Door Eros tot Jezus; Het succes van Prince

In aanstootgevendheid is "His Royal Badness', zoals Prince genoemd is, al voorbijgestreefd door de Geto Boys en zelfs door Madonna. Het is dan ook niet zijn tekst maar zijn muziek die hem bijzonder maakt. “De luisteraar wordt onthaald op een donderende gospelsong, een slepend hardrocknummer, twee soft soul-ballades en een snelle rock 'n' roll spiritual.” Prince, wiens nieuwe cd Diamonds And Pearls net is uitgekomen, is de meester van de crossover, zijn muziek is zwart én blank.

Vunzigheid en popmuziek vormen een tot de verbeelding sprekende combinatie. Lang voordat Elvis Presley de ouders van zijn fans schokte met "obscene' heupbewegingen, klonken over de Amerikaanse radio al de prikkelende en dubbelzinnige teksten van de uitvinders van de rock 'n' roll. Tien jaar later waren het de Rolling Stones en de Doors die zich verlustigden in schennis van de openbare eerbaarheid en in de jaren zeventig en tachtig werd de volwassen wereld opgeschrikt door het suggestieve gehijg van Donna Summer, het onsmakelijke imago van de Sex Pistols, en de sado-pornografische teksten van rapgroepen als 2 Live Crew.

De geschiedenis van de popmuziek kenmerkt zich door een steeds hoger opgevoerde vunzigheid, en pas sinds een jaar of vijf wordt daar systematisch actie tegen ondernomen. Met name door het Amerikaanse "Parents Music Resource Centre' (PMRC) - een in Arlington, Virginia gevestigd instituut dat ijvert voor het aanbrengen van waarschuwingsstickers op platen met "seksueel expliciete of gewelddadige' teksten. Het PMRC werd in 1985 opgericht door senatorsvrouw Elizabeth "Tipper' Gore, kort nadat zij onaangenaam was getroffen door een al te vrijmoedige songtekst op het succesalbum van een zwarte Amerikaanse artiest. "I knew a girl named Nikki', begon het liedje onschuldig - om daarna te vervolgen met "I guess you could say she was a sex fiend', en "I met her in a hotel lobby- Masturbating with a magazine'.

"Darling Nikki', afkomstig van de soundtrack van de film Purple Rain, was bepaald niet het eerste controversiële nummer dat zanger- componist Prince Rogers Nelson (Minneapolis 1958) op de plaat zette. Zijn debuutsingle uit 1978 heette "Soft And Wet' en op zijn tweede elpee had hij zijn luisteraars zelf al voor zijn expliciete teksten gewaarschuwd: "Sex-related fantasy- Is all that my mind can see'. Voordat hij met Purple Rain doorbrak naar een miljoenenpubliek had hij op zijn platen een wereld geschetst waarin seks regeerde en taboes niet bestonden. Hoogtepunt was zijn derde album, Dirty Mind (1980), een onweerstaanbare dansplaat waarop Prince de genietingen zong van onder andere incest, trioseks en fellatio. Een waarschuwingssticker was hier niet nodig: de titel Dirty Mind was een manifest op zichzelf en de hoes liet weinig aan de verbeelding over. Gekleed in een zwart slipje en een opengeslagen regenjas, en gefotografeerd tegen een groezelig belichte achtergrond, presenteerde de jonge componist zich als een geile satyr, een decadent bij wie zowel Keith als Little Richard verbleekten.

De teksten van Dirty Mind waren schaamteloos en direct - soms onvolwassen, soms vals met een knipoog. Hoe smakeloos het onderwerp ook was, Prince kon je laten lachen. Om het absurdisme van "Head', waarin hij een bruid op weg naar het altaar verleidde tot orale seks. Of om "Sister', een kort rocknummer dat niet alleen overrompelde door het pompende tempo, maar ook door het openingsvers:

I was only 16 but I guess that's no excuse

My sister was pretty too lovely and ... loose

Een gedenkwaardig begin voor een ode aan zusterliefde die uitliep op het sardonisch uitgeschreeuwde refrein "Incest is everything it's said to be'.

Op het toneel paste Prince zich aan bij zijn teksten; de concerten die hij met zijn begeleidingsband gaf, waren doortrokken van suggestieve bewegingen en gewaagde achtergrondgeluiden. En als hij soleerde, hanteerde hij zijn gitaar als een erotisch hulpstuk. Dat laatste was niet origineel. In het spoor van Jimi Hendrix was de fallische elektrische gitaar bijna uitgegroeid tot een vaste rock 'n' roll-conventie. Maar Prince breidde het repertoire uit. Met een verwijzing naar Hendrix, die gitaarspeelde met zijn tanden, bewerkte Prince de snaren met zijn tong. De ophef die over dat soort dingen gemaakt werd, vond hij zelf misplaatst. “Veel mensen zeggen dat we ons op het toneel en op de plaat stompzinnig gedragen”, zei hij in 1985; “It's not silliness, it's [sickness]. Sickness is just slang for doing things somebody else wouldn't do. That's what I'm looking for all the time”.

