Doping en onthulling normaal

Een schaatser die toegeeft doping te hebben gebruikt. Het komt bijna nooit voor. In de schaatssport weet men de indruk te wekken dat nog "schoon' prestaties worden geleverd. Maar deze sport heeft daarnaast op wereldniveau zo weinig te betekenen dat dopingprogramma's nauwelijks nodig zouden kunnen zijn. Er zijn wel verdachtmakingen geuit omtrent dopinggebruik. Vooral wanneer het Oosteuropeanen betrof. Als kampioenen uit de Sovjet-Unie niet voor een titelstrijd kwamen opdagen, zoals Petroesjova. Of toen Goeljajev als tussenpersoon bij een anabolica-transactie met Noren was betrokken. Dimitri Botskarjov, in 1982 tweede op het wereldkampioenschap en in 1984 bij de Winterspelen zesde op de 10 kilometer, durft als eerste te bekennen dat tussen 1984 en 1988 Sovjet-schaatsers spierversterkende middelen hebben moeten nemen. De Rus, die sinds 1988 in Nederland marathons rijdt, verklaarde voor RTL4 dat het sterke middelen waren, waarvan hij in een week vijf kilos aankwam. “Bovendien nam het percentage vet in mijn spieren af en het spierweefsel toe. Ik werd zeer agressief en sliep slecht. Na een week voelde ik dat mijn lichaam heftig begon te protesteren.”

Sporters en artsen hadden geen keus. “Als bij belangrijke kampioenschappen gekozen moest worden uit twee sporters werd diegene gekozen die doping gebruikte.” Sporen van dopingmiddelen zouden volgens de schaatser voor belangrijke wedstrijden zijn weggespoeld (...) door middel van plaspillen, waarna de urine werd gecontroleerd. “Er wordt niet alleen geld uitgegeven aan doping maar ook aan de methode om de controle te ontlopen.” Botskarjov zegt dat hij pas aan het einde van zijn carrière schema's heeft gezien. Welke preparaten het betrof, weet hij niet. Een anonieme arts uit een andere wintersport geeft het gebruik van doping in de SU toe. “De schaatssport is naar mijn mening een sport die zich bij uitstek leent voor het gebruik van doping.” Vorige week werd op het anti-doping wereldcongres in Noorwegen onthuld dat 44 procent van de ondervraagde sporters in de Sovjet-Unie toegeeft doping te hebben gebruikt. Ze meenden het nodig te hebben om topprestaties te leveren. Ze voelen zich niet schuldig omdat doping huns inziens “normaal is in de topsport”. Daar schrikt niemand meer van. Evenmin van onthullingen als die van DDR-atleten en van Botskarjov. Dopinggebruik was (is) normaal. Die wind begint in het Westen ook al te waaien.