Ajax bestrijdt kritiek op zijn veiligheidsbeleid

ROTTERDAM, 3 OKT. Voorzitter Michael van Praag van Ajax hecht geen enkele waarde aan een onderzoek naar vandalismebestrijding waarin wordt geconcludeerd dat zijn club totaal geen belangstelling heeft voor veiligheidsbeleid.

Landskampioen worden, het spelen van internationale wedstrijden en het aankopen van goede spelers leveren Ajax meer geld en uitstraling op, dan investeringen in veiligheid, is de kritiek in het rapport "Beslissen over voetbalvandalisme: een permanent probleem', dat vandaag werd gepresenteerd.

De opstelling van Ajax, aldus het onderzoek, munt uit wat het nemen van maatregelen ten behoeve van de veiligheid en ordehandhaving betreft door passiviteit. De relatie tussen politie en clubbestuur verloopt stroef, ook het openbaar ministerie is nauwelijks te spreken over de passieve houding van Ajax.

Van Praag, die bij Ajax de portefeuille veiligheid beheert, zegt hierom “een beetje te moeten lachen. Ik heb juist weer gesprekken gevoerd met diverse instanties. Juist Ajax heeft initiatieven genomen voor automatische toegangscontroles werken. Ik heb regelmatig gesprekken met politiefunctionarissen en burgemeesters van diverse steden. Ik weet hoe de gemeente Amsterdam over Ajax denkt. Mijn relatie met de politie is goed.”

Het boek publiceert de resultaten van een onderzoek van het Crisis Onderzoek Team (COT) van de Rijksuniversiteit Leiden en de Erasmusuniversiteit Rotterdam naar het voetbalvandalisme-beleid in de vijf "risico-steden' Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven. Erwin Muller, docent bestuurskunde in Leiden, gespecialiseerd in crisismanagement en Lex Cachet, hoofddocent in Rotterdam met als specialiteit politievraagstukken, zijn de samenstellers.

Van de clubs met de grootste risicosupporters (Ajax, PSV, Feyenoord, FC Utrecht en FC Den Haag) komt Ajax veruit het slechtst uit het onderzoek. Muller: “Het is vrijwel ondoenlijk Ajax te bewegen tot het ontplooien van initiatieven om wat aan het probleem voetbalvandalisme te doen. De discussie over al dan niet een nieuw stadion speelt daarbij een rol. In het huidige stadion De Meer wil Ajax eigenlijk niet meer investeren in veiligheid. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat het nieuwe Ajax-bestuur wat meer oog heeft voor de problemen.”

Van Praag meent dat de onderzoekers “niet weten waar ze het over hebben”. Hij zegt nog nooit met deze mensen gesproken te hebben. “En dat lijkt me toch het eerste vereiste. Misschien hebben ze zich laten leiden door het bestuursbeleid in een vorige periode.”

De onderzoekers concluderen dat voetbalvandalisme in Nederland als een irritant, maar vooral structureel en permanent probleem wordt beschouwd. “Alle betrokkenen hebben zich er min of meer bij neergelegd”, meent Muller. “De maatregelen die nodig zijn om sommige voetbalwedstrijden veilig te laten verlopen, zijn bijna vanzelfsprekend geworden. Publieke opinie en media reageren niet meer verbaasd.”

“De praktijk is”, veronderstelt Muller, “dat bij risicowedstrijden een draaiboek uit de kast wordt getrokken en dat vervolgens volkomen routinematig te werk wordt gegaan. Echt nagedacht over het probleem wordt er nog nauwelijks. Noch door de overheid, noch door de politie, noch door de KNVB en de clubs. Ook op de politieke agenda scoort voetbalvandalisme nauwelijks. Het verschijnsel kost toch handen vol geld.”

Tekenend voor de desinteresse van de voetbalbond is evenwel dat nog steeds geen opvolger is gevonden voor veiligheidsfunctionaris Rob de Bakker. Muller: “Een organisatie als de KNVB zou een goed functionerend veiligheidsbureau moeten hebben. Vooral naar de minder grote clubs moet zo'n bureau uitstraling hebben. Masman, sectie-bestuurslid betaald voetbal, belast met veiligheidsaspecten, heeft daar gelukkig oog voor.”