Pin-up

Elf jaar na Dirty Mind is Prince niet langer het vieste jongetje van de klas. Zijn teksten zijn nog steeds controvers, maar dat is vooral doordat ze liefde, seks en religie met elkaar verbinden; zijn platen zijn steevast voorzien van een waarschuwingssticker, en Lovesexy (1988) werd in Amerika nog even geboycot omdat de hoes (een pin-up van Prince, zittend op een reuzenlelie met penisvormige stamper) tere zielen zou kunnen schaden. Maar de Egyptisch-Romeinse orgie in zijn recente videoclip "Gett Off' mag op prime time vertoond worden, en in aanstootgevendheid is "His Royal Badness' (zoals Prince ooit genoemd werd) voorbijgestreefd door fenomenen als de Geto Boys, Guns n' Roses, en zelfs Madonna.

Het doet er niet toe. De reden dat Prince gerekend moet worden tot de belangrijkste musici van het afgelopen decennium, is niet dat zijn teksten zo bijzonder zijn, maar dat zijn muziek dat is. Als geen ander in de moderne popmuziek bezit Prince het vermogen om uiteenlopende muzikale invloeden in zich op te nemen en te verenigen in evenwichtige composities die nu eens wild en dansbaar, dan weer ingetogen en ontroerend zijn. Het deze week uitgekomen Diamonds And Pearls is daarvan een goede illustratie. Hoewel minder origineel en verrassend dan de meesterwerken Sign "O' The Times (1987) en Lovesexy, is het album opnieuw een staalkaart van Prince' veelzijdigheid. In ruim een uur wordt de luisteraar onthaald op een donderende gospelsong, een slepend hardrocknummer, twee soft soul-ballades met de klank van de jaren zeventig, en een snelle rock 'n' roll spiritual die het beste van Paul Simon en Aretha Franklin in zich verenigt. In de acht overige nummers experimenteren Prince en zijn begeleidingsgroep The New Power Generation met funk, rap, jazz en zwoel parlando.

Prince is een briljant eclecticus. Net als de Beatles in de jaren zestig plukt hij zijn ideeën overal vandaan en weet hij ze zo te rangschikken dat ze als nieuw in de oren klinken. Net als David Bowie in de jaren zeventig heeft hij het talent om vernieuwende trends vroeg op te pikken en ze populair te maken bij een groot publiek. Op Dirty Mind - nog steeds een van de fijnste dansplaten die ik ken - dichtte hij de kloof tussen de opzwepende rock 'n' roll van de new wave en de elektronische ritmes van de disco; in de film Purple Rain (1984) combineerde hij met groot succes blanke hardrock en zwarte funk; en met het geestig-psychedelische Around The World In A Day (1985) gaf hij de eerste aanzet tot een algehele recycling van de jaren zestig die tot op de dag van vandaag voortduurt. Zijn dansbare kwaliteitsmuziek werd en wordt door velen geïmiteerd, zijn composities worden uitgevoerd door Miles Davis, Chaka Khan, en Sinead O'Connor ("Nothing Compares 2 U'), en als producer van andere artiesten is zijn invloed zelfs nog directer: vanuit de Paisley Park-studio's in Prince' geboorteplaats Minneapolis heeft de "Minneapolis sound' zich over de wereld verbreid.

Crossover

Het publiek van Prince is zwart en blank. Vanaf de vroege jaren tachtig heeft hij er niet alleen naar gestreefd om blanke stijlen op te nemen in de rhythm & blues, soul en funk van de Afro-Amerikaanse muziek, maar ook om als zwarte artiest de zogeheten crossover te maken naar het blanke publiek. Daarin is hij wel vergeleken met Michael Jackson, die na het record van Thriller (sinds 1982 40 miljoen verkochte exemplaren) zelfs zijn gezicht minder negroïde heeft laten maken. Maar Prince doet geen concessies en zal zijn zwarte fans niet van zich vervreemden: hij mag dan veel geleerd hebben van blanke musici als de Beatles, maar hij speelt gitaar als Jimi Hendrix, danst en dirigeert als James Brown, en pronkt met de androgyne seksualiteit van Little Richard. En zijn grootste voorbeeld is de zwarte hippie Sly Stone, die aan het eind van de jaren zestig met een multiraciale band en een mengeling van aanstekelijke dansritmes zwart en blank bij zijn concerten wist te integreren.

"Dance To The Music' zongen Sly & The Family Stone in 1968 - en: "I Want To Take You Higher'. Dat was ook wat Prince wilde in het begin van zijn carrière. Op Dirty Mind en Controversy (1981) beschreef hij zijn Utopia: "Uptown', een plaats waar mensen van alle rassen en alle gezindten ongestoord konden genieten van dans en seks, waar ze konden feesten tot in de eeuwigheid. Maar op 1999 (1982) en Purple Rain werd de toon grimmiger. Feesten tot in de eeuwigheid veranderde in feesten in afwachting van het einde der tijden. "We're all excited- But we don't know why' zong hij geanimeerd op "Let's Go Crazy'; "Maybe it's cuz- We're all gonna die'. En op "1999' maakte hij duidelijk dat volgens hem de apocalyps angstwekkend dichtbij was:

