Miles Davis: genoeg aan één noot

ROTTERDAM, 30 SEPT. "De trompettist die aan één noot genoeg had' - dat zou er op het graf van Miles Davis kunnen staan. De zaterdag in Santa Monica na een longontsteking en een beroerte op 65-jarige leeftijd overleden Davis was vóór alles een stilist met een direct herkenbaar geluid, of hij nu 'open' speelde of met de geliefde "harmon demper' in de beker van zijn instrument.

Vrijwel zonder vibrato en spaarzaam met noten brak hij op een bijna terloopse manier radicaal met alle voor een trompettist in de jazz geldende normen. Zochten voorgangers als Louis Armstrong en Roy Eldridge en ook zijn generatiegenoot Dizzy Gillespie het met succes in sprankelende virtuositiet - hard, hoog en "brassy' - Davis speelde eenvoudig en op het introverte af, alsof hij bij je in de huiskamer stond. Miles Davis was een sfeerschilder, aanvankelijk alleen met geluid, later in zijn leven ook met verf en linnen, zoals op de hoezen van sommige platen te zien is.

Zijn spel veranderde in zijn bijna 50-jarige muziekpraktijk nauwelijks, qua entourage echter volgde hij gretig de muzikale modes van zijn tijd. Van de bebop uit de jaren '40 en de 'modale' jazz van omstreeks 1960 naar de rock, funk en pop van de laatste decennia.

De muzikale carrière van Miles Dewey Davis begon in 1944 toen hij van St. Louis naar New York verhuisde. Hij schreef zich in op het Institute of Musical Art maar ging vervolgens onmiddellijk op zoek naar altsaxofonist Charlie Parker. Deze zag wel iets in de onvolgroeide trompettist en engageerde hem, wat resulteerde in een reeks schitterende opnamen en wat Davis betrof in “het meest fantastische gevoel dat ik ooit heb gehad - met mijn kleren aan”.