Filmbeleid

De berichtgeving in NRC Handelsblad over de discussies die nu gevoerd worden over het filmbeleid is tamelijk eenzijdig.

In het Cultureel Supplement van 20 september bespreekt Hans Beerekamp het evaluatieonderzoek van de beide filmfondsen, dat door mijn onderzoeksbureau is uitgevoerd. Hij stelt dat het een onzinnig idee is om voor dit onderzoek deskundigen over de kwaliteit van Nederlandse films te laten discussiëren. Waarom dat onzinnig is vermeldt hij niet. Navraag bij Beerekamp leert dat zijn wrevel is gewekt door het feit dat van de 19 deskundigen er drie niet voor 100 procent afkomstig zijn uit de filmwereld. De opvatting dat ook buitenstaanders wel eens wat zinnigs over films te berde zouden kunnen brengen is in de filmwereld kennelijk bij voorbaat een taboe.

Verder citeert hij Blokker, de voorzitter van het Productiefonds, die stelde dat het evaluatierapport al zijn vooroordelen over sociale wetenschappen bevestigt. Het zou eleganter zijn geweest als Beerekamp óók had vermeld waar het bezwaar van Blokker tegen het rapport nu eigenlijk op neerkomt. Blokker is er niet van gediend dat de onderzoeker aanbevelingen heeft gedaan over de wijze van subsidieverlening. Alleen filmmensen hebben verstand van film. Dat het hier niet om film gaat maar om de keuze van een beleidsmodel ontgaat Blokker: de onderzoeker moet zijn mond houden. Blokker heeft tot dusverre dan ook geweigerd op de aanbevelingen in het rapport in te gaan.

Maandag 23 september verslaat NRC Handelsblad een discussie over dit onderwerp in het kader van de filmdagen. Uitsluitend de oppositie tegen het rapport wordt in dit verslag aan het woord gelaten. Verder wordt wederom Blokker geciteerd, die insinueerde dat de aanbevelingen in het rapport zijn ingefluisterd door het Ministerie van WVC. De uiteenzetting mijnerzijds dat een onderzoeksbureau ten opzichte van het Ministerie onafhankelijk is en dat ik absoluut niet weet wat WVC van plan is, laat Beerekamp gemakshalve maar weg. Ook het feit dat Blokker tenslotte moest toegeven dat hij op het onderzoeksdeel van het rapport nauwelijks kritiek heeft, laat Beerekamp onvermeld.

Een deel van de filmwereld wacht momenteel in angstige spanning op de plannen van WVC met het filmbeleid. Dat men nu maar vast tekeer gaat tegen een onafhankelijk onderzoeksbureau vind ik verder best. Voor de toekomst van de Nederlandse film lijkt het me wel van belang dat er met argumenten, in plaats van met loze beschuldigingen gediscussieerd wordt over een nieuw beleidsmodel. In de filmwereld zal men moeten accepteren dat ook buitenstaanders daar wat over te melden hebben.

    • F.M.H.M. Driessen