Lange weg

DAT DE RUIM achthonderd congresgangers van de Partij van de Arbeid afgelopen zaterdag vooral naar Nijmegen kwamen om hun stembriefjes in te vullen, in plaats van te discussiëren, stond eigenlijk al van meet af aan vast. Het uitblijven van een goed inhoudelijk debat over de kabinetsplannen die de PvdA de afgelopen maanden zo wisten te verdelen is misschien dan wel jammer, maar niet verrassend. Het ging nu even om de macht.

Partijleider Kok zette begin deze maand hoog in door zijn politieke lot te verbinden aan het al dan niet instemmen van het PvdA-congres met de WAO- en Ziektewetplannen. Hij heeft met tachtig procent van de stemmen overtuigend gewonnen. Maar het moet voor hem toch ook een overwinning met een zure smaak zijn. Want slechts omdat nu het behoud van Kok (en daarmee het behoud van het kabinet) prevaleerde, koos het PvdA-congres tegen behoud van verworven rechten. Niet uit overtuiging, maar uit lijfsbehoud.

De PvdA is na het congres van zaterdag nog lang niet uit de problemen. Ten eerste is er het conflict met de vakbeweging, dat slechts lijkt te zijn aangescherpt. De reactie van de 'geestverwante' FNV-voorzitter Stekelenburg op de uitslag van het congres was ongekend hard. Hij zei dat de PvdA erin is geslaagd een intern probleem op te lossen door met de rug naar de samenleving te gaan staan. Door het zo te stellen zijn er straks nog maar twee mogelijkheden: òf de PvdA gaat aan de WAO-perikelen ten onder òf de vakbeweging. Een oplossing om er samen uit te komen bestaat in elk geval na zaterdag niet meer.

VOORTS BETEKENT de uitkomst van het congres ook nog lang niet dat de PvdA nu vol overtuiging heeft gekozen voor inhoudelijke vernieuwing. In die zin had Kok gelijk met zijn uitspraak dat het proces pas begint. Het congres van de PvdA heeft zaterdag niet meer te kennen gegeven dan dat regeren offers vraagt. Maar de gretigheid waarmee het congres de 'toezegging' van PvdA-fractievoorzitter Wöltgens aanvaardde om te kijken of de maatregelen nog ergens verzacht kunnen worden, moet Kok toch ook te denken geven.

Dat de partij aan zowel inhoudelijke als organisatorische vernieuwing toe is, staat buiten kijf. Er zijn binnen de PvdA ook nauwelijks mensen te vinden die dat ontkennen. De toespraak van Kok aan het begin van het congres waarin hij uitgebreid inging op de vraag van het 'waarom' werd niet voor niets met een ovationeel applaus ontvagen. Algemeen is de erkenning dat de politiek te veel "een optelsom van vaak met elkaar botsende deelbelangen' is geworden, en dat dit verschijnsel de PvdA extra parten speelt.

DE PROBLEMEN in de partij ontstaan pas als een en ander geconcretiseerd moet worden in beleid. Als Kok zegt dat we van een verzorgingsstaat naar een participatiestaat moeten, krijgt hij daarvoor applaus van zijn achterban. Maar zodra dit wordt vertaald in het besluit het minimumloon te verlagen, of de koppeling los te laten, klinkt uit dezelfde partij al weer het onaanvaardbaar.

Kok heeft nu een half jaar de tijd om de verniewing van zijn partij werkelijk gestalte te geven. Het alles-of-niets-congres van Nijmegen heeft de geesten daarvoor hooguit wat rijper gemaakt. Maar de PvdA heeft nog een hele weg te gaan, waarbij een nieuw machtswoord van Kok zeker niet kan worden uitgesloten. De partij staat voor een gigantische opgave. In maart moet er een nieuw programma zijn, een nieuwe organisatiestructuur en een nieuwe voorzitter.

Tachtig procent steun voor Kok is een fraai resultaat, maar de lange weg naar een moderne partij moet de PvdA nu nog afleggen.