Prominente "tomaten' sieren de wanden ; Tentoonstelling rooms studentenleven in Amsterdam

AMSTERDAM, 3 OKT. “Robberdebob, robberdebob, zo gaan de ketters de brandstapel op.” Ieder jaar opnieuw bonden de studenten van de Amsterdamse vereniging Sanctus Thomas Aquinas de strijd aan met de protestantse Vrije Universiteit en ieder jaar verloren ze. Het vat bier waarom het allemaal ging werd na een kwartiertje duwen en trekken meestal moeiteloos door de Friese boerenzonen van de VU buitgemaakt.

“De Roomse horden rukken aan”, werd in het protestantse kamp jaar op jaar gezongen. Er werd gewaarschuwd voor "een jezuïet met veldaltaar' die zich in de menigte zou ophouden. Maar na 1972 hoefde dat allemaal niet meer. Thomas was uit zichzelf ter ziele gegaan, de jezuïet had een vriendin gekregen en Huub Oosterhuis was met het veldaltaar vertrokken.

Gisteren kwamen de oude tijden even terug, toen in de Agnietenkapel de tentoonstelling "Het einde van een idee' werd geopend: een catalogus van bijna honderd jaar rooms-katholiek studentenleven in Amsterdam. Prominente "tomaten' sieren de wanden, lopend van de grote voorman Romme, via Godfried Bomans tot Lucas Reijnders. Er zijn oude registratieboeken uit de groentijd - op de 20e september 1954 is bij de jeugdige noviet W. Verstappen woedend neergekrast dat hij voor straf anderhalf uur eerder moet komen - en er liggen uiteraard talloze feestfoto's, restaurantnota's en andere sporen van vergane vreugde.

Interessant is vooral het onderdeel dat de houding van de katholieke studenten in de jaren dertig belicht. In studentenbladen als De Christophore werd met name de clerus fel aangevallen - “de wolven van plichtsverzuimende priesters” - en sommige leden van Thomas waren opvallend actief in het Verbond van Dietsche Nationaal Socialisten, Verdinaso. Zij wierven leden met teksten als: “Marxisten en joodse zwendelaars gaan broederlijk hand in hand om Verdinaso te bestormen.”

Uit een notulenboek blijkt dat op 22 maart 1933 door een lid van Verdinaso zelfs is voorgesteld om namens Thomas een gelukstelegram te sturen aan Adolf Hitler, ter gelegenheid van diens machtsovername, met de hoop “dat Nederland spoedig mocht volgen”. De vergadering, denkend dat het een grap was, nam de motie aan en alleen omdat de praeses op het laatste moment de verzending wist te blokkeren heeft de Führer het zonder de heilwensen van Sanctus Thomas Aquinas moeten doen. Na deze "telegrafistenkwestie' werden de leden van Verdinaso uit de vereniging gewerkt. Enkele jaren later zouden, in veel gematigder vorm, opnieuw nationaal-socialistische sentimenten de kop op steken. Daarbij was onder anderen de latere hoogleraar Delfgauw betrokken, evenals later prominente KVP-politici.

Ook na de oorlog liet Thomas zo nu en dan van zich horen. In 1947 verstoorden de leden in het Tuschinsky-theater met geroep en gesmijt een cabaretnummer waarin een dame voorkwam "met een minimaal aantal textielpunten aan den lijve'.

In 1958 deed het bestuur een vergeefse poging om de publikatie van het studentenblad Propria Cures aan banden te leggen omdat het zo lelijk schreef over katholieken in het algemeen en de paus in het bijzonder. Toen een verzoek aan de rector-magnificus niet hielp, werd uit arren moede de auteur van de gewraakte artikelen, Herbert Leupen, ontvoerd. Leupen, later in PC: “Dat ik er levend vanaf ben gekomen is slechts te wijten aan de omstandigheid dat er vrijdags in deze kringen geen vlees wordt gegeten.”

Hoewel het klimaat binnen de vereniging in het midden van de jaren zestig sterk veranderde, ging het rond 1970 snel bergafwaarts. De meeste leden waren nauwelijks meer praktiserend katholiek, en degenen die daar wel in geïnteresseerd waren zaten liever bij de "studentenecclesia' van Huub Oosterhuis en pater Van Kilsdonk.

Kort na het betrekken van een nieuw, groot pand aan de Herengracht begon het ledental achteruit te lopen. De sociëteit, H'88, werd omgevormd tot een open jongerencentrum. In 1980 werd Sanctus Thomas Aquinas formeel opgeheven. In het pand bevinden zich thans een fitnessclub en een Belgisch specialiteitenrestaurant.

De tentoonstelling is geopend tot 12 januari 1992.

Universiteitsmuseum, Oudezijds Voorburgwal 231, Amsterdam. Tel. 020-523339.

    • Geert Mak