BCCI is niet te redden, touwtrekken over schuld

ROTTERDAM, 4 OKT. De van massale fraude verdachte Bank of Credit and Commerce International (BCCI) stevent mondiaal vrijwel zeker af op liquidatie. De grootaandeelhouders van de met schandalen - grootscheepse knoeierij in de boeken, witwassen van drugsgeld - omgeven bank achten de kans gering dat de Britse vestiging, die als belangrijkste van BCCI geldt, kan worden gered.

Juist op het moment dat het doek over BCCI definitief lijkt te vallen, laait de discussie over de schuldvraag over het debâcle hoog op. Het management van de bank zit al in de beklaagdenbank. Commissarissen van BCCI, in een aantal rapporten mede-verantwoordelijk gesteld voor het fiasco, bleven totnutoe buiten beeld. Maar in gesprekken met deze krant wijzen zij elke blaam van de hand. Hun beschuldigende vinger wijst behalve naar het top-management vooral ook in de richting van BCCI's externe accountants, Price Waterhouse. Die zouden de fraude eerder boven water hebben moeten halen.

De accountantsfirma, die met haar rapport aan de Bank of England het sein voor de sluiting van BCCI gaf, wijst er op haar beurt op dat het niet de eerste taak van de accountants is om fraude op te sporen. “De eerste verantwoordelijkheid ligt bij het management en die rapporteert aan de raad van commissarissen.”

Voor de plotselinge sluiting van BCCI bestond volgens enkele commissarissen geen enkele financiële reden. “Het geld lag op tafel. Niemand zou een cent hebben verloren als de bank was opengebleven”, menen zij.

De groot-aandeelhouder van BCCI, sjeik Zayed bin Sultan al-Nahayan van Abu Dhabi die een belang van 77 procent in de bank heeft, liet gisteren weten dat de reddingskansen voor de Britse tak van BCCI vrijwel nihil zijn. In Engeland kregen meteen 1100 van de 1260 BCCI-personeelsleden ontslag aangezegd. Eerder deze week werden al 300 personeelsleden op het hoofdkantoor in Abu Dhabi naar huis gestuurd.