Er valt nog veel te verbeteren aan omgang met Duitsland

Een dagbladcorrespondent in het buitenland krijgt zijn eigen krant pas na een dag of wat onder ogen. Zodoende komen, trek of niet, ook de mooiste taartjes altijd een beetje uit de retourbakkerij. Dat mag mede, een paar dagen voor de eerste verjaardag van de Duitse eenheid, een verklaring heten voor een "vertraagde' reactie op een groot en interessant artikel van Hans Nijenhuis in de krant van zaterdag 21 september.

Het artikel begon op de voorpagina onder de titel "Oost-Europa vreest Duitse opmars' en ging door op pagina vier onder een kop met een geografische nuancering: "Midden-Europa voelt zich vrij maar onveilig'. Het deed verslag van de ervaringen die Nederlandse journalisten eerder die week hadden opgedaan in gesprekken met diplomaten en veiligheidsfunctionarissen in Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije. Het verslag had gezien de herkomst van de gesprekspartners die in kleinere staten aan de nu weer ruimere grenzen van het oude "Mittelland' Duitsland leven, hier en daar een bijna "vooroorlogse' lading aan angsten en gevoeligheden.

Het hoofd van de afdeling Europese veiligheid van het Praagse ministerie van buitenlandse zaken werd bijvoorbeeld zó geciteerd: “Het is vrij duidelijk wat er gebeurt: Duitsland zal de VS vervangen als tweede supermacht in Europa. De Duitsers spelen nu in Joegoslavië en bij de erkenning van de Baltische landen al een zeer actieve rol, terwijl iedereen dacht (cursivering jmb) dat ze geheel in beslag zouden worden genomen door de (Duitse) hereniging. Van de buitenlandse investeringen is tachtig procent Duits. Wat zijn dit anders dan pogingen om een historische positie in Europa terug te winnen? In 1994 zullen alle Sovjet-troepen Duitsland hebben verlaten en dan zal ook de druk toenemen om de Amerikanen te laten vertrekken”.

De Poolse onderminister van defensie Onyszkiewicz had de vrees uitgesproken dat zijn land “ingeklemd” raakt “tussen twee staten staten die in grote verandering zijn: het verenigde Duitsland en de desintegrerende Sovjet-Unie”. Een Pools parlementslid gaf toe dat Duitsland hartelijk meewerkt aan de (zijn) Europese integratie: “Maar, Duitsland is sterk en het is een frontstaat in Europa. Dat is een combinatie die nationalistische gevoelens opwekt: Duitsland als buffer die het beschaafde Westen moet beschermen tegen de barbaarse hordes uit het Oosten. Het zou bij sommigen in Duitsland expansiedrift kunnen aanwakkeren”.

Tja, bij "sommigen', zoals er wel in meer landen kwaadaardige groepen zijn die in de gaten moeten worden gehouden. Maar, zou daarnaast de vraag kunnen zijn, de Europese wereld van gisteren is toch weg? En daarmee, voor Duitsers en anderen, de politiek-ideologische stabiele "adempauze' van na de oorlog? Men wil in Praag, Boedapest en Warschau de Koude Oorlog, de regelende hand van Moskou, het communisme en het in twee vijandige blokken verdeelde Europa toch niet terug?

Wie weet trouwens, misschien was de Tsjechoslowaakse staatssecretaris van economische zaken in een aangrenzende kamer wel net met Bonn over een nieuw krediet aan het bellen. Bovendien: het miljardenbedrag aan Duitse investeringen in Tsjechoslowakije bestaat voor een niet onbelangrijk deel uit de overneming van de Skoda-fabrieken door het Volkswagen-concern. Dat was uiteraard niet alleen een daad van menslievendheid. Maar feit is dat die overneming tot stand kwam nadat de Skoda-werknemers het Volkswagenbod hadden geprefereerd boven een iets kleinere Frans-Zweedse miljardenaanbieding van Renault-Volvo.

Zoiets maakt de geciteerde Tsjechoslowaakse klachten een tikje hypocriet, al is het hart niet te koop en kan niemand Polen of Tsjechoslowaken een goed geheugen kwalijk nemen. Niettemin, de Hongaren weten zich verzekerd van warme financiële steun van Bonn sinds zij, zomer 1989, hun westgrens openden voor de uitreis van DDR-vluchtelingen. En de Polen verwachten, en krijgen, forse Duitse hulp bij de moeizame opbouw van een markteconomie.

