Abortus

In het verslag "Abortus niet meer onderzocht' van Bram Pols (NRC Handelsblad, 20 september) worden enkele mensen geciteerd die wijzen op de stabiliteit welke geleidelijk zou zijn ingetreden in de meningsvorming rondom abortus provocatus.

Tijdens een symposium ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van de Rotterdamse Dr. W.F. Stormkliniek is immers betoogd dat ongeveer 80 procent van de bevolking zich de laatste tien jaar in de bestaande wetgeving blijkt te kunnen vinden en 55 procent vindt dat de vrouw in principe beslist. Wel is in de Tweede Kamer van de zijde van wat wordt genoemd "klein rechts' aangedrongen op "een grote evaluatie van de abortuspraktijk', maar dit werd door een "overgrote meerderheid' van de hand gewezen.

Dat laatste is waar. Men kan zich echter afvragen of de situatie juist is getekend. De bedoeling van de Wet afbreking zwangerschap was dat de arts verantwoording zou moeten geven van de bevindingen die ertoe hebben geleid de behandeling te geven en dat achteraf in een bepaald geval de zorgvuldigheid van de besluitvorming zou kunnen worden getoetst. Uit de parlementaire behandeling blijkt dat tegen deze opzet van de wet ernstig bezwaar bestond. Het was mevrouw Haas Berger die vanwege deze bedoeling uitsprak dat de wet "niet deugt' en het was mevrouw D'Ancona die in de Eerste Kamer, terugziende op een periode van elf jaar waarin zich zonder de nagestreefde wetgeving in de praktijk een ontwikkeling had voltrokken "naar een volmaakt vrije abortus', pleitte voor een wet die dat zou formaliseren.

Welnu, die praktijk heeft zich ondanks de wet, "gewoon' voortgezet. Het is echter niet waar dat de oppositie tegen abortus erodeert, zoals het artikel doet geloeven. In een ambtelijke notitie van staatssecretaris Simons aan de Tweede Kamer (april 1990) staat dat "de meeste praktische, medische en juridische problemen nog steeds een forse politieke lading hebben' en dat in "de Angelsaksische medisch-ethische literatuur' abortus wordt "aangemerkt als ongeveer het meest consensus-resistente onderwerp dat er is' en dat het "trekken van een draadje uit de kluwen' daarom "vooralsnog niet verstandig' lijkt. Daarom kantte mevrouw Haas, sprekende namens de PvdA-fractie, zich tegen een evaluatie van de wet waarvan zij bij de totstandkoming zei dat deze "niet deugt'.

    • P.W. Smits