Life is just a party And parties weren't meant to last... 2000 zero zero party over oops out of time So tonight I'm gonna party like it's 1999

De criticus Leslie Fiedler - auteur van het standaardwerk Love and Death in the American Novel - heeft ooit gezegd dat de Amerikaanse verbeelding door de eeuwen heen beheerst is door "the expectation of apocalypse'. Wat geldt voor schrijvers als Poe, Melville, Faulkner en Mailer, is ook van toepassing op veel invloedrijke Amerikaanse liedjesschrijvers. Op Robert Johnson, die zijn blues verzwaarde met visioenen van het moment dat de Duivel hem zou komen halen; op Bob Dylan, die componeerde als een doemdenker en na zijn bekering zelfs het einde van de wereld predikte; op Jim Morrison, Neil Young, Lou Reed. En zeker op Prince, de pleitbezorger van het fatalistisch hedonisme die zich op de single "Sign "O' The Times' (1987) ontpopte als een bijbelse onheilsprofeet:

Sister killed her baby cuz she could't afford 2 feed it and we're sending people to the moon In September my cousin tried reefer 4 the very first time Now he's doing horse - it's June... It's silly no? when a rocket ship explodes and everybody still wants to fly... Some say man ain't happy truly 'til man truly dies

"Sign "O' The Times', smartelijk gezongen tegen de doodse (en toch dansbare) achtergrond van een drummachine en een rauwe gitaar, is ontzagwekkend mooi. Zelfs het poëtische grapje om moon en June te laten rijmen in een vers dat niet over de liefde gaat, kan de beklemmende sfeer niet verdrijven. Tegelijkertijd is "Sign "O' The Times' een keerpunt in Prince' carrière als tekstschrijver. Op de albums die hij daarna uitbracht, was de doem verdwenen. Prince kwam terug op zijn favoriete onderwerp: seks. Maar op Lovesexy, Graffiti Bridge (1990) en Diamonds And Pearls is seksualiteit niet alleen een middel om de buitenwereld te ontvluchten. Liefde en seks slaan een brug naar God. Door Eros tot Jezus, is de boodschap, en alleen de perfecte minnaar kan het hoogste ideaal bereiken: Lovesexy, "the feeling U get when U fall in love- not with a girl or boy, but with the heavens above'.

Godslastering! roepen religieuze groeperingen in Amerika. De vos preekt de passie, menen de critici. Hoe kan een verdorvene als Prince, die jarenlang de vleselijke liefde in alle geaardheden heeft opgehemeld, ooit denken dat zijn religieuze filosofieën serieus worden genomen?

De kritiek is begrijpelijk maar komt wel erg laat. God heeft altijd een belangrijke rol in het oeuvre van Prince gespeeld, en ook in zijn vroege composities is de weg naar verlossing geplaveid met seks. Vanaf de eerste Prince-plaat staat God op elke hoes in de lijst met credits, en zijn de verwijzingen naar hemel, hel en bijbel legio. Niet alleen in liederen als "The Ladder', "Temptation', "The Cross' en "Controversy' (waarin het Onze Vader gereciteerd wordt op een dansbeat), maar ook in het gewraakte "Darling Nikki'. Wie het einde van dit nummer achterstevoren afdraait, hoort Prince duidelijk zeggen: "I know the Lord is coming soon, coming soon'.

Vanzelfsprekend staat het iedereen vrij om de paradoxale devotie van Prince af te wijzen; en er zijn scharen fans die zijn hymnes aan God beschouwen als superieure ironie. Maar zelf geloof ik dat Prince meent wat hij zingt. Zijn seksueel-religieuze symboliek is net zo waarachtig als die van zijn Nederlandse geestverwant Gerard Reve, en bovendien geworteld in een eerbiedwaardige traditie. De verknoping van liefde, seks en goddelijke genade is een voornaam thema in de muziek van veel zwarte (soul)artiesten. De bekendste is Marvin Gaye, wiens Let's Get It On (1972) beschouwd kan worden als een voorafschaduwing van Prince' recente werk. "De schepping is het grootste geschenk van God', zei Gaye, "en seks is daarvan een voortzetting'. Wie de muziek van Lovesexy over zich heen laat komen en luistert naar de etherische teksten, wordt overtuigd door een zelfde boodschap. Het is nu eenmaal zonde om te leven met het idee dat lichamelijke en goddelijke liefde elkaar uitsluiten.

In een van zijn laatste interviews sprak de vorige week overleden Miles Davis nog zijn bewondering uit voor het talent van Prince. "Zijn muziek wijst naar de toekomst' oordeelde hij. Maar meer dan dat verwijst de muziek van Prince onnavolgbaar naar het verleden. In zijn composities komt een halve eeuw popmuziek, zwart én blank, samen. Hij beheerst alle stijlen, alle genres, en is de meester van de crossover. Hij is, zoals Dylan het eens uitdrukte, "a boy wonder'.

De nieuwste cd van Prince (& The New Power Generation), Diamonds And Pearls, is verschenen bij Warner Bros.

    • Pieter Steinz