Workshop bij Scapino met zeven jonge choreografen; Zeegeruis en trieste walsen

Gezelschap: Scapino Ballet Rotterdam, choregrafische workshop met werken van Rob Barendsma, Kirsten Debrock, Matthias Eidmann, Keith-Derrick Randolph, Rinus Sprong, Thom Stuart, Michiel Verkoren, Paula Vink. Gezien: 28 september, Cultureel Centrum Amstelveen. Onderdelen van het programma zijn nog te zien op 15-10 in Leiden, 16-10 Hengelo, 17-10 Zaandam, 18-10 Veendam en 30-10 Haarlem.

Het Scapino Ballet Rotterdam opent zijn seizoen met een drietal voorstellingen van de jaarlijkse choreografische workshop waarin zeven jonge dansscheppers waaronder één debutant, nieuw werk presenteren.Één maakte een herziene versie van een ballet, dat een jaar geleden in de vorige workshop in première ging. Bij die gelegenheid constateerde ik dat er vakmatig met beweging werd omgegaan, dat er geen pretentieuze hoogdravende artistieke doelen werden nagestreefd, dat men zich niet te buiten ging aan een overvloedig gebruik van theatrale middelen en dat er uitstekend werd gedanst. Tot een zelfde conclusie kom ik ook nu weer.

Opmerkelijk is bovendien dat alle choreografen in samenwerking met het atelier en de toneeltechnische afdeling van het gezelschap zelf ook de kostuums, het toneelbeeld en de belichting ontworpen hebben. Keith-Derrick Randolph maakte The Angel Sings, een ballet op muziek van Peter Gabriel dat reminiscenties oproept aan het soort dansen dat in videoclips te zien is: lekker swingend en pittig maar artistiek gezien niet erg belangwekkend. Matthias Eidmanns Sea Pictures heeft een wat dramatischer ondertoon. Het zeegeruis en de flarden muziek doen in opzet denken aan Kylians Cathédrale Engloutie. De dramatische opbouw blijft een beetje in onduidelijke bedoelingen steken en de op zichzelf mooie ruime bewegingen hebben weinig wezenlijke binding met de gekozen muziek: Sibelius' Valse Triste.

Duizendpoot Rob Barendsma - hij is acteur, componist, kostuumontwerper, docent dansexpressie en choreograaf - maakte zijn eerste choreografie voor Scapino waaraan hij sinds 1988 als hoofd van het kostuumatelier verbonden is. Zijn Misa Criolla zit best goed in elkaar en treft de blijmoedige devotie die uit Arièl Ramirez' muziek naar voren komt. De verschijning van een in een glimmend gewaad en in rookwolken gehulde vrouw doet evenwel kitscherig aan. Maar ook hier mooie goed doorlopende bewegingen waarin de invloeden van Nacho Duato zichtbaar zijn.

Debutant Michiel Verkoren maakte een lyrisch duet Sehnsucht op de van romantische passie doordrenkte muziek van Samuel Barber. Ook hij gaat bekwaam en efficient met beweging om en hij geeft de man en de vrouw een gelijkwaardige rol. Voor alle genoemde choreografen geldt dat ze nog weinig eigens te bieden hebben. Paula Vink heeft dat zoals ze al enkele malen eerder toonde wél, al vind ik haar nieuwe werk Hades hunting for heads op muziek van Front 242 wat teleurstellend. Het begin lijkt veelbelovend met drie hells angels als vorsten op hun torenhoge zetels en een mysterieuze in witte sluiers gehulde vrouw die, voorzichtig een appel dragend, zo nu en dan het toneel over schrijdt. De driftige explosies van de heren worden echter te vaak herhaald waardoor de zeggingskracht ervan verloren gaat.

De sterkste en meest persoonlijke werken komen van Thom Stuart, Kirsten Debrock en Rinus Sprong. Stuart maakte Violonsolo, een fascinerende briljante solo voor Eytan Sivak, een prachtige danser, vitaal, scherp, soepel, krachtig en expressief. Stuart combineert korte afgebroken robotachtige bewegingen met plotselinge ontspanning en kleine subtiele mouvementen met grote ruime sprongen en wervelende draaien. Hij roept daarmee een beeld op van een in zichzelf gevangen mens die zich tracht vrij te maken. De hallucinerende minimal music-compositie voor viool van Steve Reich sluit daar uitstekend bij aan.

Kirsten Debrock koos de delicate vijf stukken voor strijkkwartet van Anton Webern voor haar ballet Eye Spy en schiep daar een bewegingscompositie voor zes vrouwen op, beginnend en eindigend met een solo met daar tussenin twee duetten. Ieder onderdeel heeft een duidelijk eigen karakter hoewel ze een dosis speelse en grillige elementen gemeen hebben. De telkens even uit de coulissen komende gezichten van diegenen die niet op het toneel zijn, benadrukken het ontregelende gevoel dat men in zijn gedragingen bespied wordt. Een interessante choreografie die terecht een plaats krijgt in het reguliere Scapino-repertoire.

Dat is ook het geval met de hernieuwde versie van Het Gemoed van Rinus Sprong. De manier waarop hij de door Margreet Blanken fraai vertolkte teksten van onder andere Marsman, Heijermans en Schippers verwerkt in zijn gevarieerde choreografie is verrassend en boeiend en de veranderingen die hij heeft aangebracht maken het geheel compacter en treffender. Al met al heeft deze workshop lang geen slechte oogst opgeleverd.