Klokken op kerken, begraafplaatsen en bij scholen uur terug; Klokkijken in spiegelbeeld

AMSTERDAM, 30 SEPT. Acht uur, zomertijd nog. De ochtendschemering heeft zich net uit de voeten gemaakt. Het is stil op straat. Ch. Harlaar steekt zijn rode stationcar in een parkeerhaven voor de Emmakerk. Het dashboard ligt bezaaid met sleutels. Met een daarvan probeert hij de deur van de toren te openen. Die springt wel van het slot, maar gaat niet open. Wrikken met een schroevedraaier helpt niet. Op zo'n onchristelijk tijdstip kun je de dominee niet uit zijn bed bellen. Naar de volgende kerk dus, de Koningskerk in de Watergraafsmeer.

Harlaar is servicemonteur van de klokkengieterij en fabrikant van uurwerken Koninklijke Eijsbouts en onderhoudt onder meer alle klokken op openbare gebouwen in Amsterdam. Omdat dit weekeinde de wintertijd ingaat moeten de 33 klokken op kerken, begraafplaatsen, scholen en musea een uur worden teruggezet. Harlaar is er vrijdag al mee begonnen. Als het goed is, is hij dinsdag klaar.

De Koningskerk is zo'n modern godshuis dat evengoed bibliotheek of sporthal had kunnen zijn. De slanke toren staat ernaast. Hij is te nauw voor trappen, dus de weg omhoog loopt over smalle laddertjes. Harlaar is al snel uit zicht. Hij doet dit werk al 21 jaar en heeft een ijzeren klimconditie. Daarom stond hij aanvankelijk niet te trappelen om een verslaggever mee te nemen: “Heeft u wel eens 33 torens achter elkaar beklommen? U houdt me alleen maar op.” Halverwege de toren hangt de luidklok in een open nis. Geen veiligheidshekjes en andere flauwekul: hier komen geen mensen die er niets te zoeken hebben. Een paar ladders verder staat het uurwerk in een stoffig hol van nog geen vier vierkante meter.

Aan het uurwerk zit een wijzerplaat met maar een wijzer. Op de toren zitten vier wijzerplaten, die alle met dit ene uurwerk zijn verbonden. Harlaar draait de klok vooruit. Eerst onbezorgd, dan zorgvuldig. Een paar minuten te ver draaien betekent dat hij nog een twaalf uur vooruit moet, want deze klok kun je niet terugdraaien. Ondertussen kijkt hij naar het contragewicht van een van de wijzers. “Klokkijken in spiegelbeeld blijft toch lastig.” Als hij er bijna is haalt hij een ouderwets zakhorloge uit zijn broekzak. Een ware klokkenman loopt niet met zo'n digitaal geval rond. Afdalen langs de ladders is lastiger dan klimmen.

Een paar honderd meter verder ligt de begraafplaats. Het hek blijkt al van slot. “Even een ladder halen.” Harlaar loopt achterom een van de gebouwen. In een smal gangetje hangen een stuk of zes ladders. Hij pakt de kleinste mee. Aan de voorkant van het gebouw zit een klok op een meter of vier hoogte. Zelfs hier staat de tijd niet stil. Harlaar zet de ladder eronder en klimt omhoog. “Nu even niet kijken hoor, want dit is geen gezicht.” Hij pakt de lange wijzer tussen duim en wijsvinger en draait hem een volle ronde terug. Dat was het dan. “Ik kan dat doen omdat ik precies weet hoe dit uurwerk in elkaar zit. Hier zit een slipkoppeling in, dus die kun je terugdraaien.”

De Elthetokerk aan het Javaplantsoen heeft een dikke toren met brede trappen. Ruim onder de bovenste verdieping hangen een paar gewichten. Een vloertje hoger staat een houten kast. “Dit is tenminste een echt uurwerk”, zegt Harlaar. Zijn handen voeren enige bezwerende handelingen uit in de duistere wirwar van tandraderen in het authentieke slingeruurwerk. Met een zaklamp licht hij zijn vingers bij. Een verdieping hoger is te zien hoe laat het is: de verlichting van de wijzerplaat brandt.

Het is twee uur in Betondorp volgens een van de klokken op de toren aan de Brink, vijf uur later dan in de rest van Amsterdam. Harlaar: “Die is al een hele tijd kapot. In die toren zit aan elke wijzerplaat een eigen uurwerk, dus die vier klokken geven wel eens een verschillende tijd aan.” Betondorp is ooit gedacht als een versteende sociaal-democratische droom. De toren zit dan ook niet aan een kerk vast, maar aan een rijtje woonhuizen. Driehoog in het trappenhuis staat een stellingkast vol troep. De drie katten tussen de lappen en het papier worden wreed uit hun slaap gehaald. Door een luik van een meter hoog komen we in de toren. Ook hier is het te smal voor trappen. Het hok waarin de uurwerken zitten is zelfs te klein voor twee personen. Harlaar zet de vier in blikken trommels vervatte klokken een uur terug. We zijn nog niet beneden als er getingel klinkt. “Ze wilden een carillon en vroegen aan mij: hoeveel klokken kunnen er in de toren. Ik zei één, en die hangt er al. Je kunt er je kont niet keren, dus hoe kan daar nou een carillon in. Maar ze moesten en ze zouden. Hebben ze er zo'n elektronisch geval ingezet met twee luidsprekers. Ik zeg: het lijkt wel een minaret. Waren ze beledigd. Maar zeg nou zelf, dit klinkt toch nergens naar.”

Bij de Emmakerk haalt de dominee net zijn brievenbus leeg. Hij zal de deur van binnenuit openen. Geen extra grendel te bekennen. Nu gaat hij ook gewoon open. Sloten hebben zo hun eigen raadsels. Bovenin de brede toren is het onlangs opgeknapt. Het is er dan ook opvallend schoon. Voordat Harlaar de klok vooruit draait maakt hij de ijzeren draad van de luidklok los. Aan een wieltje bovenop de metalen kast draait hij de wijzer voort. Halverwege moet hij even wachten om het slagwerk bij te laten komen. De luidklok zelf houdt zich weliswaar gedeisd, maar in de kast van het uurwerk stommelt de aandrijving ervan net niet geruisloos. In deze toren zijn de wijzerplaten niet van binnenuit te zien. In de muur zitten daarom luikjes. Harlaar opent een van de luikjes en steekt zijn bovenlichaam naar buiten om de stand van de wijzers te controleren. Van hoogtevrees moet je in dit vak geen last hebben.

Niet alle torens hoeft hij dezer dagen te beklimmen. Enkele worden op afstand bediend. Een computer bestuurt niet alleen de wijzers, maar ook de luidklokken en het carillon. Die computer "weet' hoe laat het is, omdat hij via een radio-ontvanger een tijdsignaal binnenkrijgt uit het Duitse Mainflingen. Hierdoor lopen deze zogeheten telegestuurde klokken precies gelijk met een hypernauwkeurige atoomklok. Aanpassingen als het terugzetten voor de wintertijd worden eveneens uit Mainflingen aangestuurd. Zelfs heel kleine correcties als de schrikkelseconde die soms aan het eind van een jaar wordt geplakt komen automatisch bovenin de soms al eeuwenoude torens. En mocht de stroom even uitvallen, dan is dat ook geen ramp: zodra de stroom weer is ingeschakeld zet de computer de klok meteen weer gelijk.

Langzamerhand worden steeds meer torenklokken telegestuurd. Over een paar jaar bepalen de Duitsers hoe laat het hier is.