EG Europese Gemeenschap; Tussen De Gaulle en Luns

Minister Van den Broek leek deze week een beetje op generaal De Gaulle in het begin van de jaren zestig. Liever geen verdrag over een Europese Politieke Unie dan een slap verdrag, liet de Nederlandse bewindsman na het echec van het Nederlandse EPU-ontwerp weten.

De Franse president dacht er indertijd net zo over toen het Franse plan-Fouchet voor een politieke unie van de toenmalig zes EG-landen op krachtig verzet was gestuit. Hij gooide zijn hoofd in de wind, weigerde concessies te doen en het duurde vele jaren voordat er in de EG weer serieus over nauwere samenwerking op het gebied van de buitenlandse politiek en veiligheid werd gesproken.

Van den Broek leek tegelijkertijd op De Gaulles grote tegenstander, zijn voorganger op Buitenlandse Zaken Luns. Deze verzette zich met verbetenheid tegen het Franse idee om bij de politieke samenwerking uit te gaan van een Unie van Europese Staten en deze Unie buiten de bestaande communautaire instellingen van de Europese Economische Gemeenschap, zoals de Europese Commissie (bedoeld als de kern van een toekomstige Europese regering), te laten functioneren. Het zou samenwerking tussen nationale staten worden, een opzet die volgens Luns en de toenmalige Nederlandse regering een onaanvaardbare aantasting zou zijn van de oorspronkelijke gedachte van Europese integratie.

Den Haag had nog twee argumenten om zich dertig jaar geleden tegen het Franse voorstel te keren. Het zou de NAVO ondermijnen omdat het West-Europa zou doen afdrijven van de Verenigde Staten en het zou een nieuwe blokkade opwerpen tegen het Britse lidmaatschap van de EG. Frankrijk betichtte Nederland van inconsistentie - de Britten stonden ook toen al erg pragmatisch tegenover Europese eenwording en zijn steeds verklaarde tegenstanders van communautaire samenwerking geweest - maar de Haagse argumentatie was wel zo overtuigend dat voldoende steun van andere lidstaten werd verkregen bij de torpedering van de Franse ambities.

Er zijn meer parallelen tussen het begin van de jaren zestig en nu. Ook toen moest eenheid van buitenlands beleid ervoor zorgen dat Europa een macht werd om rekening mee te houden, een macht die mede haar stempel op de politieke ontwikkeling in haar regio en in de wereld zou kunnen drukken en een macht die zich zo beter te weer zou kunnen stellen tegenover de Sovjet-dreiging en met meer overtuiging haar wensen in Washington zou kunnen deponeren. De aanzet werd op initiatief van Frankrijk, van harte gesteund door West-Duitsland, gegeven tijdens de Europese topconferentie van Bonn, die in juli 1961 werd gehouden.

Ook aan het huidige streven naar een Europese Politieke Unie ligt Frans-Duitse afstemming ten grondslag. De omwentelingen in Oost-Europa brachten president Mitterrand en bondskanselier Kohl er begin 1990 toe om behalve de op stapel staande Economische en Monetaire Unie van de Europese Gemeenschap ook de vorming van een Politieke Unie te bepleiten. En naarmate het Sovjet-rijk verder uiteenviel en de democratie in Midden- en Oost-Europa oprukte, waarbij de EG als het beloofde land werd gezien, nam de drang naar verdieping van de politieke en militaire samenwerking in de Gemeenschap verder toe.

Luxemburg zette tijdens zijn voorzitterschap van de EG-ministerraad in de eerste helft van dit jaar de toon met de opstelling van een verdragstekst. Deze plaatste de terreinen van buitenlandse- en defensiepolitiek alsmede het justitiële beleid buiten de communautaire structuur. De Europese Raad van regeringsleiders kreeg een invloedrijke overkoepelende rol toebedeeld. Het had er veel van weg dat de Fransen dertig jaar na dato alsnog hun zin kregen. Tegelijkertijd werd de “federale bestemming” van de Politieke Unie onderstreept, kreeg het Europese Parlement meer macht toebedeeld en werden beleidsterreinen als sociale politiek en onderwijs voor het eerst binnen de sfeer van de EG gebracht.

De poging van Nederland om als voorzitter het tij te keren en, net als in de vroege jaren zestig maar nu uit een andere en delicatere positie, de communautaire basis van de Europese integratie te verdedigen tegen het intergouvernementele geweld en de band met de Verenigde Staten via de NAVO nadrukkelijk in stand te houden, strandde op de stevigheid van de Frans-Duitse as. Hoe sympathiek Bonn het Nederlandse EPU-document ook beoordeelde (“Wij zijn het er voor 90, ja zelfs voor 95 procent meer eens”, zei een Duitse diplomaat), een coalitie met Nederland zou de relatie met Parijs, en dus de spankracht van de huidige Europese eenheid, te zeer schaden.

Na de mislukking van de Europese Defensie Gemeenschap in het begin van de jaren vijftig (door Frans toedoen) en die van De Gaulles politieke unie van staten (door Nederlands verzet) valt bij de derde poging het politieke Europa te scheppen vooral op dat de nationale reflexen niet fundamenteel zijn veranderd.

    • W.H. Weenink