Mexico daagt Aziës nieuwe industrielanden uit; In de jaren '80 nog afgeschreven als een hopeloos schuldgeval;

ROTTERDAM, 2 OKT. Aziës snel opkomende industrielanden maken zich zorgen over hun afzet op de grootste markt ter wereld, de Amerikaanse. Tegelijk vrezen zij dat buitenlandse investeerders, die vroeger in lange rijen voor hun markten stonden te wachten, in toenemende mate elders aan de slag zullen gaan. De uitdaging komt uit een tot voor kort hoogst onwaarschijnlijke hoek: Mexico.

Dat land werd in de jaren tachtig nog afgeschreven als een hopeloos schuldengeval. Maar nu herstelt dat land zich snel en onderhandelt het met de Verenigde Staten en Canada over toetreding tot een Noordamerikaanse vrijhandelszone (NAFTA), een zes biljoen dollar-markt met 360 miljoen inwoners.

Volgens een recente observatie van de in Hongkong uitgegeven Far Eastern Economic Review ventileren Aziatische zakenlieden tijdens talrijke conferenties over de toekomst van het wereldhandelssysteem vrijwel steeds hun zorgen over het ontluikende "Mexicaanse gevaar'. En tijdens het handelsoverleg van afgelopen juni tussen de Verenigde Staten en de ASEAN-landen uitten Aziatische regeringsfunctionarissen in Washington ook zulke bedenkingen.

Onder de energieke hoede van president Carlos Salinas de Gortari wist Mexico - 88 miljoen bewoners met een jaarinkomen van gemiddeld 2000 dollar - zich in korte tijd te ontdoen van twee traditionele Latijns-Amerikaanse plagen: overmatige overheidsinmenging in de economie en streng protectionisme. De 43-jarige president bracht het budget in evenwicht, temde de inflatie, herstructureerde de buitenlandse schuld, en nam maatregelen om buitenlands en vluchtkapitaal te lokken. De inmiddels weer groeiende Mexicaanse economie - vier procent vorig jaar - biedt zijn noorderburen goedkope arbeid en schreeuwt om kapitaal en technologie.

Deze "verticale integratie'-mogelijkheid ontgaat veel Amerikaanse zakenlieden niet. Als Mexico in navolging van Canada zal toetreden tot de NAFTA bezorgt dat Washington ook een politieke bonus. Een welvaartsstijging zou de politieke stabiliteit bij de zuiderburen immers bevorderen en de illegale migrantenstroom over de 3000 kilometer lange wederzijdse grenslijn beperken. Bovendien maken de "Hispanics' nu al bijna tien procent uit van de totale Amerikaanse bevolking en zijn zij sterk vertegenwoordigd in de sleutel-staten Californië en Texas.

Afgelopen mei kreeg president Bush ondanks klaagzangen van de vakcentrale AFL-CIO over dreigend banenverlies een zogeheten "fast track'-mandaat van het Congres om zonder gedetailleerde bemoeienis van de volkvertegenwoordiging met Mexico te gaan onderhandelen. Dat overleg begon de afgelopen zomer in Canada, met welk land de Verenigde Staten al in janauri l989 een vrijhandelsakkoord sloten. En algemeen wordt verwacht dat een Amerikaans-Canadees-Mexicaanse NAFTA aanstaande zomer het licht zal zien.

Om vooral Aziatische bezwaren weg te nemen dat er een nieuw "economisch fort' in de maak zou zijn, beklemtonen de NAFTA-enthousiasten dat hun vrijhandelszone geen nieuwe barrières voor de buitenwereld zal opwerpen en zich strikt zal houden aan de regels van het GATT (Algemeen akkoord inzake tarieven en handel). Maar wat daar natuurlijk niet wordt bijgezegd is dat de geleidelijke afschaffing van de onderlinge barrières de NAFTA-leden automatisch voordeel zal bieden ten koste van niet-leden. Thailanders, Maleisiërs, Koreanen en Taiwanezen blijven daarom bezorgd dat Mexico's lage lonen, nabijheid tot de Verenigde Staten en preferentiële markttoegang kunnen leiden tot een verschuiving van de Amerikaanse import van Azië naar Mexico.

Toch houden de meeste Amerikaanse economen het er op dat zo'n handelsverschuiving geen spectaculaire omvang zal aannemen. Al waagt vrijwel niemand zich aan exacte prognoses. Zo wijzen zij er op dat de Amerikaans-Mexicaanse handelsbarrières de afgelopen vijf jaar toch al sterk zijn gedaald - voor Mexicaanse produkten die naar het noorden gaan geldt nog maar een gemiddeld tarief van vier procent en voor Amerikaanse produkten op weg naar het zuiden tien procent. Verder hebben Aziës nieuw-geïndustrialiseerde landen zich in de loop van de tijd ook verscheidene preferenties op de Amerikaanse markt verworven. En een eventuele verdringing van de Aziatische export naar Mexico vormt al helemaal geen gevaar. Want nu al nemen de Amerikanen met zo'n 25 miljard dollar per jaar zeventig procent van Mexico's import voor hun rekening.

