Politici verwachten niet veel van debat Rinnooy Kan-Simons; "Alle thema's in Kamer geweest'

DEN HAAG, 2 OKT. Steeds heeft het Tweede-Kamerlid Kohnstamm (D66) het gevoel gehad dat er met de stelselwijziging in de gezondheidszorg iets fundamenteel mis zat. “Ik ben debatten telkens ingegaan met de opvatting dat het plan een vergissing is. Maar elke keer heeft Simons me over de streep weten te trekken, ik kan er ook niks aan doen. Af en toe is hij waanzinnig overtuigend, hij heeft een waanzinnig goede discussietechniek.”

Kohnstamm is één van de Tweede-Kamerleden die morgenmiddag in de Haagse Sociëteit de Witte rondom de arena zit waar staatsecretaris Simons (volksgezondheid) en VNO-voorzitter Rinnooy Kan een uur met elkaar in debat gaan over de stelselherziening ziektekostenverzekering.

Hoewel met de berekeningen van Rinnooy Kan over nadelige inkomenseffecten van het plan-Simons volgens Kohnstamm “op een aantal onderdelen gemakkelijk de vloer kan worden aangeveegd”, heeft hij waardering voor de manier waarop de VNO-voorzitter de discussie over de ziektekostenverzekering opnieuw op de agenda heeft gezet. “Het is op een niveau getild waar wij het niet hebben kunnen krijgen. Rinnooy Kan vergeet één ding: hij hoopt dat de discussie breder zal worden gevoerd, maar de Kamer heeft al gesproken en besloten.”

Kohnstamm heeft een vieze smaak overgehouden aan de manier waarop de meerderheid van de Kamer, enkele dagen voor het zomerreces, instemde met de voortgang van de stelselwijziging van de ziektekostenverzekering. “Kostenbeheersing is altijd een belangrijk element geweest van de stelselherziening, maar het verhaal van Simons is op dat punt juist het minst overtuigend. Het is goed dat nu ook Rinnooy Kan, zonder dat die kan vertellen hoe het met de kostenbeheersing zal uitpakken, daar vraagtekens bij zet.”

Simons partijgenoot en Tweede-Kamerlid Van Otterloo (PvdA) meent “dat er geen sprake van is dat Rinnooy Kan een discussie aanzwengelt die eigenlijk in de Kamer had moeten worden gevoerd”. Hij voorspelt een oppervlakkig debat en lacht schamper als hij bedenkt dat er voor het debat tussen de staatssecretaris en de VNO-voorzitter maar een uur is uitgetrokken, terwijl in de Tweede Kamer jarenlang over de stelselwijziging is gedebatteerd. Een winnaar en een verliezer zullen er volgens hem niet uit het debat tevoorschijn komen, omdat het onderwerp te complex en de tijd te kort is. “Met een witkwast kun je geen fijnzinnig schilderij neerzetten.”

Van Otterloo vindt het Rinnooy Kans goed recht om voor een deelbelang op te komen - dat van de werkgevers en de werknemers die collectief verzekerd zijn -, maar noemt het kwalijk dat de VNO-voorman bij zijn berekeningen van de inkomenseffecten van het plan-Simons is uitgegaan van verkeerde vooronderstellingen. “Als Rinnooy Kan de moeite niet neemt om de stukken te lezen, ik geef toe dat het wat veel is, dan maakt hij inderdaad uitglijders. Dat geldt vooral voor de inkomenseffecten; het is alom bekend dat mensen met betrekkelijk hoge premies erop vooruit gaan ten koste van de verzekerden die nu een relatief lage premie betalen. Dat is een bedoeld effect.” Van Otterloo houdt het er op dat Rinnooy Kan “voornamelijk een klimaat schept” en de ongelijke lastenverdeling van ziektekostenpremies in stand wil houden.

Oud-staatssecretaris volksgezondheid en Tweede-Kamerlid Dees (VVD) voelt zich niet aangesproken door de kritiek dat Kamerleden het plan-Simons onvoldoende tegen het licht hebben gehouden. “Dat kan mijn partij niet verweten worden. Wij hebben steeds gezegd dat de financieel-economische inpasbaarheid van de voorstellen volstrekt onduidelijk was en nog steeds is. Over dat onderwerp moet nog in de Kamer worden gesproken, dus wat dat betreft is de VNO met zijn kritiek nog op tijd.” De VVD stemde in juni als enige partij tegen de plannen van Simons, onder meer omdat er te weinig garanties waren voor een goede werking van een nieuw systeem.

Dees, die als staatssecretaris in het vorige kabinet aan de basis stond van de stelselwijziging, ziet de ontwikkelingen met lede ogen aan. “De stelselwijziging wordt door dit kabinet gebruikt om inkomensnivellering door te voeren.” Het zou hem een lief ding waard zijn als het debat van morgen, waar hij zelf niet bij kan zijn, één ding oplevert: “Dat de ogen van het CDA opengaan”.

“Onze ogen zijn al lang open”, reageert CDA-volksgezondheidsspecialist Lansink op de “ketelmuziek” van collega Dees. “Scherper dan wie dan ook hebben wij de koopkrachteffecten en de collectieve lastendruk aan de orde gesteld. Je kan niet zeggen dat de thema's die morgen aan de orde komen niet in de Kamer hebben gespeeld. Integendeel. In de Kamer ging het erom of we konden instemmen met het wetsvoorstel dat er lag, los van de financiële effecten waarover we nog te spreken komen. Ook Dees weet drommels goed dat wij een aantal voorwaarden hebben gesteld.” Lansinks verwachtingen voor morgen zijn niet hoog gespannen: “Ik hoop dat er iets nuttigs uit komt waar wij ook iets aan hebben, maar ik ben bang dat Simons en Rinnooy Kan langs elkaar heen zullen praten.”

    • Ward op den Brouw