Rijk de Gooyer, aangever en schreeuwlelijk; Altijd op zijn best in het café

Vanaf morgen is Rijk de Gooyer voorlopig twaalf weken lang de kankeraar Fred Schuyt in de televisieserie "In voor- en tegenspoed'. Die zijn kreupele vrouw bij het binnenschuifelen begroet met: “Daar heb je d'r, Fanny Blankers-Koen.” Bij de voorvertoning van de serie legde De Gooyer, bij wijze van grap, het verband tussen Fred Schuyt en hemzelf. Jaren geleden werd hij uit kunstenaarssociëteit De Kring gezet wegens vechtpartijen en herhaaldelijke belediging van andere gasten. “Ik zat me toen al voor te bereiden op deze serie.”

Er zijn cafés en restaurants waar ze, als hij binnenkomt, zeggen: “Jezus nee, daar heb je De Gooyer. Die komt natuurlijk onze klanten beledigen, vechten of in het aquarium pissen.” ”

Rijk de Gooyer (65) heeft een reputatie op te houden. Hij leeft in de overlevering. In practical jokes, beledigingen en vechtpartijen. “Hij is nu al een legende”, zegt zijn vriend, de tekenaar en schilder Peter van Straaten. “De tragiek van Rijk is dat een wezenlijk deel van zijn leven zal vervliegen. Zijn beste voorstellingen geeft hij in het café, voor een paar vrienden. Dat wordt niet op de band opgenomen, dat verdwijnt. Hij had een briljant conférencier kunnen zijn, als hij op toneel kon doen wat hij in het café deed.”

Columnist G.L. van Lennep, vriend en manager van De Gooyer, heeft een soortgelijke ervaring: “Wij hebben samen twee keer opgetreden in een huis van bewaring. Ik hield een praatje over de autoracerij, daarna kwam Rijk op. Hij zat op een kruk op toneel en vertelde verhalen naar aanleiding van vragen uit de zaal. Rijk gaf van acht tot twaalf een fantastische voorstelling weg. Ik zag er een prachtige one-man-show in, maar Rijk niet: "Dat kan ik misschien één of twee keer, maar ik zie het me niet avond aan avond doen. Na een paar keer heb ik er geen zin meer in, dan gaat de knop op de automatische piloot.”'

Het is niet de enige keer dat De Gooyer zijn carrière relativeert. Hij is de meest ervaren Nederlandse filmacteur, met zo'n veertig rollen. Toch spreekt hij van “ècht een groot acteur”, als hij het over de Engelse speler Warren Mitchell heeft. Hij noemt zichzelf vaak de "tweede man' of zelfs "tweede keus' voor rollen. En hij citeert met instemming Wim Kan die hem ooit een "kleedkamer-komiek' noemde. “Zeer geestig achter het toneel, maar niks d'r op”. Van Straaten: “Rijk doet vaak laatdunkend over zijn carrière. En dat is geen koketterie.”

Als het aan vader De Gooyer, een gereformeerde bakker, had gelegen, had Rijk in het bakkersvak carrière gemaakt. Zelf wilde hij artiest worden, maar alles mocht behalve het toneel. Toneelspelen is in de huid van een ander kruipen, dat is des duivels. Hij onderging een psychologische test. “Wat ik het liefst wilde worden, vroegen ze. Artiest. Wat wilde ik absoluut niet worden? Bakker. Uitslag van de test: ik was uitermate geschikt voor het bakkersvak.”

Zijn acht jaar geleden overleden tweelingzus Ankie kende Rijk als een zacht jongetje dat opstellen in het plat Utrechts schreef. En dat niet kon slapen als ze hem niet eerst een glas water had gebracht en had geaaid. Volgens haar had Rijk zijn acteertalent geërfd van hun moeder die op haar achtste jaar tijdens het breischooltje op een stoel stond voor te dragen.

Geen toneelschool dus voor De Gooyer. Bij het Grote Toneel, zoals dat toen nog heette, kwam hij niet aan het werk. Voor de radio zette hij typetjes neer als de straatfotograaf Kobus Rarekiek en de Utrechtenaar Bartels (“Goejdaaaaag”). Hij had, tot wederzijds ongenoegen, deel uitgemaakt van het gezelschap van Wim Kan en Corry Vonk. “Vreselijke, bemoeizuchtige mensen.” Speelde in de film "Het wonderbaarlijke leven van Willem Parel' - ondanks de waarschuwing van Wim Kan aan Wim Sonneveld om nooit met Rijk de Gooyer te werken.

