Verpakker Van Leer investeert in kinderen

Van Leer verpakt alles: chemicaliën, eieren, fruit. Grondlegger van deze toonaangevende onderneming was Bernard van Leer. De onderneming doet niet alleen in vaten, maar ook in liefdadigheid.

Het is het verhaal van twee mensen. Bernard van Leer en zijn zoon Oscar. Twee mensen die vinden dat iedereen in het leven een goede start moet kunnen maken.

Bernard van Leer probeerde na zijn positie bij de handelsfirma Stokvis en Zoon te hebben opgegeven in de twintiger jaren bijna tevergeefs een eigen verpakkingsbedrijf op te zetten. Het bleek moeilijk te overleven met het maken van zeepverpakkingen, sigarendoosjes en blikjes voor de cacao van Van Houten.

De legende situeert de ommekeer in 1925, op de veerpond naar Pernis (toen de manier om de raffinaderij aldaar te bereiken). Van Leer was de enige passagier die dag. Hij wilde Shell interesseren in een paar kleine blikjes die hij te koop had. De veerman vroeg hem: “U gaat zeker bij Shell praten over al die lekkende asfaltvaten?” “Tja, dat zou kunnen,” antwoordde Van Leer nadenkend. Toen de veerman hem aan de andere kant noch achterna riep: “Mijnheer, U vergeet uw blikjes,” antwoordde van Leer: “Ik haal ze straks op de terugweg wel op.” Die middag kwam hij thuis met een order voor 10.000 asfaltvaten, om de lekkende vaten die door Krupp waren geleverd te vervangen.

Sindsdien volgde Van Leer Koninklijke Olie over de hele wereld, vanuit een heel simpele gedachte: “Een vat moet je zo dicht mogelijk maken bij de plaats waar het gevuld wordt. Anders vervoer je lucht.”

Waar ook olie werd aangeboord, in de jungle van West-Afrika of in Zuid-Amerika, meteen was Van Leer ter plaatse om een vatenfabriek neer te zetten. Soms in ongelooflijk korte tijd, want service en snelheid waren belangrijk. Op een gegeven moment opereerde Van Leer zelfs met een mobiele vatenfabriek. Van Leer werd een vermogend man, die altijd veel aan liefdadigheid deed. Op zeer uiteenlopende wijze. In de dertiger jaren hield hij zijn eigen symfonie-orkest op de been. Hij richtte scholen op voor schipperskinderen. Hij had zelfs een eigen circus, Kavaljos genaamd, waarin hij ook nog zelf optrad, staande op twee paarden.

Ver na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in 1941, vluchtte de (joodse) Van Leer met een speciaal georganiseerde trein, waarin hij nog vele Nederlandse joden wist mee te nemen, naar Portugal, van waaruit hij de Verenigde Staten wist te bereiken.

Na de oorlog keerde hij terug. Het concern groeide verder, zowel geografisch als qua produkten. De olievaten waren maar het begin. De licentie op een sluiting voor vaten (tri-sure) leverde Van Leer veel op. De onderneming breidde zich uit onder leiding van Van Leers zoon Oscar en diens opvolger, de huidige minister van economische zaken dr J.E. Andriessen.

Van Leer maakt nu verpakkingen voor allerlei goederen van chemicaliën tot voedsel, van eieren tot verpakkingen voor fruit. Van Leer (dat net het 4p verpakkingsbedrijf van Unilever in Duitsland heeft overgenomen) heeft goede hoop om vanuit de industriële markt op de markt voor consumptieverpakkingen door te breken.

Pag.22: VAN LEER; Het goede doel van een vermogend bedrijf; Van Leer Foundation wil kennis overdragen aan beleidsmakers

Al in 1949 besloot Van Leer, samen met zijn twee zoons, Oscar en Wim (nu beiden ver in de zeventig) dat zijn vermogen en de onderneming niet naar zijn kinderen zouden gaan. Deze hadden principiële bezwaren tegen vererving. Zij vonden dat kinderen een goede opvoeding en opleiding moesten krijgen, maar het met die innerlijke sterke punten verder moesten zien te rooien in het leven. Niet met een groot kapitaal.

In goed overleg werd besloten het hele kapitaal onder te brengen in een stichting die zich zou richten op goede doelen in de landen waar de onderneming actief was.

Om dit plan uit te voeren moesten de nodige obstakels worden overwonnen. Om te beginnen moesten Oscar en Wim worden onterfd. Dat kon niet in Nederland. Dus verhuisde Bernard naar de enige plek in Europa waar dat wel kon, het Zwitserse kanton Luzern. Daar werd de stichting opgericht waarin hij zijn vermogen en de aandelen van zijn bedrijf onderbracht. (Aandelen die nu bij elkaar volgens het jaarverslag van Van Leer een miljard gulden waard zijn).

De Zwitsers wilden toen nog dat de stichting zijn goede werk vooral in Zwitserland zou doen. Maar daar was Van Leer tegen. Hij forceerde de lokale overheid zelfs tot het houden van een referendum, waarbij de burgers van het kanton Van Leer gelijk gaven tegenover hun eigen regering. Een sterk staaltje dat Freddy Heineken als enige Nederlander later poogde te herhalen toen hij door middel van een referendum toestemming wilde krijgen zijn Zwitserse villa te verbouwen.

