SPD verliest in Bremen, uiterst rechts wint fors

BONN, 30 SEPT. Voor het eerst sinds de Bondsdagverkiezingen van december vorig jaar heeft de SPD bij regionale verkiezingen niet gewonnen maar een onverwacht grote nederlaag geleden.

In de Duitse stadstaat Bremen (ruim een half miljoen kiesgerechtigden) viel de partij van burgemeester Wedemeier, in 1987 nog goed voor 50,5 procent van de stemmen, gisteren terug met circa 12 procent.

Winnaars waren de CDU, die in 1987 zwaar had verloren en nu met 7 procent klom tot 32, en de rechtsradikale Duitse Volksunie (DVU), die 6,1 procent haalde. De opkomst van de kiezers was met 72 procent een laagterecord.

Samen met de Republikaner (2 procent, te weinig om de kiesdrempel te passeren) kwamen de rechtsradikalen in Bremen en de havenstad Bremerhaven zelfs iets boven 8 procent uit. De Groenen, die ter plaatse traditioneel sterk zijn, en de liberale FDP handhaafden zich rond respectievelijk 11 en 9 procent. In het regionale parlement krijgt de SPD 41 van de honderd zetels (was 54), de CDU 32 (was 25), de FDP 10 (was 10), de DVU 6 (was 1) en de Groenen 11 zetels (was 10).

SPD-burgemeester Klaus Wedemeier (“Kies Klaus”), die in de heftige regionale verkiezingscampagne veel verwijten had moeten aanhoren over het financiële beleid, het asielbeleid en nepotistische praktijken in het plaatselijke, verfilzte, benoemingenbeleid, erkende een “verkiezingsdebâcle”, maar liet in het midden of hij zal aftreden. De SPD, die in de noodlijdende stadstaat Bremen al ruim 20 jaar regeert als absolute meerderheidspartij, wil de komende dagen met de Groenen en-of de FDP praten over coalitievorming. De FDP liet gisteravond al weten niet veel te voelen voor het aan de kleuren van Duitse stoplichten ontleende begrip Ampelkoalition, namelijk een rood-groen-gele-coalitie (SPD-Groenen-FDP).

In Bremen heeft het asielbeleid dit keer een grote rol gespeeld, zeiden zowel politici als verkiezings-analytici. Zij verklaarden daaruit de winst van de rechtsradikale partijen. Maar dat was niet het enige zwaartepunt, ook het verkeersbeleid, de financieel-economische politiek (grote schulden) en de hoge werkloosheid (luchtvaartindustrie, werven, havens) hadden, naast het Bremense politieke “cliëntelisme”, geleid tot de grote SPD-nederlaag, meenden zij.

De uitslag gisteren betekende een groot succes voor CDU-lijsttrekker Ulrich Nölke, een bankier met een goede pasfoto, die pas sinds acht maanden partijlid is en gisteravond in één klap doordrong tot het nogal schaars bezette echelon van min of meer jonge CDU-politici met toekomstwaarde.

Volker Rühe, de secretaris-generaal van de CDU, zag dat voor de televisie ook zo. Hij zei bovendien dat de uitslag in Bremen in feite een nationale nederlaag voor de SPD te zien gaf, omdat zij haar politieke kanonnen uit Bonn intensief bij de verkiezingscampagne had ingeschakeld. Rühe, in partijpolitieke kwesties spreekbuis van CDU-voorzitter-kanselier Helmut Kohl, wees er bovendien op dat de Bremense verkiezingen de eerste waren sinds Björn Engholm, premier in de nabije deelstaat Sleeswijk-Holstein, als SPD-voorzitter was gekozen.