DE KUNST VAN DE ZELFBEHEERSING

Boksen op jonge leeftijd. Het kan schadelijk zijn, ondanks het strenge medische toezicht. Veel jongens doen het toch. Met plezier. Vooral als ze training en voorlichting krijgen van een echte kampioen, Arnold Vanderlijde. Een stijlvolle bokser bovendien. Vroeger vochten ze op straat. Door het boksen hebben ze aan beheersing gewonnen. Nu op weg naar de Olympische Spelen.

Wanneer de jonge boksertjes na afloop van de trainingssessie één voor één een minuutje met Arnold Vanderlijde tussen de touwen mogen, kent de gretigheid natuurlijk geen grenzen meer. De vaders, moeders, broers, zussen en vrienden op de tribune gaan staan om het hoogtepunt van de middag goed te kunnen zien. De kampioen daagt de jeugdige pugilisten uit met een Ali-shuffle, maar kan enkele vuistslagen op zijn lichaam net niet ontlopen. Na afloop complimenteert Allard Müller zijn vriendje Remzi Kaya met de manier waarop hij bij Vanderlijde "doorkwam'. “Je raakte hem precies op z'n lever.” Remzi herinnert zich de tik en vooral de reactie van de bokskampioen. Hij moet het gevoeld hebben, want hij riep “goed, okay, doorgaan”. Gepaste trots siert de aanstaande kampioen.

Allard en Remzi zijn vijftien jaar. Ze boksen respectievelijk vier jaar en pas acht maanden. Ze beschikken zichtbaar over talent. De jongens uit Apeldoorn behoren tot de achttien door de boksbond uitverkoren jeugdige boksers - variërend van veertien tot zestien jaar - die mogen deelnemen aan de "Olympische trainingsbijeenkomst' georganiseerd door de Nederlandse Vereniging van Olympische Deelnemers. Gedurende een middag worden ze door Vanderlijde en zijn trainer Frits Sdunek op Papendal wegwijs gemaakt in coördinatie- en techniekoefeningen. Hoe word je topbokser? Wat moet je doen om je te kwalificeren voor de Olympische Spelen? Vanderlijde, tweevoudig Olympisch medaillewinnaar, weet er alles van. De jongens luisteren met gewillig oor naar het positivisme van de boksstilist. Want vóór alles moet je een positieve instelling hebben, benadrukt Vanderlijde. Het toegezegde half uur wordt al gauw anderhalf uur. De wisselwerking tussen kampioen en jeugdig talent heeft positieve gevolgen.

De jongens beseffen de gevaren die in het beoefenen van het vuistgevecht schuilen maar al te goed. Maar ze kennen ook de veronderstelde voordelen. Vanderlijde is de eerste die hen eraan zou willen herinneren. “Ze moeten voortdurend open staan voor kritiek op de sport, weten welke gevaren er aan zitten. Ik lees er altijd zo veel mogelijk over. Daarom zijn discipline, zelfbeheersing en conditie erg belangrijk.”

Vanderlijde is zelf als bokser het toonbeeld van beheersing en technisch vermogen. Hij lacht als hij wordt geconfronteerd met de heldenverhalen van zijn jonge sparringpartners in de kantine. Slaan is wat anders dan toucheren. “Dat vereist veel techniek en controle over jezelf. Leren je agressie reguleren.” Hij geeft toe dat bij het beeld dat profbokspartijen oproepen allerminst van edelmoedigheid of sportiviteit gesproken kan worden. Gelegitimeerde straatgevechten voor het oog van naar bloed smachtende primitieve geesten. Vooral partijen tussen beroepsboksers wekken agressie op bij de toeschouwer. Maar tussen profboksen en amateurboksen bestaat een levensgroot verschil. Het is toch bijna nooit voorgekomen dat een amateur in coma is geslagen, reageert Vanderlijde op de twee "ongelukken' van afgelopen week waarbij de Amerikaan Morales en de Engelsman Watson (beiden profs) voor hun leven hersenletsel werd toegebracht.

Allard heeft nog op de televisie de partij tussen Michael Watson en Chris Eubank gezien. Die Eubank kan hard slaan. Maar zo wild ging het er toch niet aan toe? “Ik ben wel geschrokken toen ik las dat hij later in coma raakte.” Maar dat kan gebeuren, bagatelliseert hij. En hij heeft er geen moment aan gedacht daarom met boksen te stoppen. Remzi voelt met hem mee. Hij heeft acht jaar gevoetbald. Nou, daar loop je meer blessures op dan met boksen. Ze wijzen erop dat ze vroeger echte vechtersbazen waren op straat. Altijd ruzie. “Ik ben nu veel rustiger geworden. Ik heb veel controle over mezelf”, meent Remzi.

