Droog als oude dronkaard genot om naar te kijken

Voorstelling: Schuld en boete naar de gelijknamige roman van Dostojevski door Haarlems Toneel. Bewerking en regie: Joanna Bilska; toneelbeeld: Robert Broekhuis, spel: Hidde Maas, Paul Cammermans, Bernhard Droog, Aafke Bruining. Gezien: 29-9 Stadsschouwburg Haarlem. Tournee t-m 20-12.

Schuld en boete, de eerste produktie van het nieuwe repertoiregezelschap het Haarlems Toneel, draagt een uitgesproken degelijk en verzorgd karakter. Het is waar: de voorstelling biedt geen verrassingen, een tegendraadse visie spreekt er niet uit, maar een voordeel is dat de toeschouwer evenmin wordt geconfronteerd met een mislukte poging tot het voor het voetlicht brengen van pretentieuze theorieën over wat theater moet zijn. Geen opwindende regievondsten in deze Schuld en boete, maar wel een avond aangenaam acteurstoneel.

Artistiek leider Joanna Bilska wil zich met het nieuwe huisgezelschap van de Haarlemse Schouwburg op een breed publiek richten en dat doet ze bij voorbeeld door coryfeeën als Anne-Wil Blankers en Ton van Duinhoven hoofdrollen te laten vervullen in het komende seizoen. Voor haar toneelbewerking en regie van Dostojevski's roman vroeg Joanna Bilska, naast een aantal minder bekende namen, Bernhard Droog, Paul Cammermans en Hidde Maas en het moet gezegd dat ze met deze bezetting geen slechte keus heeft gedaan. De drie acteurs dragen de voorstelling.

Al meteen in de eerste scène wankelt Bernhard Droog als oude dronkaard het toneel op en houdt een indrukwekkende monoloog. Het is een genot om naar hem te kijken en te luisteren omdat hij je het gevoel geeft over iedere zin nagedacht te hebben. Droog heeft niet een lap tekst uit zijn hoofd geleerd lijkt het, het is alsof de zinnen ter plekke bij hem naar boven borrelen, opgeroepen door de situatie. Na zijn met enigszins onvaste stem uitgesproken ontboezeming over zijn mislukte leven maakt hij een eind aan zijn bestaan. Later in het stuk zien we Bernhard Droog terug in een andere gedaante en opnieuw is zijn spel verfijnd en precies.

Voor Paul Cammermans, na twintig jaar terug op het toneel, is een dankbare rol weggelegd als Porfiri, de officier van justitie die hoofdpersoon Raskolnikov ontmaskert als de moordenaar van een oude woekeraarster. Cammermans is als een sluwe, doortrapte oude vos die eenmaal op het spoor van de dader zijn prooi geen ogenblik aan zijn aandacht laat ontsnappen om hem volgens een wel doordacht plan tot een bekentenis te dwingen. Vooral in scène vijf op het kantoor van de officier van justitie geeft Paul Cammermans een meesterlijk staaltje van Porfiri's verbale superioriteit.

Tegenover Porfiri's breedsprakigheid staat de zwijgzaamheid van Raskolnikov. Hidde Maas, met een lijkbleek gezicht en gehuld in een lange zwarte jas, is de gekwelde zieke student, bezeten van idealen die hem duur komen te staan en hem in de klauwen van justitie drijven. Het is een moeilijke rol, Hidde Maas moet veel lange, wijdlopige monologen aanhoren en niets is zo moeilijk als een tijd achtereen op het podium de aandacht te trekken zonder een mond open te doen, maar hij kan het. Ook tijdens zijn geëmotioneerde uiteenzettingen over morele vraagstukken is Maas geloofwaardig.

Joanna Bilska heeft het boek van Dostojevski op een acceptabele manier teruggebracht tot ruim twee en een half uur toneel waarin actie ondergeschikt is aan de tekst. De negen scènes spelen zich af op verschillende lokaties die door vormgever Robert Broekhuis met een simpele constructie van houten latten worden aangeduid. De voorstelling begint en eindigt met een mooi beeld: de lattenconstructie is als een hek neergelaten tot op de vloer; Hidde Maas bevindt zich erachter en is een gevangene die geplaagd wordt door angstdromen en visioenen: de vage schimmen die in het begin achter de latten zijn te ontwaren maken door hun handelingen duidelijk welke beelden de moordenaar op zijn netvlies heeft.