Maar andere waarnemers oordelen dat de handelsverschuivingen op deelterreinen aanzienlijk kunnen zijn. Verscheidene belangrijke Amerikaanse industrieën worden immers met imposante tarieven en quota's beschermd tegen buitenlandse concurrentie. Een volledige uitvoering van de Noordamerikaanse vrijhandelszone, die overigen een decennium zal beslaan, zal Mexico's export op deze deelgebieden belangrijk bevoordelen boven die van niet-NAFTA-leden. Dat betreft bijvoorbeeld bedrijfstakken als textiel en schoeisel en handelswaar als suiker. Zo kunnen de Filippijnse suikerboeren hun hart vasthouden voor de Noordamerikaanse vrijhandelsaspiraties.

Handel vormt niet de enige Aziatische kopzorg. Want als NAFTA-land kan Mexico ook buitenlandse investeringen aantrekken, die anders naar Azië waren gegaan. Sinds het aantreden van president Salinas drie jaar geleden en de liberalisering van de investeringswetgeving maakte de traditionele kapitaalvlucht uit Mexico plaats voor een opvallende netto-kapitaalinstroom. Beliep die in 1989 nog maar een miljard dollar, vorig jaar mocht het land volgens opgaven van het Newyorkse effectenhuis Salomon Brothers al 8,4 miljard dollar aan nieuw kapitaal incasseren. De helft bestond uit buitenlandse investeringen.

De verwachting dat NAFTA Mexico's economische groei en politieke stabiliteit zal bevorderen, kan buitenlandse investeerders verder stimuleren, te meer daar de afzet van hun produkten vanuit Mexico op de Noordamerikaanse markt door de vrijhandelsregels zal worden gegarandeerd. Ook Mexico's nabijheid tot de grootste markt ter wereld gaat in deze tijden van super-korte produktietijden en super-snelle klantenservice zwaarder wegen. Voor zo'n zestienhonderd assemblagebedrijven was dat al aanleiding om zich in het Noordmexicaanse grensgebied te vestigen. Kwamen die bedrijven vroeger voornamelijk uit de Verenigde Staten, nu komen ze ook in groeiende mate uit Azië. Dat betreft meer dan honderd Aziatische ondernemingen - waaronder alle grote elektronica-fabrikanten - die vanuit het grensgebied de nabije Amerikaanse markt bestoken.

Ook steeds meer Amerikaanse bedrijven die zich in de jaren zeventig en tachtig in Azië vestigden, verhuizen naar Mexico. Zo besloot het telecommunicatie-concern AT&T onlangs een nieuwe fabriek voor antwoordapparatuur niet volgens de oorspronkelijke plannen in Singapore te vestigen maar in het Mexicaanse Guadalajara. “Wij sparen zo dertig dagen op de boot uit”, aldus een zegsman van het bedrijf. AT&T zal ook z'n reparatie-faciliteit voor draadloze telefoons overbrengen van Singapore naar Mexico “om de klantenservice te versnellen”.

Soortgelijke argumenten bracht Promix Corp. uit San Diego er toe een deel van de produktie van video-apparatuur te verhuizen van Taipej naar Tijuana. “Als er nu technische problemen zijn sturen we vanuit ons hoofdkantoor een expert naar Mexico”, aldus vice-president Fred Parker van Promix. “Dat is drie kwartier met de auto.” Volgens industriële consulenten in Noord-Mexico krijgen zij een behoorlijke klandizie van Amerikaanse bedrijven die hun vestigingen willen verleggen van China naar Mexico. De vrees dat Washington China's status van "meest-begunstigde natie' zal herroepen speelt daarbij een voorname rol. Deze ontwikkeling is niet alleen goed voor Mexico maar ook voor de Verenigde Staten. Want de bedrijven in het grensgebied betrekken doorgaans hun grondstoffen, halffabrikaten en onderdelen uit de Verenigde Staten. In ruil daarvoor hoeven ze bij de uitvoer van hun eindprodukten naar het noorden alleen belasting te betalen over de toegevoegde waarde.

Blijft het feit dat Mexico voor massa's bedrijven helemaal geen verleiding vormt. Het gebrek aan lokale toeleveranciers en de ernstig overbelaste infrastructuur in Noord-Mexico spelen daarbij een rol. En natuurlijk houden vele fabrikanten belangrijke produktiefaciliteiten aan in het Verre Oosten om daar de florerende, lokale markten te kunnen bedienen. Maar anders dan tien jaar geleden, toen het gros van de Westerse offshore-industrieën vanzelfsprekend naar Azië zeilde, is er nu over de Grote Oceaan sprake van tweerichtingsverkeer.

    • Ferry Versteeg