MILES DAVIS 1926 - 1991; Herkenbare melodicus

In 1949 maakte Davis zich los van Parker en begon voor zichzelf met een serie platen voor het label Capitol. Deze opnamen die later als Birth of the Cool op lp zouden verschijnen, onderstreepten wat Davis was en altijd zou blijven: een typische melodicus die met weinig noten heel veel wist te zeggen. In diezelfde periode ging hij ook voor het eerst overzee: in mei 1949 speelde hij met veel succes op het Parijse Jazz Festival.

De terugkomst in Amerika was een grote desillusie en enkele jaren leefde hij, zoals hij later zelf schreef: 'in een dichte mist', altijd high, 'hosselend' van dag tot dag, zoals elke verslaafde. De kwaliteit van zijn muziek wisselde sterk: van schitterend tot diep treurig.

In 1954 kickte hij cold turkey af, een jaar later kreeg hij een contract van CBS bij welke firma hij niet alleen typische jazzplaten afleverde maar ook produkties die een breder publiek aanspraken. Zo was er bijvoorbeeld de samenwerking met arrangeur Gil Evans die enkele bijzondere platen opleverde: een instrumentale versie van de Gershwin opera Porgy and Bess, en Sketches of Spain met een bewerking van Concierto de Aranjuez, van de Spaanse componist Joaquin Rodrigo.

Adembenemend is de muziek die hij in 1957 maakte voor Ascenseur pour l'échafaud, een thriller van de Franse cineast Louis Malle. De film raakte in de vergetelheid, de muziek bleef. Historisch is ook het grotendeels geïmproviseerde album Kind of Blue uit 1959 waarop wordt geëxperimenteerd met kerktoonladders.

Omstreeks 1965 slaat Davis, geïnspireerd door slagwerker Tony Williams weer een nieuwe weg in door de doorgaande beat, hèt kenmerk van de jazzmuziek, niet meer te spelen maar slechts te suggereren. Deze 'kunst van het weglaten' valt niet bij iedereen in de smaak. Ook de platenfirma CBS is nogal ontevreden; ondanks de tegenvallende verkoopcijfers blijft Davis hoge voorschotten opnemen.

In 1969 zorgt hij met Bitches Brew voor een enorme schok. Van ritmische suggestie is nu geen sprake meer, integendeel een keiharde (rock)beat domineert de muziek op deze dubbel lp. Oude fans haken af, maar reden tot treuren is er niet want binnen een maand worden er 70.000 exemplaren verkocht. Davis wordt een rockster, die graag met mooie kleren en snelle auto's pronkt.

Na de rock volgt de funk, voor de 'echte' jazz heeft Davis alleen nog maar woorden als 'shit' en 'fuck' in voorraad. Het einde van deze succesperiode wordt bereikt met On the Corner dat in 1972 verschijnt. In datzelfde jaar rijdt Davis niet alleen zijn Lamborghini-sportwagen in puin, ook breekt hij zijn beide enkels. Vervolgens dienen ook andere kwalen zich aan: bloedarmoede, maagzweren en bursitis, een gewrichtsziekte waardoor hij zijn armen bijna niet meer op kan tillen. De trompet wordt nauwelijks meer aangeraakt en omstreeks 1975 trekt Davis zich terug, moe, ziek en gedesillusioneerd. Wat moet hij verder nog ?

Het Engelse tijdschrift Black Music & Jazz Review komt met een afscheidsartikel, en het Nederlandse maandblad Jazz Nu in mei 1980 zelfs met een geheel aan Davis gewijde special. 'Ik hoop dat Miles met al zijn gouden platen en zijn trompet aan de muur in een mooi groot huis aan Central Park de 100 haalt', schrijf ik er zelf in.

Dat dit afscheid voorbarig is, blijkt een jaar later als er geruchten gaan dat Miles Davis weer optreedt. Het blijkt geen loos alarm: Miles Davis komt terug, ook in Nederland. Relaxter dan ooit, opmerkelijk sociaal en openhartig.

'Have you changed ?' vraagt een journalist als hij in 1984 op het Haagse North Sea Jazz Festival optreedt. 'Sure', antwoord Davis laconiek , 'I got a new hip.'

Zijn 'toon' is nog altijd zeer herkenbaar maar zijn band is weer nieuw, net als zijn repertoire met Cindy Laupers pophit Time after Time als vlaggeschip. Is Miles Davis popartiest geworden ?

'Ik MOET veranderen', zegt Davis desgevraagd, 'het is een vloek.' Het klinkt als een verklaring maar is Davis 'nieuwe' voorkeur eigenlijk wel zo nieuw ? Speelde hij vroeger niet eigenlijk ook al popsongs ? Stella by Starlight van Victor Young en All of you van Cole Porter bij voorbeeld. De als zoon van een tandarts geboren Miles Davis hield er gewoon van mooie liedjes te spelen. Maar dan wel op zijn manier; één noot en je herkende hem.

Zijn muziek zal tot in de eewigheid verkrijgbaar blijven. Ook zijn leven is goed geboekstaafd, zakelijk en accuraat in de biografie van de Engelsman Ian Carr, rauw en hilarisch in de autobiografie, die in 1989 (ook in het Nederlands) verscheen. Het was de laatste verrassing van Davis voor zijn luisteraars.