Een sprong naar internationale roem bij de Duitse film strandde toen de filmstudio UFA, waar hij net een contract had ondertekend, failliet ging en De Gooyer met hangende pootjes terug moest keren naar Nederland. “In Duitsland - ik heb schijt aan de Duitsers - maar in Duitsland kent iederéén zijn tekst.” Zo relativeert hij het compliment dat altijd voor hem gereserveerd wordt: Rijk is zo professioneel.

In Duitsland maakte hij jaren later samen met Johnny Kraaykamp (het "paar apart') televisie-shows. De weekendshows van Johhny en Rijk waren in Nederland erg succesvol. Kraaykamp: “Maar weinig mensen herkenden wat we deden. Dat we acteerden, niet chargeerden, zoals de meeste komieken. Rijk is echt een goed acteur. We hebben samen veel gelachen en veel geld verdiend. Nee, van onze samenwerking hoeven we geen centje spijt te hebben.”

Volgens de rolverdeling was Rijk de hufter, de aangever, en Johnny de vertederende underdog, die uiteindelijk de lach kreeg. Rijk-de-stapper en Rijk-de-acteur smolten in deze tijd in één imago van ordinaire schreeuwlelijk samen. Het imago van Rijk de Gooyer die in een deftig restaurant tegen de kok roept: “Lekker die coquilles, niet met zo'n kutsausje.”

Regisseur Frans Weisz liet zich door dat imago afschrikken om met De Gooyer samen te werken voor zijn film "De Inbreker'. Producent Rob du Mee was overtuigd van de kwaliteiten van De Gooyer als de inbreker Glimmie. De acteur zelf kon kennelijk niet geloven dat iemand die kwaliteiten in hem herkende. Du Mee: “Ik had Rijk het scenario gestuurd en ging met hem overleggen. "God, Rob', zei hij, "ik weet niet of ik dat wel doe hoor, die inspecteur Van Hol'. Rijk had, en dat is typerend voor zijn onzekerheid, gedacht dat hij de bijrol zou krijgen.”

Frans Weisz voelt zichzelf juist onzeker tegenover de acteur met wie hij nog veel vaker zou werken. “Rijk geeft mij altijd het gevoel dat ik het verkeerde doe. Vroeger woonde hij bij mij om de hoek. Dan belde hij soms om vier, vijf uur 's ochtends aan. Dronken. En in plaats dat ik zei: "Rot op, Rijk, ik lig te slapen!' voelde ik me burgerlijk omdat ik lag te slapen. Had ik het gevoel dat ik de verkeerde pyjama droeg, hem de verkeerde drank aanbood.”

Volgens Johnny Kraaykamp kan De Gooyer met één zin iemand uitkleden en op de stoep zetten. Vrienden kunnen ze volgens hem niet zijn. “Ik kan niet drinken. Rijk heeft een café-maat nodig. Iemand die met hem op stap gaat.”

De café-grappen (vooral in journalistencafé Scheltema in Amsterdam), vaak met Wim T. Schippers, doen het het best in de overlevering. Een bezoeker wil juist het café verlaten, als hem door De Gooyer en Schippers een luid “En nou opgedonderd, d'r uit!” wordt toegevoegd. Waarna de aangesprokene niets anders overblijft dan naar zijn stoel terug te keren en veel langer te blijven hangen dan hij van plan was.”

Er zijn ook veel minder onschuldige grappen, uitlopend op beledigingen of vechtpartijen. Als De Gooyer in café Heineken Hoek een man iets te brallend hoort praten, loopt hij naar hem toe en zegt: “Meneer ik ga u een schop onder uw kont geven.” “Dat moet u doen, zeg”, antwoordt de man bekakt. De Gooyer neemt een aanloopje en schopt de man. “Dat moet u nog eens doen”, zegt hij dreigend. De Gooyer voldoet aan zijn verzoek. “Dat moet u nog één keer doen.” Nogmaals hetzelfde, waarna de man een uitstekend bokser blijkt en De Gooyer met één stoot door het raam slaat. Hij neemt het sportief op en kent geen "hard feelings'.

