Onder Gods onmisbare zegen

“Nog tien seconden jongens, good luck!” Na deze aanmoediging van regisseur Erik de Vries, die later de bijnaam "de lange lichtmast uit Eindhoven' zal krijgen, begint de eerste officiële televisie-uitzending in Nederland. Het is 2 oktober 1951, kwart over acht 's avonds.

“Toen de Nederlandse Televisie Stichting het programma van de eerste avond zou verzorgen, zochten ze naar een geschikte omroeper. Het mocht natuurlijk niet een van de radiostemmen van de verzuilde omroepen zijn want dan zou die zuil worden voorgetrokken bij de andere. Dus wilden ze een "buitenzuilige' figuur. Erik de Vries herinnerde zich opnamen van mij en wist dat ik een aardig plaatje maakte. Zodoende”. Aan het woord is Jeanne Roos.

Roos was geen omroepster, ze werkte bij Het Parool. “In die tijd zat ik met onder anderen Annie M.G. Schmidt en Han G. Hoekstra in een cabaret van Het Parool, "de Inktvis'. En wij zijn een keer gevraagd voor de experimentele televisie in Eindhoven, waar Erik de Vries werkte.”

Roos: “Toen ik klaar was met mijn aankondiging - allemaal uit het hoofd - rende ik naar boven naar de regiekamer waar Erik de Vries zat te schakelen. Om naar de monitor te kijken. Wij hadden nooit televisie gezien. Ja, De Vries was eraan gewend, maar de rest stond met open mond te kijken.”

Niet meer dan 500 televisietoestellen stonden naar schatting in 1951 in Nederland, waarvan de meeste in de omgeving van Eindhoven en de rest vooral in etalages van radiowinkels. Meer dan een paar duizend mensen hebben de eerste uitzending dus niet gezien - “En die waren er uiteraard niet kapot van”, aldus Roos.

In een stuk dat zij de volgende dag voor Het Parool schreef, noemde Roos televisie “Een zeer geconcentreerde zenuwstuip. (...) Je weet dat je kijkt als iemand die ze een koude revolverloop in de nek duwen.” Op het stuk heeft ze meer reacties gekregen dan op haar televisie-optreden, denkt ze zelf. “Maar in die tijd hadden wij er geen idee van dat herkenning op straat ooit een bijverschijnsel van de televisie zou kunnen zijn.”

Voor Jeanne Roos bleef de eerste televisie-aankondiging haar enige. Iedere omroepvereniging had haar eigen steromroepster in de jaren vijftig. "Tante' Hannie Lips van de KRO, bijvoorbeeld, die na afloop van het kinderuurtje met beide handen naar de camera zwaaide en daarmee zeer populair werd. Of Karin Kraaykamp van de VARA, die zich ooit woedende reacties op de hals haalde toen zij een programma vanuit Alphen aan de Rijn inluidde met “En nu schakelen we over naar de rimboe.”

Het was de tijd van "Het staat te bezien', "Zoals het klokje thuis tikt...', "Swiebertje' en "St. Germain des Prés', "Pension Hommeles' en de "Dagsluiting'.

Dat alles ingeleid door de wens van minister Cals, nu veertig jaar geleden uitgesproken: “Ik kan toch deze openingswoorden in alle oprechtheid besluiten met de wens dat dit nieuwe medium onder Gods onmisbare zegen voor het culturele leven van ons volk een belangrijke bijdrage ten goede moge leveren.”