Passages uit toespraak van partijleider Kok

Enkele letterlijke citaten uit de toespraak van partijleider Kok op het PvdA-congres van zaterdag:

“We komen in het regeren niet alleen onszelf tegen, maar ook de grenzen van de verzorgingssamenleving, zoals die mede door ons, na de oorlog in dit land heeft vorm gekregen. De zorgende staat heeft velen verlost van angst om hun oude dag, hun mogelijke ziekte en invaliditeit, hun werkloosheid. En een gelijkwaardige inkomensontwikkeling is nog steeds een teken van beschaving. Maar de samenleving op weg naar de eeuwwisseling is niet meer dezelfde als die van na de oorlog.”

(...)

“De optelsom van verworven rechten, van deelbelangen kan door de samenleving niet meer gehonoreerd worden, dat is het probleem. En dus ontkomen we niet aan een ingrijpende herziening van onze verzorgingsstaat. Om meer ruimte te geven aan nieuwe generaties, die naast bescherming ook vrijheid vragen. Om voor diegenen voor wie dat nodig is, ook voor de lange termijn, zekerheid te bieden. Om het verstoorde evenwicht tussen rechten en plichten te herstellen.”

(...)

“Wij zitten nu in een overgangsfase: van een verzorgingsstaat naar een werkzame, naar een participatiesamenleving. Niet doorschieten naar een maatschappij waar mensen aan hun lot worden overgelaten, waar een onderklasse gaat ontstaan. Maar ook niet blijven hangen in een bureaucratische verzorgingsstaat waarin naast iedere werknemer ook één burger langs de kant staat. Tussen de verbrokkeling in rechts geregeerde landen en de wat weggevallen betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheid bij ons is een derde weg nodig; emancipatie in solidariteit.

(...)

“Om een duurzame ontwikkeling veilig te stellen kan niet elke individuele keuze voor consumptie worden geaccepteerd. Om houdbare sociale voorzieningen te krijgen kan niet iedereen houden wat hij nu heeft. Om de kwaliteit van voorzieningen te verbeteren kunnen we niet om eigen bijdragen naar draagkracht heen. De overheid moet selectiever worden, de politiek moet doen waar ze voor is: kiezen! Wie gelijkwaardigheid van mensen veilig wil stellen, wie ook tussen generaties een gelijke behandeling wil, kan het niet iedereen naar de zin maken.”

(...)

“In een samenleving van zelfstandige mensen is een nieuwe afweging nodig tot welke hoogte risico's door de overheid dwingend moeten worden verzekerd. Een grotere eigen verantwoordelijkheid past bij mondigheid en emancipatie. Solidariteit berust op wederkerigheid: je bent bereid bij te springen als een ander er echt niet uitkomt. Je weet dat je zelf ook geholpen zult worden als dat nodig is.”

(...)

“Velen zullen gemengde gevoelens blijven houden, ook nu. Dat betekent dat eigenlijk het proces pas nu begint. We zullen nu met elkaar vorm en inhoud moeten geven aan het debat over de politieke vernieuwing en daarbinnen over de herijking van de verzorgingsstaat. Ik zou dat dolgraag in die komende dagen en weken en maanden met u allemaal doen. Ook met diegenen die met een mengeling van woede, onmacht en onvrede tegen elkaar hebben gezegd : Dit maak ik niet mee. Die vraag ik - maak het toch alsjeblieft wel mee, want we kunnen niemand missen. We moeten gelouterd met z'n allen honderdduizenden ervan overtuigen dat we hùn partij zijn. Ook al is dat nu moeilijk.”