Kans groeit op interventie van buitenland in Haïti

LIMA, 2 OKT. Twee dagen na de staatsgreep in Haïti groeit de kans dat de afgezette president Jean-Bertrand Aristide via militaire interventie van buitenaf in zijn ambt zal worden hersteld.

De verdreven president zelf deed gisteren in de Venezolaanse hoofdstad Caracas, waar hij na zijn vertrek uit Port-au-Prince naar is uitgeweken, een beroep op de internationale gemeenschap hem te helpen bij zijn terugkeer naar Haïti.

De Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) heeft een extra zitting uitgeschreven in zijn hoofdkwartier in Washington. De spoedvergadering zal vermoedelijk morgen plaatshebben. De Boliviaanse voorzitter van de OAS, ambassadeur Aranya, heeft president Aristide gevraagd naar Washington te komen om een ooggetuigeverslag te geven van de gebeurtenissen afgelopen maandag.

Intussen hebben de Verenigde Staten, de Europese Commissie, Frankrijk en Canada zoals verwacht de ontwikkelingshulp aan Haïti opgeschort. De VS, de grootste donor van het Caraïbische eiland, hadden dit jaar hulp ter waarde van 85 miljoen dollar op de begroting staan en voor het zojuist begonnen fiscale jaar 90 miljoen. De Europese Gemeenschap, die via het zogenoemde Lomé-akkoord over een periode van vijf jaar 150 miljoen dollar naar Haïti zou sluizen, zal de hulp waarschijnlijk eveneens opschorten.

De mogelijkheid van een militaire interventie in Haïti werd gisteren nog ontkend door woordvoerster Margaret Tutweiler van het State Department. “Een mogelijke militaire actie tegen de coupplegers is niet genoemd”, zei de woordvoerster na aloop van overleg in Amerkaanse regeringskringen. Volgens waarnemers zou een dergelijke actie niet door de Verenigde Staten alleen worden uitgevoerd, maar in het kader van de OAS. Ook bij de invasie in Grenada in 1983 vielen de Amerikaanse mariniers het eiland binnen onder de vlag van een Amerikaans-Caraïbisch samenwerkingsverband, hoewel landen als Barbados en Jamaïca slechts een symbolisch groepje politie-agenten naar Grenada hadden gestuurd.

De Venezolaanse president Carlos Adrés Pérez liet gisteren weten dat zijn land bereid is mee te doen met een eventuele interventie van buitenaf. Pérez was een van de weinige staatshoofden die aanwezig waren bij de inauguratie van president Aristide acht maanden geleden. Venezuela heeft zichzelf een belangrijke rol toegedacht in de politiek-economische gebeurtenissen in het Caraïbisch gebied en steunt Haïti onder andere met olieleveranties. Pérez heeft Aristide inmiddels asiel aangeboden, evenals Frankrijk.

Na de bloedige ontwikkelingen maandag bleef het gisteren rustig in de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince. Er zouden ten minste honderd doden zijn gevallen bij de staatsgreep.

De leider van de coup, Raul Cedras, plaatsvervangend commandant van het leger, verklaarde gisteren in zijn eerste televietoespraak sinds de machtsovername dat de staatsgreep nodig was om een “leerling dictator” te verdrijven. Cedras beschuldigde Aristide van vriendjespolitiek, misbruik van het militaire systeem en de rechtsspraak en van het opzetten van een eigen militia à la de Tonton Macoutes van de verdreven dictator Duvalier.

Cedras zei vandaag tegenover de Franse radio dat de vroegere leider van de Tonton Macoutes, de vroegere minister van binnenlandse zaken, Roger Lafontant, zondag in de gevangenis in haïti is vermoord. Volgens Cedras is het leger niet verantwoordelijk voor de moord en is de dader in hechtenis genomen. Lafontant zat sinds januari gevangen wegens een poging tot staatsgreep.