Voortbestaan van "Primeur' onzeker; Jongerenkrant op zoek naar lezers

Er hing een katerig gevoel op de redactie van de jongerenkrant Primeur afgelopen donderdag. De Raad van State besliste die ochtend dat het bedrijfsfonds voor de pers niet verplicht kan worden een subsidie aan de jongerenkrant te geven.

De enige serieuze jongerenkrant in Nederland dreigt te verdwijnen. De krant besteedt veel aandacht aan buitenlandse actualiteit, natuur en milieu en economie. “Er is nog hoop”, roept Primeurs hoofdredactrice Aukje Holtrop. “We bestaan nu een jaar en hebben bijna tienduizend abonnees. Dat is weinig, maar het is ook niet helemaal niks. Zeker in een cultuur waar lezen niet in is. Met Primeur hebben we iets op de markt gebracht wat de blik verruimt. Dat vergt tijd. Neem de Krant op Zondag, veel mensen hebben toch ook niet de behoefte zo'n blad wekelijks te kopen?”

Het paradepaardje van de jongerenkrant is de eigen Primeur-persploeg, die bestaat uit jongeren die zelf interviewen en reportages maken. De 16-jarige Mischa Spel uit Amsterdam is zo'n jonge interviewer. Ze is serieus en weet wat ze wil. In tegenstelling tot veel andere leden van Primeurs persploeg wil zij niet Koen Wouters van de populaire popgroep Clouseau of voetballer Wim Kieft interviewen, maar houdt zij het liever op violisten en schrijvers. Charles Groenhuijsen van NOS-Laat is haar grote voorbeeld. Niet voor niets was haar eerste interview voor Primeur met deze journalist. “Later zou ik een eigen rubriek op televisie willen, waarin ik de actualiteiten in een historisch kader plaats”, zegt zij zonder een spier te vertrekken.

Haar klasgenoten op het Barleus Gymnasium lezen Primeur niet. “Voor hen is het te kinderachtig, ze lezen Het Parool of NRC Handelsblad van hun ouders.” Zij is ook de enige in de klas die journalist wil worden. “Mijn vrienden willen alleen maar geld verdienen en dan lijkt journalistiek niet het juiste métier.”

Die middag moet zij Yehuda Nir interviewen, een schrijver van joodse afkomst van wie onlangs het boek Verloren kinderjaren, een herinnering uitkwam. Nir heeft van zijn boek, dat gaat over zijn jeugd in Polen tijdens de oorlog, 2150 exemplaren aan Nederlandse en Vlaamse scholen cadeau gedaan.

Ze is zenuwachtig, zegt ze. “Vooral omdat ik in het Engels moet interviewen. Ik hoop dat de bandrecorder van mijn broer werkt.” Maar ze blijft onaangedaan onder het geflits en geklik van de fotograaf en de aanwezigheid van andere journalisten. Ze spreekt correct Engels, lacht op het juiste moment en gluurt af en toe naar de bandrecorder van haar broer. Slechts een keer laat zij haar koele onbewogenheid varen: op straat steekt ze meisjesachtig haar tong uit als ze bijna wordt aangereden door een wagen van de GG en GD.

Leden van Primeurs persploeg, lezers en ouders zouden het jammer vinden als Primeur verdwijnt. In een ingezonden brief in het blad ziet een jonge lezeres meer reclame als de beste oplossing. “Als ik wat vertel over Primeur, dan vragen de meeste kinderen wat Primeur is... Primeur moet meer reclame maken, doen nog meer hetzelfde als bij Telekids.”

Hoofdredactrice Holtrop toont volop strijdlust. “De wereld zal niet vergaan als Primeur niet meer verschijnt, maar dat zal niet gebeuren want we vinden wel een mogelijkheid om te blijven bestaan. Kijk, je wordt best gelukkig zonder krant, hoewel ik weet dat ik Primeur als kind te gek had gevonden.” Als voorbeeld voor Primeur diende de Engelse jongerenkrant The Early Times. In de eerste vijf weken van haar bestaan noteerde de jongste krant van Nederland vierduizend abonnees. Maar al snel vertoonde de aanwas van abonnees een minder stijgende lijn. En pas met twintigduizend abonnees bereikt Primeur het "break even' point.

Voor het einde van dit jaar hoopt Primeur dat punt te bereiken. Tot die tijd garandeert uitgever Weekbladpers het voortbestaan van de krant. Inmiddels is de zoektocht naar leden - net als bij de collega's van de VPRO en de EO - begonnen. “We hopen dat veel ouders met Sinterklaas Primeur aan hun kinderen cadeau geven en dat scholen meer abonnementen aanvragen.” En als alle inspanningen uiteindelijk toch niet mogen baten? “Ach”, zegt Holtrop. “Tienduizend mensen mag je toch ook best bedienen? De Groene Amsterdammer doet dat tenslotte al twaalf jaar.”