Het door zijn plotselinge eenwording ook zelf verraste Duitsland wordt, terwijl zijn Westeuropese buren wantrouwig luisteren, door heel Oost-Europa met klem om economische en financiële hulp gevraagd. Hoe zouden de reacties zijn geweest als de Bondsrepubliek zich op dit stuk als een Europese kruidenier had gedragen? Zoals bijvoorbeeld haar Nederlandse buurman, die net op de Derde dinsdag eensgezind klagend het derde lustrum vierde van de droeve vereniging tot sanering van de overheidsfinanciën?

De Bondsrepubliek is van Adenauer tot Brandt, en van Schmidt tot Kohl vandaag, geregeerd door kanseliers die, wat zij ook overigens deden, ondubbelzinnig voor de West-integratie (Atlantisch in de NAVO en Europees in de EG) waren en zijn. Liet Adenauer die integratie - na een woedende slag met grote delen van de SPD - niet voorgaan boven een herenigd maar geneutraliseerd Duitsland tussen de blokken?

Die kanseliers hadden au fond soms net zulke angst als de buren voor Duitslands geografie, zijn Mittellage tussen Oost en West, zijn economische potentie en de door welvaart bedekte onzekerheden van zijn bevolking. Dat Helmut Schmidt eind jaren zeventig Washington namens de Duitse Riesenzwerg om een herverzekering vroeg op het gebied van de Amerikaanse nucleaire garanties (via eventuele plaatsing van kruisraketten en Pershings 2) had daarmee óók te maken.

Dat Duitsland, al heeft het het nu een nieuwe en onverwachte rol, nog steeds heel groot belang hecht aan de Europese integratie staat, zeker zolang Kohl kanselier is, buiten kijf. Zij het dat het, makkelijk of niet, leuk of niet voor de buren, nu veel meer gedwongen is om geheel "namens zichzelf' te spreken. Zoals alle soevereine staten, het kan immers sinds de eenwording van 3 oktober 1990 die rol van economische reus èn politieke dwerg niet meer spelen. Zo'n staat moet zich duidelijk uitspreken, ook bijvoorbeeld in het geval van een crisis in Joegoslavië. Eventuele kritiek moet (en kan) gericht zijn op wat Bonn zegt, niet (meer) daarop dat het wat zegt.

De Duitse investeringen in Oost-Europa en de Sovjet-Unie belopen sinds de Wende in de oostelijke vleugel van het nu opnieuw, maar anders, verdeelde Europese huis begon, sinds eind 1989 dus, circa honderd miljard mark. Natuurlijk is dat niet zo omdat er in Bonn tegenwoordig zoveel moderne Samaritanen wonen. Veel van die investeringen dienen Duitse (en tevens: Westeuropese) belangen. Maar als mede-financier van de economische ontwikkeling van Oost-Europa, èn als kwijtschelder van bijvoorbeeld Poolse, Tsjechoslowaakse en Hongaarse schulden, staat de Bondsrepubliek op eenzame hoogte. En dat hoewel de grote Duitse banken en de Bundesbank, daarover steeds bezorgder naar Bonn kijken en de kosten van de Duitse eenwording met honderd miljard mark per jaar (en dat zeker tot 1994) krap geschat zijn. Het gaat om een kolossale operatie, uniek in historisch, financieel, psychologisch en politiek opzicht, en uniek-zwaar.

Duitslands buren kijken, terecht kritisch toe. En zij, althans de Westeuropese buren, profiteren via een sterk gegroeide export (dubbele cijfers in procenten) behoorlijk mee van de economische impuls die van de eenwording uitgaat. Nu wil de geschiedenis dat veel Duitsers heel zwaar tillen aan overheidsschulden of inflatie. Ook daarom, en om de D-mark (en haar ankerwaarde in het Europese monetaire systeem) te verdedigen, trok de Bundesbank deze zomer de rente-rem aan. Gevolg: kritische reacties uit Westeuropese hoofdsteden. Frankrijk, dat zijn zwakke franc al heel lang stevig door de D-mark gesteund weet, noemde de Duitse rente-stap zelfs “arrogant”.