Ze wijzen op de strenge regels die ze moeten naleven. Bij de aspiranten mag je (nog) niet hard stoten. Allard heeft al sinds zijn twaalfde zestien partijen gebokst. Acht gewonnen, zes onbeslist en slechts twee verloren. Hij is dan ook geselecteerd voor centrale trainingen. Remzi heeft tot nu toe twee partijen gebokst. Eén gewonnen, één onbeslist. Met die laatste uitslag was hij het niet eens geweest. Maar hij weet heus wel waarom de scheidsrechter hem niet als winnaar aanwees. Hij had af en toe te hard geslagen. En de scheidsrechter had hem al eens daarvoor berispt. Voor hetzelfde geld was de partij gestaakt.

Een keer per maand zoekt de trainer voor hen een geschikte tegenstander. Die moet ongeveer van gelijk niveau zijn en van gelijk postuur. De partij duurt drie ronden van anderhalve minuut. Het medisch toezicht is streng, menen ze. Vóór de partij worden ze aan medische controle onderworpen. Er wordt vooral op hygiëne gelet. Een wondje aan een hand of koortsuitslag op het gezicht kunnen redenen zijn om een boksertje een wedstrijdverbod op te leggen. En wanneer ze tijdens een partij een bloedneus oplopen, kan dat weleens drie maanden verplichte rust betekenen.

Dit jaar is voor het eerst de hoofdkap verplicht. Over het nut zijn de geleerden het niet eens. Een klap is een klap en betekent te allen tijde afbraak van hersencellen, menen neurologen. “Het beschermt je ieder geval tegen een gescheurde wenkbrauw of een oogblessure”, weet Allard. Remzi vindt het maar lastig zo'n ding op je hoofd. “Hij zakt steeds voor m'n ogen. En elke keer als ik hem met mijn hand recht wil zetten, krijg ik een klap op m'n kop. Ik heb al tegen de trainer gezegd dat ik hem niet meer wil opzetten.”

Het kan altijd veiliger, beseft Vanderlijde. Ze zijn er gelukkig mee bezig. De regels worden strenger. Zelfs het vermaledijde profboksen zou nog als sport toekomst kunnen hebben wanneer de reglementen aangepast worden aan de fysieke grenzen. “De meeste zware verwondingen worden opgelopen na de negende of tiende ronde. Als de boksers gesloopt zijn en de controle beginnen te verliezen.” Waarom brengen ze de gevechten niet terug van vijftien naar zes ronden en wanneer het om een kampioenschap gaat naar acht ronden? De partijen worden dan misschien zelfs sensationeler, denkt Vanderlijde. “Het tempo is hoger en de toeschouwers zien meer echt boksen.”

Vanderlijde wijst op de handschoenen die nog vaak als mokerhamers gebruikt kunnen worden. Nu zijn ze tussen acht en tien ons. “Maak ze zwaarder en vul ze met een ander soort materiaal waardoor de klappen meer gedempt worden.” Met name profboksen is verworden tot een gevecht tussen twee mensen die zo hard mogelijk willen slaan. Een verwoestende klap, met alle gevolgen vandien, is rendabeler dan een een serie stijlvolle, energievretende tikken. Technisch boksen, waar Vanderlijde een voorstander van is, heeft aanzienlijk aan terrein verloren. Geld, zoals vaak, maakt veel stuk in de sport.

Vanderlijde wil zich na zijn bokscarrière in de voorlichtingssfeer gaan bewegen. Bokstrainer is niets voor hem. “Ik geef jonge, ambitieuze boksers liever raad. Met name in de commerciële sfeer kan ik adviezen geven. Met het afsluiten van contracten worden nog regelmatig fouten gemaakt.” Hij vindt het dan ook een voordeel dat jonge sportmensen zoals zaterdag bokstalenten tegenwoordig de gelegenheid krijgen te trainen met ervaren topsporters. “Ik heb dat vroeger niet gehad. Ik heb het zelf moeten leren.”

Boksen, een goedaardige jongen als Arnold Vanderlijde kan moeilijk vereenzelvigd worden met deze agressieve bezigheid. “Ik was vroeger als jongen ook een vechtersbaas”, zegt de Limburger. “Maar ik heb door het boksen veel geleerd. Respect voor je lichaam en voor je tegenstander. Zelfbeheersing moet de grootste kracht zijn van een bokser. Misschien had ik daar vanmiddag nog wel meer op moeten wijzen.”