De tussenstand van Stevens

Als op afspraak, regent het opeens meningen over de belastingvoorstellen van de Commissie Stevens. Het begon op Prinsjesdag toen het kabinet er voor bleek te voelen de vergaande commissieplannen voor belastingvereenvoudiging in zijn geheel over te nemen.

De nieuwe belastingregels moeten in 1994 ingaan. In de komende maanden zal het kabinet een meer uitgewerkt standpunt bekend maken; tegelijkertijd gaan de vereenvoudigingsplannen naar een aantal adviesorganen van het kabinet.

Het was een verrassende ontwikkeling dat de plannen, die bij de regeringsfracties in de Tweede Kamer nogal gereserveerd zijn ontvangen, in het kabinet zo'n gunstig onthaal vinden. Stevens wil een tariefverlaging die moet worden gefinancierd door het mes te zetten in aftrekposten; ook bepleit hij een versimpeling van de heffing van de werknemersverzekeringen.

Zolang de adviesorganen nog bezig zijn met het beoordelen van de plannen, blokkeert het kabinet de financiering die Stevens heeft gevonden. De Tweede Kamer kan de aangedragen bezuinigingsmogelijkheden dus niet gebruiken voor het financieren van andere wensen. Voorstanders van de commissieplannen hadden gehoopt dat het kabinet een deel van de plannen, zonder advies van derden af te wachten, meteen in een wetsvoorstel zou gieten. Dat zou de Tweede Kamer tegelijk de kans hebben gegeven te kiezen tussen de door Stevens voorgestelde tariefverlaging en het gebruiken van de gevonden dekkingsmogelijkheden voor andere doeleinden.

Met het uitspreken van zijn sympathie voor de plannen van Stevens, heeft het kabinet zeker geen onherroepelijke stap gezet in de richting van tariefverlaging en belastingvereenvoudiging. Er is er nog alle gelegenheid een ander standpunt in te nemen als de adviesorganen de plannen van Stevens kritisch zouden bejegenen.

Zo'n kritische houding wierp zijn schaduw al vooruit in het donderdag verschenen nummer van het Weekblad voor fiscaal recht. In dit toonaangevende fiscale vakblad geven zes hoogleraren hun mening over de plannen van Stevens. Hun oordeel is tamelijk negatief. Bekeken vanuit belastingtechnisch oogpunt, bestaat er waardering voor enkele voorgestelde maatregelen, maar toch overheerst teleurstelling over vele vereenvoudigingskansen die de commissie onbenut heeft gelaten. Bovendien klinkt algemeen het verwijt dat de soepele schrijfstijl van het rapport veel zwakke kanten ervan maskeert.

De commissieleden zijn het op verscheidene cruciale punten niet met elkaar eens geworden. Liever dan een verdeeld advies uit te brengen, heeft Stevens die punten maar wat onder de mat geveegd. Verscheidene fiscale hoogleraren verwachten veel van de commissievoorstellen voor een minutieuze afstemming van begrippen uit de fiscale wetgeving en de sociale zekerheidswetten.

Die uniformering moet de weg openen naar vergaande vereenvoudiging waarbij een deel van de taken van de sociale zekerheidsorganen over kan gaan naar de belastingdienst. Hoogleraren die ook het sociale zekerheidsterrein bestrijken, zijn echter uiterst kritisch over deze voorstellen. Als de bezwaren die zij aandragen hout snijden, zal het plan Stevens nooit in zijn geheel worden ingevoerd.

Voor de stroomlijning van de sociale zekerheidswetten, liggen er betere kansen voor het ook in deze zomer uitgebrachte rapport van de Interdepartementale commissie "Aanpassing Premieheffingssysteem Werknemersverzekeringen'; de Commissie APW. De Rotterdamse hoogleraar Stevens (geen familie van de voorzitter van de belastingcommissie) noemt het volstrekt onduidelijk waarom de commissie Stevens met geen woord aandacht besteedt aan haar evenknie op het sociale zekerheidsterrein. De kansen van de minder vergaande voorstellen van de commissie APW acht professor Stevens heel wat groter dan die van de belastingcommissie. In de zijns inziens te vergaande plannen van Stevens ziet hij toch wel een nuttig effect; zij kneden de geesten voor het aanvaarden van de vereenvoudigingsplannen van de commissie APW.

Na de positieve houding van de regering en de negatieve benadering van de wetenschap, was vrijdag het woord aan de volksvertegenwoordigers. In de Groningse Martinihal spraken woordvoerders van de vier grote partijen een congres toe dat was gewijd aan het rapport-Stevens. Slechts twee partijen kwamen met een voorlopig oordeel: de VVD en D66. Woordvoerder Koning van de VVD borduurde daarbij voort op het motto van het rapport Stevens: "Graag of niet'. Voor de VVD is het "niet graag, maar toch wel'. Ook D66 zit op deze lijn. CDA en PvdA zijn er nog niet uit. Het heeft er veel van weg dat ze een vierkant negatieve opstelling niet onverbloemd durven uit te spreken. PvdA-woordvoerder Vermeend betwijfelt ronduit of de belastingbetaler wel zit te wachten op een geringe tariefverlaging en wat meer eenvoud, als hij daarvoor aftrekposten moet inleveren.

Wat is de tussenstand? Voorlopig gebeurt er niets. Dat heeft als praktisch belang dat ondermeer de aftrekbaarheid van de rente op consumptief krediet voorlopig blijft bestaan, evenals de rente- en de dividendvrijstelling. In de Tussenbalans was het verdwijnen van deze faciliteiten aangekondigd. In 1992 of 1993 komen er waarschijnlijk negatieve adviezen over vooral het sociale zekerheidsdeel van het plan Stevens. Dat maakt de weg vrij om politiek munt te slaan uit de voorstellen van Stevens om een aantal aftrekposten te schrappen. Dat deel van de plannen kan dan dienen voor de financiering van nuttige zaken die dan hoog op de politieke agenda prijken.

Waarschijnlijk bestaat er tegen die tijd nog maar weinig aandacht voor de meest bekritiseerde ingreep van een nog maar net afgeronde belastingvereenvoudiging (de Oort-operatie). Dat is de aftrekbeperking van de zogenaamde gemengde kosten; uitgaven die niet alleen een zakelijk, maar ook een privé-karakter hebben. Voorbeelden zijn de kosten voor diners, studiereizen en bedrijfscursussen. De aftrekbeperking kwam er om meer belastinggeld binnen te krijgen.

Wie nu het effect beziet, constateert dat de schatkist inderdaad wordt gespekt, maar dat de aftrekbeperking soms andere overheidsdoelstellingen in de wielen rijdt. Dat is bij voorbeeld zo met het streven het ziekteverzuim en de WAO-instroom terug te dringen. Arbeidsverhoudingen in een bedrijf vormen een duidelijke factor bij het ziekteverzuim. Die arbeidsmotivatie krijgt een belangrijke steun in de rug met personeelsuitjes, (meerdaagse) bedrijfscursussen en dergelijke. Dat is nog geen reden dergelijke activiteiten fiscaal te ondersteunen, maar wat er nu gebeurt, is het omgekeerde. De fiscus ontmoedigt zulke activiteiten door tegenwoordig de kostenpost nog maar voor 75 procent te erkennen. Die louter budgettaire maatregel moet met het oog op de preventieve aanpak van het ziekteverzuim weer snel verdwijnen.

    • Aertjan Grotenhuis