Halve ploeg Partizan Tirana blijft achter in Rotterdam

ROTTERDAM, 3 OKT. In de bar van het Rotterdamse hotel Atlanta worden 's avonds de eerste weddenschappen afgesloten. Barman Albert denkt dat van de 26-koppige afvaardiging van Partizan Tirana maar veertien man morgen zullen afreizen.

“Er blijven er in elk geval zes achter”, weet hij al. Uiteindelijk stapten vanmorgen acht van de vijftien spelers van Partizan in de bus naar Schiphol om terug te reizen naar Tirana. Slechts de helft van de complete ploeg van 26 vertrok.

De lobby van hotel Atlanta, waar de spelers verblijven, lijkt wel een Albanees koffiehuis. Albanese supporters uit Nederland en Duitsland, de meesten getooid met Feyenoord-petjes, wachten na de wedstrijd op "onze vrienden', de spelers. Teleurgesteld over de uitschakeling door Feyenoord zijn ze niet. Hun team heeft het goed gedaan, vinden ze.

Vooral keeper Artur Lekbello, die pas vier minuten voor tijd gepasseerd werd, is in de wedstrijd uitgegroeid tot een regelrechte held. Als de spelers even na elven het hotel betreden, wordt hij het uitbundigst gekust en geknuffeld. De Partizanen lopen wat verdwaasd rond, sommigen in de door Feyenoord liefdadig beschikbaar gestelde trainingspakken, anderen in nep-leren jekkies. Ze dragen het haar op Duits-voetballengte.

Met hun ex-landgenoten praten ze koortsachtig over de mogelijkheid in Nederland te blijven. Hun kansen om aan de slag te komen bij een Nederlandse club schatten ze zelf niet hoog in. Aanvoerder Ocelli vindt zichzelf “niet half zo goed als Gullit”. Maar zijn landgenoten waarschuwen hem dat hij zich niet te goedkoop mag aanbieden. Trainer Starova draagt een Feyenoord-speldje van Feyenoord op zijn revers, een Feyenoord-sleutelhanger aan zijn riem. Hij legt in uitstekend Engels uit dat ze allemaal graag zouden blijven om in Nederland te werken, maar dat dat moeilijk is. Zelf is hij al te oud, denkt hij. Zijn spelers mogen blijven maar alleen om te voetballen. Anders moeten ze, vindt Starova, terug om te helpen de democratie in Albanië op te bouwen.

Sterspeler en international Hasanpapa is naar eigen zeggen sinds dinsdag in de weer om niet terug te hoeven naar Albanië. “Als ik vandaag iets over een contract hoor, blijf ik meteen hier.” Maar ook hij bezweert dat hij alleen hier wil blijven om te voetballen. Doelman Lekbello is de enige van het team die zegt contact te hebben met Nederlandse clubs. Twee managers van eerste-divisieclubs en één uit de eredivisie hebben hem gebeld. Namen weet hij niet. Hij zit breed lachend in de bar, slaat vertrouwelijk zijn arm om de schouders van journalisten en drinkt champagne. Een Albanese supporter die met een vuist vol dubbeltjes en kwartjes bier komt bestellen, wordt door de barman afgesnauwd.

De jonge speler Dama verontschuldigt zich om half twee. Hij pakt zijn tassen en neemt huilend afscheid van zijn trainer en de voorzitter van de club. Vervolgens stapt hij in een Duitse auto en verdwijnt. “Hij slaapt vannacht bij een goede vriend in Monnickendam”, zegt jeugdtrainer Shekery, die Dama begeleidt, beslist. “Morgen gaat hij gewoon met ons mee terug.”

Ook Hasanpapa staat op, geeft iedereen beleefd een hand en maakt met zijnhanden onder het hoofd een gebaar van "slapen gaan'. Alleen Lekbello is nog niet moe. De jeugdtrainer zegt smalend dat de keeper naast zijn schoenen loopt door alle aandacht. Shekery heeft als enige vrouw en kind meegenomen naar Nederland. Betekent dat dat hij morgen zal achterblijven? Nee, iedereen zal om zeven uur in de bus stappen, verzekert hij. “Of we blijven allemaal tot maandag. Ik weet het niet.” Trainer Starova blijft even vaag. “Misschien dat vier of vijf hier echt willen blijven.”

De volgende morgen is Starova als een van de eersten bij de bus. Aanvoerder Ocelli stapt behangen met vier tassen uit de lift; een gevolg van de kleren-inzamelingsactie van Feyenoord. Ook keeper Lekbello maakt aanstalten om in te stappen. Terwijl de andere spelers met natte ogen afscheid nemen van hun supporters, zegt hij even ontroerd de journalisten gedag. Hij wordt omstuwd door vier cameraploegen. Hij heeft geen aanbieding van een Nederlandse club. Dama is niet teruggekeerd uit "Monnickendam'. Ook Hasanpapa komt niet opdagen. “Naar Duitsland”, zegt medespeler Shulku. Zelf gaat hij terug voor zijn familie. Vijftien Albanezen stappen in. Jeugdtrainer Shekery is er niet bij. Noch zijn vrouw, noch zijn kind.

De jonge speler Sheta blijft buiten de bus. Hij heeft van iedereen hartelijk afscheid genomen en staat nu naar zijn schoenen te kijken. Als de bus start, stappen alsnog twee spelers uit. Een van hen is Shulku. Alleen gekleed trui en spijkerbroek staren ze de bus na. Ze worden besprongen door de mensen van de televisie. Shulku wacht op een vriend uit Kosovo, die hem tot maandag onderdak kan verlenen. Al zijn spullen heeft hij in de bus laten liggen. Hij heeft niks nodig. “Als ik geen werk vind, ga ik maandag weer terug.”

Als ze weg zijn, schudt de portier van Atlanta zijn hoofd. “Wat een zooitje. Je moet hun kamers zien. Een bende! Al die kleren van die actie hebben ze onder hun bed gegooid. Logisch: als wij ze niet willen dragen, willen zij ze toch ook niet dragen.”

    • Bas Blokker