Na de dood van Bernard Van Leer (een hartaanval velde hem op 74-jarige leeftijd op 6 januari 1958) was het Oscar die niet alleen de onderneming leidde, maar ook het werk van de Stichting structureerde. Oscar was op dat moment directeur van de Van Leer machinefabriek in Chicago. Hij had natuurkunde gestudeerd aan de VU te Amsterdam, maar was meer geïnteresseerd in film en maakte zijn studie niet af. In plaats daarvan werkte hij bij Nederlandse filmstudio's en vond hij zelfs een nieuw geluidsopnamesysteem uit.

Ook de optiek trok zijn belangstelling. In de kelder van de jonge TH in Delft begon hij daarom een bedrijfje aan de Oude Delft. Van Leers Optische Industrie, opgericht in 1939, moest in de oorlog onder een andere naam verder werken en is sindsdien bekend als Oldelft, inmiddels met Enraf-Nonius gefuseerd tot Delft Industries, nu door de Amerikanen gestraft voor leveranties aan Irak.

Destijds moest Oscar - toen hij voor de Duitsers vluchtte - de onderneming achterlaten, maar hij hield de rechten van Oldelfts patenten voor de Amerikaanse markt, wat hem later nog een aardige duit opleverde.

Anders dan zijn broer Wim, die zich helemaal aan het filmvak verslingerde, was Oscar behalve uitvinder, ook ondernemer. Werkend in de Verenigde Staten haalde hij zelfs nog zijn doctorate of law hoewel hij het meeste leeswerk in het vliegtuig deed. Toen hij in 1958 de toppositie bij Van Leer kreeg aangeboden, pendelde hij per vliegtuig op en neer tussen het hoofdkantoor in Amstelveen en zijn woning bij Chicago.

Behalve de onderneming structureerde hij ook de Van Leer Foundation. In Chicago was hij al onder de indruk gekomen van de Amerikaanse onderwijsfilosoof Martin Deutsch. Die wees erop hoe belangrijk het was voor jonge kinderen (onder de zes jaar) te zorgen, om te bereiken dat ze een goede uitgangspositie krijgen in het leven. Dit headstart concept dat later onder president Kennedy verdere opgang maakte, inspireerde Oscar.

“Als je investeert in menselijk kapitaal levert dat het meeste rendement op als je het doet in de jongste jaren. Dan worden de sociale en leer-vaardigheden aangeleerd, die later het maatschappelijke functioneren bepalen. Alles wat je later doet is eigenlijk compenseren van wat er in die eerste jaren tekort is geschoten,” zo kenschetst de huidige directeur van de Van Leer Foundation, dr Rien van Gendt, de gedachtengang.

Oscar van Leer structureerde ook de manier waarop de onderneming en de stichting aan elkaar zijn gekoppeld. Er kon immers een spanningsveld ontstaan. De onderneming zou zoveel mogelijk winst willen inhouden om daarmee zelf te groeien. De stichting zou zoveel mogelijk dividend willen ontvangen om daarmee zijn goede werk te doen.

Deze potentiële spanning werd op twee manieren voorkomen. Allereerst door de structuur met een tussenstichting: De Van Leer Group Foundation (VLGF). Deze houdt alle aandelen van de onderneming en ontvangt het dividend. Daarnaast beheert deze stichting ook nog andere beleggingen. Zij kan indien nodig de onderneming ook geld lenen, bij voorbeeld voor overnemingen.

Deze VLGF, heeft slechts twee personeelsleden: De voormalig directeur-generaal van het ministerie van economische zaken drs H. Leliveld en een secretaresse. De VLGF keert het van Van Leer Packaging ontvangen dividend (vorig jaar 31 miljoen gulden) uit aan de Van Leer Foundation in Den Haag. Daar werken ruim vijftig mensen die alle projecten van de stichting in heel de wereld begeleiden.

De uiteindelijke veiligheidsklep op deze structuur is de raad van negen. Een groep van negen mensen is benoemd tot trustees bij de Van Leer Foundation. Uit hoofde van deze functie zijn dezelfde negen mensen tevens "supervisory director' (commissaris) bij Van Leer Packaging en bestuurder van de VLGF die het kapitaal beheert.

Vier keer per jaar komen de negen drie dagen bij elkaar. Op de ene dag bespreken ze de onderneming, de andere dag de VLGF en de laatste dag de Van Leer Foundation. De drie raden hebben elk wel een andere voorzitter. Bij de commissarissen van de onderneming is P.J.J. Rich voorzitter. (Een Fransman die in het dagelijks leven topman is van het Britse bedrijf British Oxygen). Bij de Van Leer Foundation is dr J. Kremers (voormalig gouverneur van Limburg en nu topman van het vastgoed beleggingsfonds Rodamco) de voorzitter. Bij de VLGF is SAS-directeur I Samrèn voorzitter.

