Labour geniet van Kinnocks "beste toespraak'; 'Gisteravond werd duidelijk dat Groot-Brittannië een regering heeft die bang is voor het volk'

BRIGHTON, 2 OKT. Het was, zeiden de Labour-afgevaardigden met een historisch betrouwbaar geheugen, de beste toespraak die ze Neil ooit hadden horen maken. Substantieel, staatsman-achtig en serieus, met tóch nog af en toe een beetje humor ten koste van de oppositie.

Hoe de Britten in het land erop gereageerd hebben moet nog blijken, maar de tot de nok toe gevulde zaal in het Congrescentrum in Brighton kwam gistermiddag als één man overeind in reactie op Neil Kinnocks laatste woorden. “Het wordt tijd om Groot-Brittannië weer te maken van het land dat het is geworden, tot het land dat het kan zijn. Het is tijd voor die verandering, het is tijd voor Labour.”

Na alle misère van drie verloren verkiezingen op een rij, na alle interne strijd, na al die smadelijke jaren van achterliggen in de peilingen, leek de mededeling dat John Major de verkiezingen heeft uitgesteld tot volgend jaar de atmosfeer in de congreshal mee geëlektrificeerd te hebben.

“Wat een jaar voor de Conservatieven, ze begonnen met het verlies van hun leider en ze zijn geëindigd met het verlies van hun koelbloedigheid. Gisteravond werd duidelijk dat Groot-Brittannië een regering heeft die bang is voor het volk. Ik wil de Conservatieve partij dit zeggen: je kunt de keuze van het volk uitstellen maar niet hun oordeel. Je kunt op de vlucht slaan, maar je kunt je niet verstoppen”, aldus Kinnock.

De zaal genoot. Dit was de taal van een man die weliswaar 's morgens in de Tory-pers nog gefigureerd had als een leider die in de populariteitscurve achterlag op liefst zes van zijn schaduwministers, maar hier rekende hij toch mooi met die gehate regering af.

Nog steeds heeft John Major zelf geen officieel woord gesproken over uitstel van de verkiezingen tot het voorjaar, en dus kon Neil Kinnock hem voor bangerik uitmaken. Iemand die aan zijn vingertoppen boven de afgrond hangt, zich vastklemmend aan het restje macht waarover hij tot uiterlijk juli volgend jaar kan beschikken. Het was, zei Kinnock, politiek bedrijven met banen van mensen en met het bestaan van mensen. Het was ondemocratisch, Labour zou daarom een vaste verkiezingstermijn instellen zodra zij daarover als regering kon beslissen.

Kinnock schilderde Groot-Brittannië af als een land dat na 12 jaar Conservatief beheer verarmd en uitgebuit is overgebleven. Hij verweet de Conservatieven uit te zijn geweest op korte-termijn-succes, waardoor recessie volgt op groei en groei volgt op recessie. De Britse industriële basis is gehalveerd, duizend bedrijven per week gaan failliet en 3.000 mensen per week worden werkloos.

Labour zou elke penny van op lange-termijn-denken gebaseerde, continue economische groei investeren in het moderniseren van Groot-Brittannië tot het niveau van EG-partners als Frankrijk en Duitsland. In Europa moest Groot-Brittannië weer tot de eerste divisie gaan behoren, zo meende Kinnock.

Het bouwen van woningen, het herstellen van schoolgebouwen, het stimuleren van een behoorlijk openbaar vervoer, het opleiden en trainen van de jongste generatie en het herscholen van onder anderen vrouwen en werklozen moet “blijvende voorspoed voor ons land” brengen. Innovatie en onderzoek zullen worden gestimuleerd opdat “uitgevonden in Groot-Brittannië maar vervaardigd in het buitenland” tot het verleden gaan behoren. “We moeten Groot-Brittannië tot een door innovatie gedreven economie maken.”

Kinnock herhaalde de belofte dat Labour een eind zal maken aan de armoede die volgens berekeningen van de OECD 10 miljoen mensen in Groot-Brittannië in zijn greep heeft: de kinderbijslag gaat omhoog, de pensioenen gaan omhoog en er wordt een nationaal minimumloon van 3,40 pond per uur ingevoerd.

De privatisering van de staatsgezondheidszorg, een stokpaardje van de Conservatieven, zal door Labour worden stopgezet. Kinnock waarschuwde dat de Britten bij de volgende verkiezingen in feite beslissen over het al dan niet voortbestaan van de National Health Service als gratis voorziening voor iedereen.

Kiezen voor de Tories betekent dat de National Health Service wordt afgebroken. “Een land waarin de ziekenhuizen loterijen en wedstrijden moeten organiseren om apparatuur te kunnen aanschaffen, kan zich niet permitteren om belastingverlagingen ter waarde van 10 miljoen pond (sinds 1988) aan de topinkomens te geven”, zei Kinnock. De plannen van Labour om het belastingtarief voor de hoogste inkomens te verhogen van 40 procent naar 50 procent waren dan ook niet gebaseerd op “een beleid van afgunst, maar op de ethiek van wat een samenleving heet”.

Vooruitlopend op het debat van morgen, waarin de linkervleugel van de partij tegen de zin van de partijleiding in bezuinigingen op defensie zal eisen “tot het Europess gemiddelde” (dat wil zeggen met circa 6 miljard pond), deed Kinnock een belofte: “Nu de grote hoeveelheden geld ten bate van het militaire apparaat in de Sovjet-Unie worden overgeheveld naar civiele produktie, kunnen wij in het Westen ons vredesdividend vergroten”.

Het contrast tussen de Tories en Labour, zei Kinnock, was dat de Conservatieven een verschaalde en zure partij zijn geworden, arm aan ideeën voor de toekomst. Labour daarentegen heeft vastberadenheid, vitaliteit en visie: het is tijd voor een nieuw tijdperk onder Labour.

De ovatie die Kinnock ten deel viel nam "Conservatieve proporties' aan. Partijbonzen klokten vijf minuten. Het enige vertoon van dissidente meningen kwam van de twee overgebleven ultra-linkse vertegenwoordigers in het partijbestuur. Dennis Skinner bleef als enige zitten en keek of hij iets heel vies had ingeslikt. Tony Benn was alvast helemaal weggebleven. Een zichtbaar geroerde Kinnock maakte ten slotte een eind aan het ongewoon lange applaus door de afgevaardigden voor te gaan in gezang, een gebruik dat in de Labour-partij even vanzelfsprekend is als in een gereformeerde kerk. “We shall overcome” moet tot op de boulevard te horen zijn geweest. En zelfs Dennis Skinner ging staan en zong mee.