Bouwbond FNV wil 3,75 pct meer loon

ROTTERDAM, 2 OKT. De Bouw- en houtbond FNV zal bij de onderhandelingen over een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) in de bouw 3,75 procent loonsverhoging eisen. Bovendien claimt de bond 1,25 procent voor verbetering van andere arbeidsvoorwaarden ("goede doelen'), waaronder handhaving van de regeling voor vervroegd uittreden (bij 60 jaar of na 40 dienstjaren).

Bij deze eis is geen rekening gehouden met de gevolgen van de kabinetsplannen met Ziektewet en WAO. Als die doorgaan zal de FNV-bond in het CAO-overleg compensatie eisen, bovenop de veronderstelde "onderhandelingsruimte' van 5 procent. Gezien het relatief hoge aantal zieken en arbeidsongeschikten in de bouw zullen de kosten van eventuele "reparatie' hoog oplopen, aldus voorzitter J. Schuller gisteren bij de presentatie van het CAO-beleid voor volgend jaar.

Schuller zei dat zijn bond desnoods gaat staken om compensatie voor kabinetsingrepen af te dwingen. “We vatten de zaak zeer hoog op. De kwestie met WAO en Zieketwet heeft diepe wonden geslagen in de verhouding tussen vakbeweging en politiek. De verzorgingsstaat is in het geding”, aldus Schuller.

Behalve de automatische prijscompensatie van 2,75 procent (die in de bouw van kracht is) wil de FNV-bond ook een reële loonsverhoging van 1 procent. De Hout- en bouwbond CNV maakte eerder dezelfde eis bekend. Beide bonden zitten daarmee op de limiet, die door het kabinet is gesteld voor handhaving van de koppeling tussen lonen en uitkeringen. Deze komt volgens het kabinmet in gevaar komt als de lonen in de marktsector volgend jaar gemiddeld meer dan 3,75 procent stijgen.

In de bouw moeten in totaal dertien CAO's voor circa 300.000 werknemers worden afgesloten. De grootste CAO is die in het bouwbedrijf met 200.000 werknemers. De onderhandelingen beginnen eind volgende maand.

De meeste werknemers in de bouw hebben een gemiddelde werkweek van 36 uur. CAO-coördinator R. de Vries acht een volgende stap naar een 35-urige werkweek niet realistisch zolang in tal van andere industrietakken gemiddeld langere werkweken worden gemaakt. Wel wil de bond de vormgeving van de arbeidstijdverkorting verbeteren omdat het huidige systeem (doorgaans een gemiddelde werkweek van 40 uur met 22 roostervrije dagen, waarvan de helft collectief is vastgelegd) als te star wordt ervaren. De bond wil meer inspelen op de wensen van individuele bedrijven en werknemers waarbij wordt gedacht aan een flexibele invulling per bedrijf op basis van 144 uur per vier weken.