Onderzoek cocaïnehandel; CRI stopte zelf undercover-actie op Curaçao

DEN HAAG, 2 OKT. De Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) in Den Haag heeft op 26 november 1984 eigenmachtig besloten een undercover-operatie op Curaçao af te gelasten die gericht was tegen luitenant E. Boereveen.

Boereveen, de toenmalige plaatsvervanger van de Surinaamse legerleider D. Bouterse, was betrokken bij de handel in cocaïne. Dit antwoordt minister Hirsch Ballin (justitie) op vragen uit de Tweede Kamer naar aanleiding van berichten in deze krant over de betrokkenheid van de Surinaamse legertop bij de handel in cocaïne.

Als redenen voor het afbreken van de undercover-operatie noemt de minister de politieke gevoeligheid (Nederland heeft geen rechtsmacht in Suriname en de rechtshulpbetrekkingen met Suriname zijn opgeschort), de onmogelijkheid om de operatie “strategisch en tactisch te sturen”, het gebrek aan operationele ervaring, veiligheidsrisico's voor de betrokken agenten en twijfel over de rol van de betrokken informant. Deze laatste werkte ook samen met de Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst DEA en het Bundeskriminalamt.

Hirsch Ballin stelt dat de leiding van de CRI besloot dat het ongewenst was dat de operatie, die bedoeld was om informatie te krijgen, dreigde “af te glijden” naar een infiltratie-operatie. Infiltratie als opsporingstechniek is pas ontwikkeld sinds 1985.

Volgens de minister is het niet juist dat CRI-agenten in 1984 uit frustratie over het afblazen van de operatie op de Antillen informatie hebben overgedragen aan de Amerikaanse DEA. Dit hadden bronnen eerder tegenover deze krant gezegd. Volgens Hirsch Ballin heeft de informant van de CRI zelfstandig contact gezocht met de DEA, waarna uiteindelijk op 24 maart 1986 Boereveen werd gearresteerd in Miami.

De minister benadrukt ook dat de relatie tussen het ministerie van justitie en de daaronder ressorterende CRI sinds 1984 is gewijzigd. Op dit moment vindt “geregeld structureel overleg plaats” met de CRI. “Het gevraagd en ongevraagd verstrekken van informatie is eerder regel dan uitzondering”, aldus de minister.