In deze opzet werkt de Van Leer Foundation in een zakelijker klimaat dan andere stichtingen die vanuit de zachte-sector-optiek aan liefdadigheid doen. Van Gendt bevestigt dat. Termen als verhogen van het rendement op geïnvesteerd vermogen en efficiency wanneer het om de ontwikkelingsprojecten van de stichting gaat, klinken hem niet vreemd in de oren. Na gewerkt te hebben voor de OECD en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, was zijn laatste werkgever de bouwonderneming Wilma, waar hij als algemeen directeur van Wilma Vastgoed projecten ontwikkelde, uiteenlopend van winkelcentra tot industrieterreinen. Niet de gebruikelijke achtergrond voor iemand die in de hele wereld projecten onderzoekt om kinderen een goede uitgangspositie te geven.

Een aanpak overigens die ook ouders helpt hun zelfsrespect te herwinnen, aldus Van Gendt. Hij geeft als voorbeeld een project voor vluchtelingen uit Cambodja en Laos. Diarree is in de kampen in Thailand een belangrijke doodsoorzaak van kinderen. Door middel van poppenkastvoorstellingen wordt de kinderen hygiëne bijgebracht.

“Je ziet dat de ouders, vaak bijna apatisch na het lange wachten op overplaatsing naar een ander land, door de kinderen gestimuleerd worden. Niet alleen op het gebied van hygiëne. Ze komen, kijken en praten en beginnen zichzelf te organiseren.”

Een ander voorbeeld speelt aan de kust van Colombia. In een desolate moerasstreek leiden zwarte Colombianen - afstammelingen van uit het hoogland gevluchte slaven - geplaagd door malaria een armzalig bestaan. Opleidingen maakten de mensen bewust van de oorzaken van malaria. Ze leerden zelf bloed afnemen bij hun kinderen en kregen kennis van tal van andere praktische zaken. Dat gaf hen weer zelfrespect. Ze organiseerden zich en wisten zelfs lobbygroepen te formeren om in de hoofdstad Bogota delen van het regeringsbudget voor hun regio te claimen.

“Zo zie je een hele gemeenschap zichzelf van binnenuit versterken”, aldus Van Gendt. “Het kind is ons finale doel. Maar je bereikt het kind het beste via de ouders. Dat is niet alleen goedkoop en efficiënt. Door te kapitaliseren op die allesoverheersende zorg van ouders voor hun kinderen, zie je dat ouders er ook iets voor terug krijgen. Ze leren zich te organiseren. Je krijgt community development.”

Er zijn in Nederland nauwelijks stichtingen verbonden aan een onderneming. De Verenigde Spaarbank - nu gefuseerd met verzekeraar Amev - is een recent voorbeeld. Toch biedt zo'n constructie grote voordelen. Als directeur van de Van Leer Foundation hoeft Van Gendt niet zoals directeuren van andere liefdadigheidsorganisaties tijd te besteden aan het binnenhalen van de benodigde geldmiddelen. Hij is - zolang het de onderneming Van Leer goed gaat - verzekerd van een vrij constante inkomstenstroom.

De gedachte: Het geld dat wordt verdiend met de handel moet in dezelfde landen ook weer worden geïnvesteerd in de toekomst en ontwikkeling via het bieden van kansen aan kinderen, stak achter het opzetten van de stichting. Door die vaste inkomstenstroom kan de stichting bovendien projecten voor de langere termijn opzetten.

“Wij hoeven niet snel successen te boeken om onze geldgevers over te halen nieuwe middelen ter beschikking te stellen. Wij kunnen werken op de lange termijn”, aldus Van Gendt.

Hij heeft de stichting de laatste jaren een extra (lange termijn) doelstelling gegeven. De Van Leer Foundation wil de kennis die ze op micro-niveau bij haar 130 projecten in 42 verschillende landen opdoet, uitdragen naar het "macro-niveau' van beleid. Zodat de beleidsmakers, regeringen en andere hulporganisaties, van die kennis kunnen profiteren. Daartoe werkt de Van Leer Foundation niet alleen veel samen met andere internationale organisaties als Unicef, EG en Wereldbank, ze sponsort en organiseert ook internationale bijeenkomsten en produceert zelfs televisieprogramma's. De broers Van Leer hebben op dit moment geen enkele formele band met de stichting.

Ook al was Bernard van Leers vrouw fervent zioniste, de Stichting richt zich niet op specifiek joodse projecten. Uit respect voor het verleden ondersteunt de stichting wel projecten in Israel (waar de onderneming niet werkt), maar die zijn zowel gericht op de joodse als op de Arabische bevolkingsgroep. De stichting ondersteunt organisaties over de hele wereld ongeacht hun geloof of politieke kleur.

Van Gendt spreekt wel regelmatig informeel met Oscar van Leer. Wat vindt hij van de bijkomende nieuwe doelstelling? Van Gendt:“Hij zegt altijd "weten is meten.”' De stap van kleinschalig ontwikkelingsproject naar grootschalige toepassing, kan alleen worden gezet als je evalueert wat je kleinschalig hebt getest. Je moet weten wat je doet. Wat het oplevert. Dat doen we dan ook.”

    • Paul Frentropdoor Paul Frentrop