Het zijn de erecodes van de mannengemeenschap. De ongeschreven wetten van wat De Gooyer zelf de "Kameradschaft' noemt. Samen drinken en lachen. Vrouwen passen niet in die sfeer. Peter van Straaten: “Als Rijk moest kiezen tussen neuken en lachen, dan kiest-ie voor lachen. Bondiger kan ik het niet zeggen. Hij is een mannen-man.”

Een van de weinige vrouwen die wel heeft weten door te dringen tot het leven van De Gooyer is Adèle Bloemendaal. “Zij is een vrouw met wie je paarden kunt stelen”, zegt De Gooyer van haar. Bloemendaal, die met De Gooyer samenwerkte in de Kijk-die-Rijk-show, 28 jaar geleden, noemt hem met enige schroom “Een heel gevoelige, intelligente man”.

Met schroom “Want Rijk is van een generatie waarin machismo voor mannen heel belangrijk is”. Hij verkondigt graag gefascineerd te zijn door de onderwereld. “Ik kan het niet helpen, ik vind ze gewoon interessanter dan normale mensen. Criminelen hebben me altijd aangetrokken, omdat ik er misschien zelf een had willen zijn.”

Ex-coureur Tonio Hildebrand, organisator van feesten en public relations adviseur, is al dertig jaar bevriend met De Gooier. Samen naar de kroeg in Amsterdam, maar ook bij Giethoorn met de punter de natuur in.

“De Gooyer gaat gebukt onder het dualisme dat Alec Guinness verbeeldde in de film "The Captain's Paradise'. Guinness speelt daar een zorgeloze kapitein op een veerboot die heen en weer vaart tussen twee plaatsen. In de ene plaats vindt hij rust bij een breiende vrouw die hem verzorgt, in de andere haven neemt hij met overgave deel aan het uitgaansleven. In Giethoorn komt Rijk tot rust. Daar zegt zijn vrouw Tonny na drie borrels: nu is het wel genoeg, Rijk. Hij leeft zich er uit in een van zijn hobbies: koken, dat kan hij heel goed.”

Dat dubbelleven herkent ook Peter van Straaten. “Ik zei ooit tegen zijn vrouw "Wat moet jij een enig leven hebben. Maar thuis is-ie helemaal niet zo. En later heb ik dat ook gemerkt. Rijk in een miezerige stemming is niet te harden, die kijkt je de deur uit.”

Zijn privéleven schermt hij angstvallig af van de buitenwereld, zijn vrouw Tonny blijft buiten bereik van journalisten. Persoonlijke gevoelens geeft hij niet bloot. Ook niet als acteur: “Dat laat ik aan hysterische dames en heren over”. Actrice Mimi Kok, die ook speelt in "In voor- en tegenspoed', kent hem al veertig jaar, maar noemt hem “afstandelijk, een Einzelgänger”.

Volgens Peter van Straaten komt de behoefte andere mensen te schofferen voort uit een minderwaardigheidsgevoel. Geboren in een arme buurt in Utrecht. Geminacht door het Grote Toneel. (De enige rol die hem daar werd aangeboden was die van een wit olifantje in een stuk van Guus Oster; hij weigerde.) Naast Johnny Kraaykamp was hij toch altijd de tweede man.

Het waarom van de beledigende grappen zoekt De Gooyer zelf in zijn drankgebruik. Het heeft hem veel vijanden opgeleverd. Wijlen Jan Hein Donner (zijn 'lievelingsvijand') en Han Lammers bijvoorbeeld. En heel wat kroegbazen en restauranthouders die door hem klandizie verloren. Barman Luuk van café Heineken Hoek in Amsterdam weigert hem te bedienen.

Als iemand De Gooyer niet bevalt - en dat is vaak zo - negeert hij hem. Met een slok op gaat hij juist naast zo iemand zitten. Hildebrand: “Hij keert zich nooit tegen zijn vrienden. Bekakte praters, opscheppers, mensen die zich aan hem opdringen, daar kan hij niet tegen, en dan wil hij wel eens verbaal of fysiek uithalen.”

Naar naar eigen zeggen wordt dat minder. De Gooyer: “Ik ben milder geworden. Al hoop ik niet dat ik echt mild word.”