Eenheid houdt volleybalsters op de been

BARI, 30 SEPT. De Nederlandse volleybalsters willen een hoofdrol op het Campionato Europeo di Pallavolo Femminile 1991 in Italië, maar moeten nog leren leven met de daaraan verbonden konsekwenties. In de eerste dagen van het EK in Bari overtuigde de vrouwenploeg allerminst in speltechnisch opzicht. Wel in vechtlust en dienstbaarheid. Die eigenschappen voorkwamen veel onheil in de Zuiditaliaanse havenstad. Zowel Tsjechoslowakije als Polen werd met 3-0 verslagen.

Met name in de cruciale openingswedstrijd tegen Tsjechoslowakije, de eerste en misschien wel gevaarlijkste van vier Oosteuropese tegenstanders in groep 2, ging het niet makkelijk. Dat tonen de setstanden aan, 17-15, 17-15, 15-13. De zwaarbevochten overwinning bevrijdde de oranjespeelsters van alle negatieve spanningen. De dag erop draaide de ploeg tegen Polen als een Hollandse windmolen bij een stevige bries. De Poolse recreanten raakten er tureluurs van. In 64 minuten was de tweede 3-0 (15-7, 15-8, 15-4) binnen. Polen schoot een klasse tekort voor het solide basisniveau van Nederland.

Aan dat elementaire niveau was de ploeg van bondscoach Peter Murphy de dag ervoor tegen Tsjechoslowakije zelden toegekomen. Na zes maanden voorbereiding woog de favorietenrol als een tientonner op de jonge schouders van de relatief onervaren ploeg. “De druk was te groot”, memoreerde Murphy na afloop. “Wij hadden alles te verliezen. De Tsjechen niets. Die speelden onbevangen en benaderden hun topvorm. We waren blij dat we konden aanklampen. De basis voor de overwinning lag in het collectief. Speltechnisch was dit een grote flop. De pass was onzuiver, de spelverdeling onzeker, het blok niet attent. Het grote winstpunt was dat er een eenheid binnen de lijnen stond. Er stond altijd een team met één kloppend hart en zes paar handen.”

Volgens Murphy kwam zijn ploeg wel “benauwd dicht in de buurt van het breekpunt”. Op 14-12 lieten de tegenstandsters, die in de nacht van donderdag op vrijdag na een busreis van 22 uur in Bari waren gearriveerd, twee setpunten onbenut. Door Henriëtte Weersing en Cyntha Boersma vocht Nederland op de opslag van Christa Gleis terug naar 15-14. En verzamelde elf setpunten op rij. Het resultaat was nul komma nul. “Ik dacht dat ik langzaam gek werd”, bekende Murphy. Pas op 15-15 maakte Jurasova twee dure stopfouten op de opslag van Heleen Crielaard en was de eerste setwinst na 32 minuten binnen. “Verlies van deze set had fatale gevolgen kunnen hebben”, gaf Murphy ruiterlijk toe.

Met Brinkman voor Piersma liep de 43 minuten durende, beklemmende tweede set wederom uit op een eindsprint. Op 14-13 verspeelde Nederland het eerste setpunt, op 14-15 Tsjechoslowakije, dat de laatste zes wedstrijden tegen Nederland kansloos had verloren, eveneens. Op 16-15 was het raak op het derde setpunt voor Nederland (17-15). De voorsprong van 2-0 oogde comfortabel, zekerheid op de overwinning bood die niet. Zeker niet toen de Tsjechen in de derde set naar 4-10 uitliepen. Vera Koenen had toen al de plaats van de onzekere spelverdeelster Crielaard overgenomen. Twee aces van Weersing, die haar sprongservice vanwege een stijve nek achterwege liet, brachten de ommekeer. “Er ging een stroom door het team”, zei aanvoerder Boersma. “Iedereen wist op dat moment dat we niet meer konden verliezen.”

In die fase speelde Oranje haar beste volleybal. Van 4-10 rende de ploeg naar 14-11. “Die fase was voor mij een verademing”, biechtte Murphy op. “De manier waarop we de wedstrijd uitmaakten, absoluut niet.” Zijn ploeg had zes matchpunten nodig om het duel te beëindigen. De eerste auditie in Bari verliep met de handrem op, de tweede tegen het aanmerkelijk zwakkere Polen swingde meer, maar voor de claim op een hoofdrol ontbrak vooralsnog de klasse.