Archieven van de partij en van KGB nu eindelijk open

Vijf dagen na het mislukken van de coup schroefde de beheerder, gadegeslagen door nieuwsgierige passanten, het bord met de tekst "Centraal Partij-Archief' van het gebouw van het voormalige Instituut voor Marxisme-Leninisme aan de Moskouse Poesjkinstraat. Daarmee gaf hij uitvoering aan een decreet van de Russische president Boris Jeltsin dat de archieven van de Communistische Partij en de KGB onder jurisdictie van de regering van de Russische federatie plaatste.

Het Centraal Partij-Archief was een burcht waar anderhalf miljoen dossiers over de ruim zeventigjarige geschiedenis van de Sovjet-Unie aan het oog van de onderzoekers werden onttrokken. Dat is een beetje overdreven uitgedrukt. Historici die partijlid waren en betrouwbaar werden geacht konden met allerlei beperkende regels toegang krijgen tot het minder gevoelige materiaal. Zelf was ik, zonder enige band met de partij, een jaar of drie geleden zo geprivilegieerd dat ik door de directie een toegangspasje tot het archief kreeg uitgereikt, waardoor een strikt afgepaald deel van de collectie in principe binnen mijn bereik kwam. Ik vond dat erg spannend, en om documenten te zien waar de meeste collega's niet bij konden was ik bereid alle getraineer op de koop toe te nemen. Belemmeringen waren er in overvloed: overdreven en tijdrovende formaliteiten, belachelijk strenge regels, zodat zelfs mijn eigen aantekeningen als een soort staatsgeheim werden behandeld. Van die aantekeningen moest ik het hebben: fotokopiëren was in de praktijk onmogelijk, ik mocht zelfs geen documenten of langere passages eruit overschrijven. De controle had tegelijkertijd iets absurds, want uit het Nederlands in mijn aantekeningen konden ze naar ik aanneem toch geen wijs.

Nu lijkt dit alles godzijdank achter de rug, al zal de bureaucratische ijver wel niet direct met het communisme uitgestorven zijn. Het partijarchief en het nog veel ontoegankelijker KGB-archief zijn overgedragen, niet aan het uit 1918 stammende conservatieve Hoofddirectoraat voor Archieven onder leiding van de Brezjnev-bureaucraat Fjodor Vaganov (een Unie-instelling), maar aan het nog geen jaar oude Comité voor Archiefzaken van de Russische federatie. Ook hier valt het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en het toenemende belang van de Russische federatie te merken. Er is nog niets geregeld over een eventuele overdracht van materiaal aan andere republieken. Wat moet er trouwens bijvoorbeeld gebeuren met de Komintern-collectie in het partijarchief? De Communistische Partij had daar een zeker recht op, maar de Russische federatie ook?

De directie van het partijarchief legde zich snel bij de nieuwe situatie neer en het personeel was zelfs opgetogen. Want, zoals de Izvestia schrijft, “de atmosfeer in het archief was dodelijk. Geslotenheid, geheimzinnigheid tot in het absurde. De medewerkers van verschillende afdelingen mochten niet met elkaar omgaan of informatie uitwisselen”.

Maar nu is gebleken dat het Centraal Partij-Archief de partijbonzen toch nog niet gesloten genoeg was. Het allergevoeligste materiaal werd sinds jaar en dag achtergehouden in de burelen van het Centraal Comité en zijn afdelingen, op werkkamers of in plaatselijke partijbureaus. Toen de mensen van het Russische Comité voor Archiefzaken er hun rechten kwamen doen gelden, troffen zij op veel plaatsen een enorme chaos aan van verbrande of versnipperde papieren of rondzwervende documenten die de functionarissen bij hun poging om op hun vlucht zo veel mogelijk mee te nemen op de grond hadden laten vallen. Bij de ingang van het Centraal Comité werd een auto vol financiële stukken aangehouden. Verzegelen van de ruimtes had vaak weinig zin: “eerst verzegelden wij slechts één deur, de ingang, en zetten er een wacht neer; maar daarna bleek dat er verscheidene deuren waren”.

Onder het materiaal dat men had geprobeerd te vernietigen waren papieren die opnauwe banden tussen de partij en extreme Russisch-nationalistische en antisemitische groepen wezen. Zo werden in het partijhoofdkwartier van Leningrad-Sint-Petersburg pakken antisemitische pamfletten gevonden die tijdens de verkiezingen van 1990 waren gebruikt tegen kandidaten met een niet-Russische naam. Ook was er natuurlijk belastend materiaal in verband met de putsch.

In dit geval was het om opportunistische redenen, maar men schijnt al langer archiefmateriaal vernietigd te hebben. Een paar jaar geleden gingen er hardnekkige geruchten over de vernietiging op grote schaal in het KGB-archief van documenten uit de Stalintijd en over de dissidentenbeweging

Ook nu stuitten de mensen van het Comité in de KGB-archieven op documentenvernietiging, en in de provincie ook wel op verzet. Maar ook hier schikte men zich snel, zeker nadat er een nieuwe chef was benoemd. Er werd een afspraak gemaakt met deze nieuwe KGB-chef, Vadim Bakatin, dat een team van KGB-ers en archivarissen in de loop van ongeveer een half jaar een schifting maakt tussen documenten van historisch belang en operationeel materiaal. Dat laatste, zo heeft Bakatin bedongen, zal ook in de toekomst ontoegankelijk blijven. Want hij vindt het onjuist dat de namen en activiteiten van de talloze KGB-informanten bekend worden, die immers - zo luidt Bakatins redenering - niet zozeer zelf schuldig zijn maar door het systeem tot zulke daden zijn aangezet. Vice-voorzitter van de KGB Nikolaj Stoljarov gaat nog een stapje verder en wil voorlopig ook de archieven over de Stalinkampen gesloten houden, omdat er nog zoveel verwanten van slachtoffers en beulen in leven zijn.

Voor het partijarchief zijn dergelijke beperkingen niet aangekondigd, maar ook daar zal men nog wel even bezig zijn voordat de hele collectie in kaart is gebracht. Er zal ongetwijfeld druk worden uitgeoefend om ook hier een deel achter slot en grendel te houden. Laten we hopen dat politiek-opportunistische overwegingen dit keer niet opnieuw de doorslag zullen geven. Schokkende ontdekkingen over de Goelag, Stalin of de meer recente geschiedenis zijn dan bepaald niet uitgesloten. Er is nu al een van de gepubliceerde tekst afwijkend handschrift van Lenins politieke "testament' gevonden.

Er komt verder een internationale commissie met kenners van de Sovjet-geschiedenis om de nieuwe archiefinformatie te bestuderen. Daarin zitten historici en archivarissen van onder meer het Hoover- en het Kennan-instituut, de Internationale Archiefraad en het centrum "Memorial'.

Het Instituut voor Marxisme-Leninisme, waar het Centraal Partij-Archief was ondergebracht, heeft zich met vooruitziende blik al kort voor de coup omgedoopt tot Instituut voor de Theorie en Geschiedenis van het Socialisme. Het trendgevoel is achteraf gezien niet groot genoeg geweest. Nu worden namen overwogen als Staatsarchief voor de Nieuwste Geschiedenis van Rusland of Russisch Documentatie-Centrum voor de Nieuwste Geschiedenis. Maar wat moet er gebeuren met de gevel, waar gigantische koppen van Marx, Engels en Lenin in zijn gemetseld? De stemming lijkt er niet naar ze te laten zitten, maar ze zullen alleen met grof geweld verwijderd kunnen worden.