gymschoenen veranderd, overalls zijn vervangen door blauwe sweaters en spijkerbroeken, en de pet is verdwenen. Soms zwaait Hielke of Sietse (die de Kameleon altijd bestuurt) nog met een kapiteinspetje.

Wij spreken onze nostalgische bezorgdheid uit over de hertaling en het verdwijnen van de tekeningen van Van Straaten.

“Bij een serie waarvan nog steeds delen verschijnen, zoals de Kameleon, is dit noodzaak,” zegt Stanco. “De kloof tussen de oude en de nieuwe boeken wordt anders te groot. Zoiets gebeurt ook bij Donald Duck. De figuren zijn nog steeds hetzelfde, maar oude verhalen worden hertekend en aangepast.”

Hij merkt ook op dat het leespubliek verandert. Aanvankelijk was de Kameleon bedoeld voor jongens van ongeveer 14 jaar. In de loop der jaren is die "leesleeftijd' gezakt naar 8 tot 12. “Door allerlei oorzaken, bij voorbeeld de televisie, zijn kinderen al met veel meer vertrouwd dan in de jaren vijfig. Ze kunnen dus meer "hebben'. Bij de opzet van de nieuwe delen moet je daar rekening mee houden,” zegt Stanco.

Alle hertalingen, die door de uitgeverij zelf worden uitgevoerd, hebben het fiat van De Roos. Stanco heeft de samenwerking met de auteur geïntensiveerd, nadat zowel uitgever als schrijver na het vijftigste deel het gevoel kregen dat de ideeën uitgeput raakten. Met De Roos is ook overeengekomen dat als hij niet meer in staat is nieuwe delen van de Kameleon te schrijven, de uitgeverij de serie onder zijn naam mag voortzetten.

De laatst verschenen delen zijn duidelijk geënt op de actualiteit: in het dorp doen pitbulls, drugsverslaafden en "nozems die alles vol verf spuiten' hun intrede. In De Kameleon maakt het helemaal gaan Hielke en Sietse naar de disco, is het meer vervuild door fosfaten en zoekt moeder werk: "Sietse had er zelden over nagedacht dat zijn moeder ooit zou kunnen gaan werken, maar het vooruitzicht bracht hem opeens op een idee. “Als je een baan hebt, krijgen wij dan ook eens zakgeld?” Glunderend keek hij zijn ouders aan.'

Niemand kan meer beweren dat de Kameleon rolbevestigend is, vindt Stanco. De Kameleon is overstag. Hij merkt een kentering in waardering voor de serie bij onder andere de landelijke bibliotheekdienst. Dat is volgens hem het gevolg van het inzicht dat de Kameleon "aanzet tot lezen'. “Ik zal niet beweren dat wie met de Kameleon begint, met Proust eindigt”, zegt Stanco. “Maar de serie slaagt er wel in om kinderen tussen 8 en 12 aan het lezen te krijgen. Wij horen dikwijls van ouders: het enige wat mijn kinderen lezen is de Kameleon”. Stukje eruit.

De Roos: “In alle onbescheidenheid denk ik dat zonder de Kameleon-serie veel jongens weinig gelezen zouden hebben.”