Valse sentimenten bestaan niet

Retrospectief Frank Borzage. Nederlands Filmmuseum, Amsterdam.

Een betere keuze dan de Amerikaanse regisseur Frank Borzage (vermoedelijk 1890-1962) had het Nederlands Filmmuseum nauwelijks kunnen maken als onderwerp van het eerste grote retrospectief in het heropende Vondelparkpaviljoen. De aanleiding vormde de vondst van Borzage's verloren gewaande Lucky Star uit 1929 in de eigen archieven; toen de gerestaureerde versie dit jaar op het Filmfestival Rotterdam vertoond werd, kreeg de film een hogere publiekswaardering dan welke nieuwe produktie ook.

Met die steun in de rug van een voortreffelijk melodrama is de nieuwsgierigheid in ieder geval gewekt. Want Borzage is vooral een onbekende filmer, die tussen 1915 en 1960 een kleine honderd films regisseerde, en nooit tot het pantheon van de Hollywoodauteurs (zoals gedefinieerd door de Cahiers du Cinéma en hun volgelingen) doordrong. De kwaliteit van zijn werk is, voor zover bekend (zestig titels zijn bewaard gebleven, waarvan het Filmmuseum er achtendertig vertoont), omstreden en vormt een uitdaging voor een langzaam aan melodrama's wennend publiek. Het vormt bovendien een ideale overgang van de eind dit jaar vertrekkende Filmmuseum-programmeur Eric de Kuyper, met zijn voorliefde voor flamboyantie en excentriciteit, naar zijn zo mogelijk nog meer in zuivere lyriek en door eenvoudige middelen opgewekte grote gevoelens gelovende opvolger Peter Delpeut.

In de melodrama's van Borzage gaat het niet om het simpelweg overwinnen van tegenslagen, die het leven zo kwistig uitdeelt. Borzage lijkt te geloven in de spirituele liefde, in de hereniging in een beter bestaan, dat zich elders voltrekt. Titels als Seventh Heaven, waarvoor Borzage in 1927 de allereerste regie-Oscar ontving, en History Is Made At Night (1937) wijzen al op zijn totale gebrek aan cynisme en ironie. In Borzage's eigen woorden: “Melodrama is no laughing matter, for life itself is melodrama and life is not a joke.”

Hoewel sommige bronnen zeker menen te weten dat Borzage (spreek uit: Borzedzjie) van Zweedse afkomst is, lijkt de theorie dat zijn vader een Zuidtiroler en zijn moeder Zwitsers was waarschijnlijker. Borzage's geloof in het hiernamaals is eerder katholiek dan lutheraans, al was hij een overtuigd vrijmetselaar, en meent zijn biograaf Hervé Dumont aan de vrijmetselarij ontleende beeldsymbolen in de films aan te kunnen wijzen. Zeker is dat Borzage tussen 1912 en 1915 in minstens achtenzeventig films acteerde. Zijn eerste film regisseerde hij in 1915, het eerste succes kwam in 1920 met de bekroning van Humoresque. De grootste faam genoot Borzage aan het eind van de zwijgende periode, met hits als Seventh Heaven, Street Angel en Lucky Star, alle met Janet Gaynor in de vrouwelijke hoofdrol. Ook aan het begin van de jaren dertig werden de Hemingway-verfilming A Farewell to Arms, Bad Girl en Man's Castle goed ontvangen, hoewel veel critici en intellectuelen hem beschouwden als de kampioen van de sentimentaliteit.

Wellicht ten overvloede legt De Kuyper in het bij het retrospectief verschenen programmaboekje, prachtig uitgegeven in de stijl van een oude bioscoopbrochure, nog eens uit dat vals sentiment niet bestaat. Het avontuurlijke van het Borzage-retrospectief is niet alleen de onbekendheid van de films, maar vooral de gok of er een publiek te vinden valt dat niet meteen begint te lachen, wanneer een invalide door de kracht van de liefde uit zijn rolstoel opstaat. De tijd lijkt rijp voor de acceptatie van tranen in de cinema. Als Delpeut, provocerend, beweert dat wie niet weent bij Lucky Star, niet van film houdt, moet ik hem gelijk geven. Zulke apodictische, de filmkunst exclusief opeisende verklaringen, zijn gevaarlijk. Maar ik geloof dat de weg die het Filmmuseum inslaat, voor het eerst sinds de banvloeken van de Filmliga over de sentimentaliteit van Hollywood serieus aandacht bestedend aan het beste van de commerciële zwijgende filmproduktie, toch meer ruimte laat voor discussie met andersdenkenden dan de traditionele heiligverklaring van de absolute film en de Sovjet-grootmeesters. Sentiment was precies wat de avantgardisten van destijds ontbeerden; de ooit door hen verguisde hofleveranciers van Abraham Tuschinski en zijn filmpaleis voor de gewone man verdienen een laat, uitdagend geformuleerd eerherstel.

    • Hans Beerekamp