Afscheid van Jan Labordus: de Cruyff onder de paukenisten

Iedereen kent wel het mopje over die jongeman, die met een vioolkist onder zijn arm in Amsterdam de weg vraagt: “Weet u hoe ik bij het Concertgebouw kom?” - en te horen krijgt: “Studéren, jongen, studéren...”

Zo is 't maar net. Alleen de allerbeste musici krijgen een kans om toe te treden tot het Koninklijke Concertgebouworkest, maar dan horen ze ook tot de wereldtop. Veel talent, doorzettingsvermogen, soms gecombineerd met een klein wonder, zijn de voorwaarden.

Amsterdam is, mede dankzij het Concertgebouworkest, nog altijd het muzikale middelpunt van Nederland, al was het alleen al vanwege het feit dat in zo'n orkest ook de beste leraren zitten. Het Amsterdam-gehalte van het Concertgebouworkest is hoog.

Op 14 september is paukenist Jan Labordus 60 jaar geworden; dat betekent een afscheid van het orkest en het einde van de wonderbaarlijke carrière van een natuur-talent. De naam Labordus wordt in internationale vakkringen met eerbied uitgesproken. Hij is de Cruijff onder de paukenisten. Zo werd hij in 1986 uitverkoren de paukenist te zijn in het World Philharmonic Orchestra, een elite-orkest geformeerd uit de allerbeste spelers van internationaal vermaarde orkesten. De super-formatie speelde onder leiding van Lorin Maazel een eenmalig benefietconcert in Rio de Janeiro. Labordus: “Dertien repetities, dat maak je niet vaak mee voor één concert.”

Jan Labordus werd in september 1931 onder weinig vrolijke omstandigheden geboren in het hartje van de Amsterdamse Jordaan. Zijn jeugdige moeder was niet getrouwd; de crisistijd beleefde toen zijn dieptepunt. Labordus spreekt met groot mededogen over zijn ouders, die pas veel later in de echt werden verbonden.

Labordus: “Mijn wiegje was letterlijk een stijfselkissie. Het stond bij oma thuis in de Oude Looiersstraat 58, driehoog. Daar heb ik mijn eerste levensjaren doorgebracht. We hadden het erg arm, dat kun je je bijna niet voorstellen.”

Tot zijn tiende woonde Jan Labordus in de Jordaan. De familie kwam toen blijkbaar in iets betere doen, want men verhuisde naar de Cornelis Krusemanstraat in Amsterdam. Dat bleek tevens het gelukkigste toeval van zijn leven te betekenen: “We kwamen recht tegenover Cor Smit te wonen, toentertijd de paukenist van het Concertgebouworkest. Van baby af aan heb ik al last van "trommelen' gehad. Ik speelde als heel kleine jongen al gauw aardig op een xylofoontje. Cor Smit heeft de paukenist in mij ontdekt. Ik mocht van mijn vader les nemen bij deze grote man, maar als ik niet goed m'n best deed zou ik naar de ambachtsschool gaan om voor huisschilder te leren. Het was oorlog en mijn vader betaalde de lessen in natura. Hij had namelijk allerlei schoenmakersmateriaal gehamsterd. De schoenen van Cor Smit werden gratis gelapt.”

Op voorspraak van Cor Smit werd de jonge Labordus op het conservatorium aangenomen. Zijn vorderingen waren zeer voorspoedig: als 15-jarige speelde hij al in het Utrechts Stedelijk Orkest. Bij het Concertgebouworkest is Jan Labordus later, na zijn indiensttreding op 23 maart 1953, geruime tijd de jongste geweest.

Een paukenist bevindt zich in een orkest recht tegenover de dirigent; zij vormen samen zo'n beetje de Noord-Zuidmeridiaan, er is veel oogcontact tussen die twee. Meer dan een kwart eeuw zat Jan Labordus oog in oog met Bernard Haitink: twee Amsterdamse jongens die het allebei gemaakt hadden, zij het uit nogal verschillende stadsdelen afkomstig.

Voor Jan Labordus werd het Concertgebouworkest zijn leven. Van Cor Smit erfde hij de zucht naar perfectionisme en een grote voorliefde voor natuurvellen op de pauken. Kunststof-vellen zijn goedkoper en een stuk mooier. Maar een paukenist achter natuurvellen weet altijd feilloos tijdens een concert wat voor weer het buiten is. Bij regen zakken de pauken en bij vorst gaan ze omhoog. Wel een terts per avond. “Dan blijf je bijstemmen”, zegt Labordus. “Voor een paukenist zijn eigenlijk Mozart en Haydn de moeilijkste componisten. Of neem die vijf d's aan het begin van het Vioolconcert van Beethoven; die speel je helemaal alleen als paukenist, je zet als het ware de stemming voor het verdere stuk. Technisch niet moeilijk - maar om dat mooi te doen.” Foto Robert Schlingemann (foto: Jan Labordus, dit jaar 45 jaar paukenist.)

    • Bob Bouma