Amsterdamse Nes bestraat en verlicht; Opknapbeurt voor oude theatersteeg

Drie, in felrode mantelpakjes gehulde, keurig gekapte dames staan bij de ingang van de Nes. De eerste gaat toevallige passanten te lijf met een kleerborstel, de tweede bukt zich om hun schoenen glimmend te poetsen en de derde stopt een wit tabletje in de van verbazing opengevallen monden.

“Iedereen krijgt een snoepje omdat het feest is in de Nes”, legt een vader uit aan zijn dochtertje dat het spektakel op veilige afstand gadeslaat. De Nes, een van de oudste straten van Amsterdam tussen de Dam en de Grimburgwal, vierde gisteren zijn feestelijke heropening na een ingrijpende opknapbeurt.

De nette dames van het ontvangstcomité horen bij het verrassingsprogramma TenderNESs van theatergroep Tender, evenals "Heidi' en de in Lederhosen geklede "geiten-Peter' die bloemblaadjes uitstrooien over de hoofden van de bezoekers dat is samengestroomd op het plein voor theater De Brakke Grond. Uit de luidsprekers galmt een vrolijk “jodelahie, extasy”.

In de menigte klinkt ongeduldig gemompel of er verder nog wat gebeurt. Op dat moment verstomt het gejodel en treedt VVD-fractieleider Bolkestein naar voren. In zijn functie van voorzitter van de stichting ReNESsance steekt hij een feestrede af. Hij licht toe hoe de stichting, waarin drie theaters, het Vlaams Cultureel Centrum en bedrijven en bewoners van de Nes zijn verenigd, hebben bijgedragen aan de “herprofilering van onze straat”.

ReNESsance heeft er, met steun van de gemeente, voor gezorgd dat de verloederde, donkere Nes opnieuw werd bestraat en van moderne verlichting is voorzien. Gerenoveerd werd ook de uit 1614 daterende Stadsbank van lening, waar ooit Joost van den Vondel als suppoost werkte. Voor het theater De Brakke Grond is een fontein geplaatst van beeldend kunstenaar Adam Colton.

Deze fontein, een van de weinige die de hoofdstad rijk is, wordt plechtig in werking gesteld door de burgermeester van Amsterdam, tot grote schrik van de kinderen die dachten dat ze rustig konden zitten op het stenen kunstwerk. Van Thijn bestempelt de Nes als “de meest noordelijke Vlaamse straat”, verwijzend naar de vele Vlamingen die in de zestiende eeuw naar Amsterdam kwamen en ertoe bijdroegen dat de Nes een bloeiende handelsstraat werd.

In de "onthaalruimte' van het Vlaams Cultureel Centrum in De Brakke Grond wordt vervolgens de tentoonstelling "In de Nes daar moet je wezen' geopend. In vogelvlucht is de geschiedenis van 700 jaar straatleven uiteengezet. De eerste sporen van bevolking in de Nes dateren uit 1225, toen Amsterdam uit niet veel meer dan de Dam bestond. Aan de oostkant van het Rokin, tussen de Dam en het watertje De Grim, lag een langwerpige drassige landtong die in het Middelnederlands werd aangeduid als "Nesse'.

Zijsteegjes als de Cellebroerssteeg of, verderop, het Gebed zonder End, zijn relikwieën uit de tijd dat hier maar liefst zes kloosters stonden. Het kloosterleven beheerste het straatbeeld tot 1578. In dat jaar sloot Amsterdam zich aan bij de opstand tegen het katholieke Spanje en was het gedaan met de invloed van de religieuze ordes. De vrijgekomen kloosters dienden vervolgens als winkel, woon- of pakhuis en de Nes veranderde in een drukke handelsstraat.

Steeds meer gingen restaurants en theaters het straatbeeld bepalen. In de negentiende eeuw kende de Nes zijn hoogtepunt als uitgaanscentrum met jeneverkroegen, danslokalen, café-chantants en bordelen. Hier brachten de Tachtigers hun dagen door, tussen artiesten en hoeren. Wat eens een spirituele ader van de stad was, verandert in een ongure steeg waar het er steeds liederlijker aan toegaat.

Rond 1900 verplaatst het Amsterdamse uitgaansleven zich naar het ruimere Leidseplein, en krijgt de Nes weer een nieuwe functie, nu als centrum van de tabaksindustrie. Als na de Tweede Wereldoorlog de tabakshandel instort, is de Nes een dode straat. Pas in 1961 wordt de straat nieuw leven ingeblazen, wanneer de toneelgroep Studio het Brakke Grond Complex betrekt. Midden jaren zeventig openen theater Frascati en De Engelenbak hun deuren. In De Brakke Grond is sinds 1981 ook het Vlaams Cultureel Centrum gevestigd.

In de wedergeboren theaterstraat werd gisteren gewalst en de "gratis pintjes' stroomden rijkelijk. Als aan het eind van de middag de glazen en de vertrapte bloemen worden verzameld, lopen de eerste artiesten het theater binnen, klaar voor de avondvoorstelling.

De fontein wordt door voorbijgangers niet als zodanig herkend. Hij doet inmiddels dienst als urinoir.