Wie heelt mijn breuk?

In de tijd dat een werkgever nog baas of meneer Jan heette en bijna iedereen zaterdags werkte, was pensioen doorgaans een tamelijk willekeurige gunst, een worst, voor oudere knechten als beloning voor hun trouw aan meneer en de familie. Een enveloppe met onbekende inhoud waar je van te voren niet over nadacht. Denken aan de financiële toekomst was toen en is nu nog steeds een luxe waar je pas aan toekomt als de strijd en de waan van de dag gestreden en verleden zijn. Zo tussen vijf voor en half zes 's morgens.

Het pensioen is allang geen gunst meer. De overheid heeft de vrijblijvende rol van meneer overgenomen en zorgt voor drie basispensioenen-periodieke uitkeringen: het ouderdomspensioen (AOW), een pensioen voor nabestaanden als weduwen, weduwnaars en wezen (AWW) en voor arbeidsongeschikten-invaliden (AAW). Elke ingezetene van ons land heeft recht op die uitkeringen, mits men aan de voorwaarden voor uitkering voldoet.

Door de gestegen welvaart van de afgelopen tientallen jaren zijn veel mensen de hoogte van die wettelijke pensioenen ontgroeid. Daarom hebben zij, als werknemer, met hun werkgever aanvullende-bovenwettelijke pensioenregelingen (circa 20.000) en werknemersverzekeringen (ziektewet en WAO) bedacht om de breuk tussen het inkomen van nu en het wettelijk inkomen na pensionering of overlijden of bij arbeidsongeschiktheid, te overbruggen. Ambtenaren en enkele vrije beroepen zoals apothekers, vroedvrouwen en wisselmakelaars hebben eigen regelingen.

Werkgevers zijn niet wettelijk verplicht om een oude dag of nabestaandenregeling voor hun werknemers op te zetten. De willekeur van vroeger is dus nog niet helemaal verdwenen. In ruim zeventig bedrijfstakken (zoals de aardappelmeelindustrie, de orgelbouwers, het toneel en de zeevissers) bestaat er wel een voor werkgevers en werknemers verplichte (basis)regeling.

Iedereen die niet onder een bedrijfstak-, ondernemings- of beroepspensioenregeling valt of niet voor een baas werkt mag zelf iets regelen als aanvulling op de basispensioenen. De fiscus moedigt die zelfwerkzaamheid aan door onder meer toe te staan dat men onbelast reserves voor de oude dag opbouwt en verzekeringspremies aftrekt van het belastbare inkomen. Ook is het rentedeel van uitgekeerde verzekeringen, nu nog onbeperkt maar binnenkort tot een maximumbedrag, vrij van inkomstenbelasting.

Desondanks doen wie weet hoeveel mannen en vrouwen niets op dit punt en willen ook niet nadenken over de toekomst. Zij gaan er van uit dat alles wel goed zal komen wanneer er wat gebeurd. Zij sussen de onrust met opmerkingen als: "In ons land is alles van de wieg tot het graf geregeld. Je kan overal aankloppen om hulp. Over een paar jaar zijn alle geldautomaten voor iedereen vrij en hebben we allemaal een OV-jaarkaart.' Daar ziet het niet naar uit. Velen vallen straks misschien buiten de boot, krijgen te maken met een sterke teruggang in inkomen, zonder zich dat nu bewust te zijn.

Wel zijn er mensen die gespaard hebben of een deel van hun vermogen (een huis of aandelen) kunnen verkopen wanneer het nodig is om de breuk te helen. Maar die reserve is niet altijd toereikend en maakt niet optimaal gebruik van de fiscale voordelen voor een oude dag voorziening. Een vervelende bijkomstigheid is bij voorbeeld de alsmaar langere levensduur van mensen. Met welke eindleeftijd moet je rekening houden?

Wie niet spaart, maar verzekerd is bij een maatschappij hoeft zich geen zorgen te maken over een lang pensioenleven of de duur van een uitkering na het overlijden van de partner. Die risico's worden solidair gespreid over alle verzekerden. De langstlevenden krijgen het meest uit de pot. De verzekeraar zorgt voor een veilige belegging van de ontvangen premies en de fiscus helpt met aftrek en vrijstellingen.

Iedereen kan dus door middel van een passende verzekering zijn eigen inkomensbreuk opvangen. Alle maatschappijen bieden op dit punt flexibele oplossingen. Een paar punten verdienen bijzondere aandacht.

Wie kiest voor een pensioenverzekering die de premies en koopsommen (eenmalige stortingen) belegt in aandelen of andere risicovolle waarden (zoals dollars) en dus niet zeker is van de toekomstige uitkering heeft zijn problemen niet opgelost, maar speculeert met zijn oude dag.

En als tweede punt: er zijn zoveel verschillende fraai ogende en klinkende produkten dat het voor een leek in verzekeringen niet mogelijk is om daar de juiste uit te pikken. Hulp van een ervaren verzekeringsbemiddelaar verdient aanbeveling. Die kan ook de totale geldzaken van het gezin eens goed doorrekenen om vast te stellen hoeveel er werkelijk nodig is bij overlijden, pensionering en arbeidsongeschiktheid.