De matige drinker overleeft de geheelonthouder

SCHEVENINGEN, 3 OKT. Zware drinkers hebben een hogere kans op overlijden dan matige drinkers, maar matige drinkers leven gemiddeld langer dan geheelonthouders. De afgelopen 15 jaar is in ettelijke epidemiologische studies de lagere sterfte onder matige drinkers keer op keer bevestigd. Twee of drie glazen per dag is gezonder dan niets.

De lagere sterfte wordt bijna helemaal veroorzaakt door het uitblijven van hartaanvallen. Wie alleen daar op let, kan zelfs onbekommerd doordrinken: zelfs bij zware drinkers blijft het risico op die plotselinge dood lager dan bij niet-drinkers. Enkele studies vermelden een minimumrisico bij vier glazen.

De curve van de sterftekans uitgezet tegen de dagelijkse alcoholconsumptie stijgt dus niet vanaf nul glazen, maar daalt eerst en passeert bij, afhankelijk van de studie, twee tot zes glazen per dag pas het niveau van de geheelonthouders. Over de vraag of deze U-vormige curve waan of werkelijkheid is vlogen epidemiologen en bestrijders van alcoholmisbruik elkaar de afgelopen jaren in de haren. Maar met de publikatie van weer een paar grote bevolkingsonderzoeken, en de controle op gesuggereerde fouten, is het debat wel beslist: de U-curve bestaat, matig drinken is gezond.

Het British Medical Journal plaatste begin vorige maand een zorgelijk getoonzet artikel waarin deze conclusie onontkoombaar was. Zorgelijk, omdat een ijzeren wet wil dat een aanzienlijk percentage matige drinkers doorschiet naar probleemdrinken en alcoholisme. Op een symposium van TNO-Voeding gisteren in een Schevenings hotel bevestigden de binnen- en buitenlandse onderzoekers, zowel epidemiologen die het statistische verband vonden als fysiologen die nu druk bezig zijn om een oorzakelijk verband aan te tonen, de U-curve.

De U-curve werd bekritiseerd omdat onder de geheelonthouders mensen konden zitten die waren gestopt met drinken en ziek waren of die door andere oorzaken te ziek waren om nog te willen drinken. Als de zieken bij controleberekeningen werden verwijderd uit de groep van geheelonthouders bleef de U-curve echter in stand.

Tweede kritiekpunt was de veronderstelde onderrapportage. Bij alle onderzoeken werd de deelnemers gevraagd naar het alcoholgebruik, in de afgelopen of in het laatste jaar. Maar controle is onmogelijk bij deze grote onderzoeken waarbij duizend tot honderdduizenden mensen wordt gevolgd. Waarschijnlijk is dat de ondervraagden minder alcoholrijke consumpties opgeven dan ze in werkelijkheid nuttigen. Zware drinkers ontkennen hun probleem misschien en melden zich als geheelonthouders. In de studie van de American Cancer Society kon dat worden getest door te kijken naar sterfte en lijden aan typische drinkerskwalen als levercirrose, ongevalsverwondingen, zelfmoord en kanker aan keel en slokdarm. Die aandoeningen ontbraken echter in de geheelonthoudersgroep. Niet uitgesloten is echter dat alle andere ondervraagden een glaasjes te weinig opgeven.

Wie zijn eigen drinkgewoonten wil aanpassen tot een "gezond' niveau, moet die onderregistratie in het achterhoofd houden, maar ook dat het verband statistisch wel is aangetoond, maar dat de verklaring ervoor nog ontbreekt. Die wordt wel gezocht en het lijkt te lukken. De onderzoekers richten zich op cholesterolwaarden, de bloedstolling en de bloeddruk.

De Finse endocrinoloog dr.M. Valimäki onderzocht de cholesterolgehalten matige drinkers (3 tot 6 glazen iedere dag) en vond hogere concentraties van een deel van het goede cholesterol (HDL) en gelijkblijvende bloedspiegels van het slechte cholesterol (LDL). Matig alcoholgebruik kan op grond van die meting beschermend zijn, volgens Välimäki.

Andere onderzoekers waren voorzichtiger in hun uitspraken. Bloedstollingsonderzoeker dr. C. Kluft van het Leidse Gaubius-instituut vond een verhoogde bloedstolseloplossende activiteit in ons lichaam in de uren na het drinken van vier glazen bier, wijn of jenever. Het resultaat is een 12 uur durende lokale schoonmaakactie in de bloedvaten na een paar glazen alcohol. Kluft weigerde desgevraagd het slaapmutsje aan te raden: “Iedere stimulering van alcoholgebruik leidt onafwendbaar ook tot een gering misbruik. Ik geef dus geen adviezen over slaapmutsjes. Ik onderzoek alleen maar.”

Als de hele bevolking een glas per dag meer drinkt, neemt daardoor het aantal probleemdrinkers met 10 procent toe. Alcoholmisbruik kostte de Nederlandse samenleving in 1989 ongeveer 2 miljard gulden aan gezondheidszorg, produktieverlies door ziekteverzuim, schade in het verkeer en inzet van politie en justitite. Jaarlijks doen 25.000 probleemdrinkers een beroep op consultatiebureaus voor alcohol en drugs. Precieze gegevens over het aantal probleemdrinkers en alcoholisten in Nederland ontbreken. Maar het Nederlands Instituut voor Alcohol en Drugs (NIAD) berkende dat 630.000 Nederlanders meer dan 12 glazen per dag drinken, daarvan drinken er 300.000 meer dan 12 glazen en de helft daarvan meer dan 16 glazen. Mensen die langere tijd meer dan 8 glazen per dag drinken lopen een groot gevaar probleemdrinker of alcoholist te worden. Aan directe gevolgen van alcoholisme (levercirrose, alcoholpsychose) sterven jaarlijks 1700 mensen, maar daarbij zijn de hersenbloedingen, neus-, keel- en slokdarmkankers, zelfmoorden en verkeersslachtoffers door alcoholmisbruik niet meegeteld. Het aantal verkeersslachtoffers waarbij alcoholgebruik aan de dood heeft bijgedragen wordt door het NIAD op 300 geschat.

    • Wim Köhler