In hetzelfde weekeinde waarin het reisverslag stond afgedrukt werden links en rechts in Oost- en West-Duitsland door rechtsradikale nationalisten en andere xenofoben verblijven van asielzoekers en andere buitenlanders aangevallen. Voor een spectaculair dieptepunt, vlak bij de Poolse grens, zorgden dagenlange rellen in het Saksische stadje Hoyerswerda, dat een voorbeeld is van het ideaal van de plan-socialisten uit de vroegere DDR. In goed vijfentwintig jaar is de bevolking van dat stadje verviervoudigd tot zeventigduizend mensen, die - als zij geluk hebben - in de triest-betonnen prefab-silo's wonen die het gevolg zijn van de vooruitstrevende mensenliefde van de SED-planners.

De mix van nu zeer hoge werkloosheid, gebrek aan perspectief, het wegvallen van vroeger zo dwingende socialistische normen en waarden en een verhoudingsgewijs goede verzorging van asielzoekers leverde daar de ontlading op van sociale afgunst en een grote, jarenlang onderdrukte vreemdelingenhaat. Terwijl de Skinheads ramden en brandden, de onderbezette en onbeminde politie (de vroegere Vopo's) wankelde, het lokale en regionale bestuur weifelend-passief bleef, stond het publiek te klappen. In Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije zullen die beelden vele angsten hebben versterkt, ongetwijfeld.

Maar, eveneens zonder twijfel, dat verschijnsel is niet exclusief Duits, al merkt de rijke Bondsrepubliek met haar magneetfunctie voor asielzoekers er dan eerder en meer van. "Hoyerswerda' is méér dan een akelig Duits incident, het is ook een signaal van wat West-Europa als welvarende vluchthaven te wachten staat. Waarbij het goed is om te bedenken dat Nederland qua ruimhartigheid jegens asielzoekers niet voorop loopt en, zeg, Fransen en Italianen in het algemeen ook niet hartelijk omgaan met buitenlandse vluchtelingen. Daarom zou het niet kwaad wezen dit probleem tenminste óók te zien als een Europees probleem.

Toen eind 1989 duidelijk werd dat de Duitse eenwording eraan kwam, lieten Londen, Parijs en Den Haag merken dat zij daarmee nog niet zo'n haast hadden. De Britse premier, toen nog mevrouw Thatcher noemde het een kwestie die “niet op de agenda” stond. President Mitterrand bezocht in december '89 nog de wankelende DDR-regering (en, in Kiev zijn collega Gorbatsjov). Pas twee weken geleden, op bezoek in Oost-Duitsland, leek Mitterrand zich enigszins met de nieuwe Duitse werkelijkheid te hebben verzoend.

Ook premier Lubbers sprak in een Tilburgse rede destijds zijn twijfels uit. Hij waarschuwde zijn geestverwant Kohl nadien steeds dat hij niet mocht (laten) tornen aan de Oder-Neisselijn als Poolse westgrens. Uit de Tweede Kamer kwamen enquêtes die, zacht gezegd, ook niet op hartelijke steun voor de Duitse eenwording leken. En nog steeds willen velen oma's fiets terug, vooral als Oranje gewonnen heeft en Nederland vrijwillig kiest voor zelfmarginalisering via de sportieve sector.

Het "andere' Duitsland van vandaag krijgt veel adviezen hoe het zich het beste kan gedragen. Dat is begrijpelijk, mooi en goed, het gaat immers om het economisch machtigste en waarschijnlijk straks ook politiek leidende land in Europa. Maar Duitslands buren zouden zichzelf, desnoods indachtig het harde vredesverdrag van Versailles van 1920 en zijn gevolgen, over de goede omgang met dat land eigenlijk ook wel wat vaker vragen mogen stellen. En, als het af en toe even kan, dan liever vragen van morgen dan vragen van gisteren.

Duitsers hebben er, net als Amerikanen, vaak moeite mee dat groot zijn niet noodzakelijkerwijs algemene bemindheid meebrengt, zelfs al belooft minister Genscher alle landen van de wereld vriendschap. Dat is hun probleem. Maar nu de verenigde Duitsers uitdrukkelijk niet willen domineren, en geen splijtzwam maar - ook economisch - een brug in Europa willen zijn, zou het onverstandig wezen als de buren alleen maar roepen: geef ons dat geld maar en blijf verder uit de buurt.